Historisch onverantwoord

9 feb, 2008 Onderdeel van pensées

Verstandige ouders vertellen hun kinderen niet het verhaal van Roodkapje. Immers, het verhaal geeft een verkeerd beeld van wolven die -zoals we allemaal best weten- nuttige, sociale en bovendien bedreigde dieren zijn. Het is beter om met de feiten te komen over wolven, daar heeft een kind veel meer aan.

Help, we verbrokkelen onszelf

Met deze stelling wil ik de aandacht vestigen op de volgende. Schuilt de waarde van een verhaal in de weergave van de feiten? Of is de waarde van een verhaal gelegen in wat het losmaakt bij zijn toehoorders en zijn doorvertellers. Preciezer gezegd: schuilt de waarde in de wijze waarop een verhaal mensen weet te verbinden met iets wat boven henzelf gaat? Deze vraag staat centraal in het boek De Ring van de Keizerin. De schrijver, niet geheel toevallig dezelfde als de Schrijver in Frankrijk, laat tussen de regels door het antwoord klinken: we moeten oppassen met het objectiveren van de feiten in een verhaal. Als we alle geschiedenis en alle geschiedenisjes genadeloos ontleden, dan verbrokkelen we niet alleen de cultuur in nietszeggende stukjes. Maar we verkruimelen daarmee ook onszelf. Te veel objectivering en we reduceren onszelf ook tot een object.

Heksen in de kerk

Het standpunt van de Schrijver in Frankrijk verdient enig tegenwicht. Want hij leeft nu en vergeet iets te makkelijk. Nog niet zo lang geleden lagen het bijgeloof, de religie, de ongeletterdheid en de onwetendheid als een angstklamme deken over de Westerse mensheid. Als het nooit gekomen was tot (een streven naar) objectivering, dan waren de meesten van ons nu nog de gevangene van allerlei verhalen. Bijvoorbeeld mijn oma bezwoer mijn vader dat hij de verbanden van een wond in de kolenkachel moest gooien. Want anders genazen de wonden niet. Zo was het haar verteld. Ook was haar verteld dat -als je door een gewijde trouwring keek- dat je dan in de kerk alle ‘kollen’ zag zitten. Ik leg dit uit. Bezien door een ooit met wijwater besprenkelde trouwring toonden de heksen zich met het hoofd 180 graden gedraaid. De buurvrouw van deze oma heeft trouwens toen een Duitse zeppelin over Amsterdam voer, uitgeroepen dat Dag des Oordeels gekomen was. Waarna zij met paniek in het gelaat de was ging binnen halen. Apocalyps? Haalt uw waschgoed binnen. Sluit ramen en deuren en luistert uitsluitend naar bekende Stemmen en Bazuinen.

Leve de hongersnood

Met deze vormen van achterlijkheid hebben we gelukkig niet meer te maken. Gelukkig? Nee, niet helemaal gelukkig natuurlijk. Want het is wel jammer dat met de achterlijkheid, dit soort verhalen ook uitsterven. Dat verbandverhaal had overigens nog wel een praktische waarde. Als arme mensen gebruikt verband in de kachel gooiden, dan gingen zij het in ieder geval niet nog eens gebruiken. Verder zou het best leuk zijn als er a) kinderen in de kerk zaten b) af en toe een kind door een trouwring loert om met enige teleurstelling te constateren, dat de heksen het deze zondag laten afweten in de kerk. Met de Schrijver in Frankrijk leven wij in de comfortabel geachte moderniteit. Dat geeft reden tot dankbaarheid. Maar voor menigeen valt er af en toe toch een kille tocht te voelen: als een karakteristiek verhaal moet wijken voor historisch verantwoorde reconstructie. Zo hebben deskundigen in mijn stad, Leiden, vastgesteld dat er tijdens het Beleg in 1574 eigenlijk geen hongersnood was.

Burgervader in verzet

Wat nou geen hongersnood? Was Cornelis Joppenz dan niet vreselijk blij met de pot hutspot, welke hij aantrof in de haastig verlaten Spaanse stelling bij Lammenschans? Konden de watergeuzen dan gevoegelijk opdonderen met hun haring en wittebrood, omdat de Leidenaren volgevreten over de stadwal hingen. ‘He juh, teer op met die stinkvis juh. Hejje geen reebout dan?’ De burgemeester heeft bij de presentatie van hun bevindingen gezegd dat de historici op moesten houden met dit soort dingen te publiceren. Terecht. Hiermee bewijst hij een burgemeester te zijn, geen senior city management coördinator. Of zoiets. Gelukkig trekken de historici zich niets aan van de burgervader. En wij op onze beurt moeten ons niets aantrekken van de historici. Tenslotte vertellen zij hun kinderen zelf wel het verhaal van Roodkapje. Tenminste, dat mag je hopen voor die kinderen.

Nikolaas Brandjes

  1. 3 Reacties op “Historisch onverantwoord”

  2. Door Molière op 11 feb, 2008

    Ik heb inmiddels de laatste novelle van de Schrijver in Frankrijk gelezen. Het zette me aan het denken. Nikolaas Brandjes geeft in weinig woorden de strekking ervan weer. Nikolaas Brandjes heeft gelijk wanneer hij erop wijst dat ook veel onzin en bijgeloof berusten op wat “maar” verhalen zijn. Hij verschaft hiermee een noodzakelijke correctie op de stelling van de Schrijver in Frankrijk. Maar de vraagt blijft: Is waarheid hetzelfde als feitelijkheid? In hoeverre wordt waarheid op creatieve wijze door ons “gemaakt”?

    Cordialement,

    Molière

  3. Door de schrijver in Frankrijk op 11 feb, 2008

    Ha Brandjes!

    Dank voor je bijdrage. Zoals Molière zegt, een nodige correctie – al blijf ik vinden dat de burgervader méér gelijk heeft dan die zuurpruimen van een deskundigen. Staat de wereld er echt om te springen te vernemen dat destijds de arme Leienaars geen honger leden? Nee, laten we ons niets van die flauwe, onnodige muggezifterij aantrekken!
    Ik wacht op een volgend verhaal. Dat van die “angstklamme deken” is prachtig! Afgelopen, het hakkerig minimalisme. Leve de lang uitgesponnen, volle, vloeiende zinnen.

    Amitiés,

    Vis

  4. Door EH op 13 feb, 2008

    Onze bovenbuurvrouw M. is een paar weken geleden overleden na een kort ziekbed. Zij woonde op de bovenste etage van ons gebouw met uizicht op onze wijk die veel oude huizen met bollende torens heeft, en dit moois bekeek zij dus vanaf de hoogte temidden van haar boeken, want zij was een boekenmens. Niet dat zij daarmee nu zo uitgebreid te koop liep. Er is een mooie afscheidsdienst geweest. Wij waren er niet bij, maar we kregen de orde van dienst ter inzage, ik citeer eruit ” …voor M. waren boeken erg belangrijk. zij kocht, las ze, zij leende ze prive en professioneel uit en gaf ze cadeau. Een door haarzelf gemaakte selectie van boeken die van bijzondere betekenis waren is een onlosmakelijk deel van het beeld dat wij van M. zullen behouden.” En dan volgt een opsomming van die door haar geliefde boeken, dertien in getal.
    Ik kijk terug op mijn eigen boekenverleden, dat was nog op Heilof, de boekenkast in de grote donkere tussenkamer beneden. Dat was eerst kijken en dan “proberen” op de grond, niet meteen op een van de grote stoelen. En als ik dan opstond dan waren de motiefjes van het vloerkleed op mijn knieen. Frits Dirksen, onze huisonderwijzer, vertelde later dat ik dan aan tafel kwam bleek en weggedroomd in het boek wat dan uiteindelijk gekozen was. Mensen leren kennen aan de boeken waar ze van houden, met iemand praten daarover, een uitgezocht genoegen!
    Veel jaren later: een novelle in een litterair frans tijdschrift “Preuves” genaamd -”Fin d’un jeu”- vertaald uit het spaans en het speelt op Sicilie…. Wat heb ik daarnaar gezocht! Een heel fijn en mooi verhaal, hoofdpersonen zijn kinderen en hoe goed en subtiel beschreven, omgeving, gevoelens, hevige gevoelens, mooie taal, mooie beelden. Het tijdschrift bestaat niet meer maar mijn zoektocht is uiteindelijk goed afgelopen: het bewuste nummer febr.1962 is in de UB te Leiden, aanvraag no.V 9043. En dit is dan het einde van mijn verhaal.

Reageer