Het macaroni-hondje

24 jan, 2012 Onderdeel van paysages

Column door Roos Boum

Benoite gooit een stuk stokbrood naar het hondje dat verlangend omhoog staart naar de rand van de tafel. ‘Straks krijg je meer,’ bromt de oude vrouw goedmoedig maar gunt het hondje geen blik waardig. Benoite kijkt zonder werkelijk wat te zien naar de tv die slechts een paar uur per nacht uitgaat. De tv en het scharminkeltje zijn haar enige gezelschap. Het bruine hondje op haar kromme pootjes kwispelt zacht. Ze verstaat al net zo lang als haar baasje geen woorden meer, dovigheid speelt hen beide parten, maar de hand met het brood erin zegt meer dan duizend woorden. Straks komt er nog een stuk voor haar.

Zoals zo veel ouderen slijt Benoite Dupuis haar dagen in eenzaamheid en zoals zo veel Franse ouderen slijt ze deze dagen in een eeuwenoud huisje op de campagne. Verstoken van de “luxe” die wij Nederlanders normaal vinden, woont deze vrouw in een huis nog zonder douche en zelfs nog zonder toilet binnenshuis, centrale verwarming is iets voor in de steden vindt ze en waarom zou je een luxe woonkamer nodig hebben als je in je keuken kunt leven.

Nu is eenzaam ook een relatief begrip, want Benoite ziet dagelijks meerdere mensen. La factrice komt iedere dag de post brengen, die meestal alleen bestaat uit la pub - de reclamefolders, de Coöp komt op maandag, de rijdende bakker om de dag, de slager twee keer per week en dan niet te vergeten alle ambulants die haar scharen willen slijpen, haar het geloof willen geven, haar graag op andere matrassen zouden zien liggen en toch echt vinden dat haar stoelen gemat moeten worden ook al zijn ze van formica.

Benoite veegt met een stuk brood de laatste resten soep uit haar bord. Koude soep. Van gisteren. Vanmorgen lukte het haar namelijk niet de cuisinière op hout, aan te krijgen. Haar door reuma vergroeide handen hebben steeds meer moeite de dagelijkse taken te volbrengen. Benoite, is gezegend met een goede gezondheid, waardoor ze al iets over de negentig is, maar die handen … Alhoewel, soms kan de zegen ook een straf zijn. Of een straf zoals Alzheimer kan een zegen zijn, want die herinneringen … Van haar hoeft het niet langer. Ze heeft niemand meer. Dertig jaar geleden heeft ze haar Alain weggebracht. Dé ziekte. Twintig jaar geleden haar dochter. Ook aan dé ziekte, en vorig jaar haar zoon. Geen enkele ouder zou zijn kinderen moeten overleven, maar zo gaan die dingen. Ze mist ze niet, haar kinderen. Die namen toch niet de moeite om haar vanuit Parijs te bezoeken. Ze heeft haar kleinkinderen nooit gezien. En ze moet achterkleinkinderen hebben. En achterachterkleinkinderen. Via een nicht in de derde lijn verwijderd hoorde ze laatst dat er een tweeling was geboren … ach, kun je missen wat je niet gekend hebt?

Ze mist Alain wel. Nog elke dag. Vooral met het hout en andere zware klussen. En dan nu die cuisinière. Al vaak heeft het kreng haar in de steek gelaten. Af en toe komt de buurman langs en kan ze het daar aan vragen, maar ja, die komt ook niet dagelijks. Moeizaam staat Benoite op. Haar benen, verworden tot magere staken, duwen de stoel schrapend over de keukenvloer.

Het hondje kijkt verlangend, volgt iedere beweging van die hand. Stijf tippelt het diertje achter haar baasje aan. Als ze maar dicht genoeg bij het vrouwtje blijft, vergeet die haar niet. En inderdaad! Daar landt een stuk brood op de grond. Bibberend eet het vuilnisbakje de homp op. Nog een hele kluif want het kontje van het stokbrood is hard. Te hard voor Benoite, die het zelfs in de soep niet gesopt krijgt. De vloer likt het dier erna nog drie keer af. Voor de zekerheid nog een vierde keer, want je weet nooit of je een kruimel vergeten bent. Nu wil ze wel naar buiten, maar het baasje ziet het niet. Ook de plas die zich zigzaggend in de voegen van de tegelvloer een weg naar lagergelegen oorden zoekt, wordt niet opgemerkt, de stank die deze plas en vele vorige veroorzaakt wordt niet meer geroken.

Het is koud in huis. Toch maar weer een poging wagen. Benoite, op de voet gevolgd door het hondje, stopt wat pub in de cuisinière. Pas bij de vijfde lucifer vat er iets vlam, maar het geeft even een prachtige groene vlam en dooft dan subiet. Met een diepe zucht geeft de oude vrouw het op. Vanavond nog maar eens proberen. Stram staat ze op en wil achteruit stappen, waar het hondje zich bevindt. De oude vrouw struikelt, maar kan zich nog net aan de tafel overeind houden. ‘Arrête-toi!‘ schreeuwt ze schel naar het scharminkeltje dat deze harde woorden wel hoort en zich met de staart tussen de benen naar een kussentje naast de koude cuisinière haast. Foute boel. Baasje is boos. Treurend kijkt ze naar Benoite, die het dier alweer vergeten is en naar de warmte wil. Buiten op een krukje zakt Benoite neer. Geleund tegen de gevel van natuurstenen laat ze de zon op haar lijf schijnen. Ze trekt het blauwe keukenschort tegelijk met haar pyamabroek wat op zodat de stralen direct haar oude botten verwarmen. Het hondje, alweer als een schaduw die niet van haar zijde wijkt, zit strak naast het krukje en houdt angstvallig Benoites gezicht in de gaten. Daaraan leest ze af of er nog eten gaat komen. Als het gezicht geen blijk geeft van naderend brood, rolt het hondje zich rillend op. Met een diepe zucht schuift ze haar neus onder de staart.

Benoite poert met haar wandelstok gedachteloos in het met gras begroeide erf. Haar ogen, gewend aan het beeld, zien niet de bende van vergeten, kapotte voorwerpen en zien tevens niet de schoonheid van het uitzicht op de bergen. De warmte maakt loom en Benoite doet haar middagdutje op haar krukje. Richting vieren ontwaakt de oude vrouw. Ze duwt zich omhoog op haar stok. Tijd voor een tisane. Het hondje voelt de beweging en staat meteen naast haar baasje. Ze trippelt achter haar aan en wacht naast het kastje van de waterkoker zoals ze al twaalf jaar doet. Zo meteen komt het koekje. Het baasje is goed geluimd door het dutje in de zon en in een bakje krijgt het hondje wat van de warme thee met een paar verbrokkelde petit beurres. Met schrokkende bewegingen werkt het dier de lekkernij naar binnen en vergewist zich na tien keer het schaaltje uitlikken of er echt niets is achtergebleven. Gehaast verlaat ze het schaaltje om zich weer aan de benen van Benoite te hechten.

De ambulancebroeders ritsen de zak dicht. Voorschriften. Ze kennen haar wel, wie kent Benoite nou niet? La factrice vond haar vanmorgen. Gevallen. Met haar hoofd tegen de cuisinière. Haar slof was uit, alsof ze ergens over gestruikeld was. Het hondje sliep naast haar. Een van de broeders schuift het hondje nu met zijn voet opzij. Het oude mormeltje wil niet wijken. Benoite schuift naar binnen. Een van de weinige keren dat ze in een auto zal rijden. De autodeuren slaan toe en de wagen rijdt schuddend het door gaten gesierde erf af. Het hondje rent achter haar baasje aan, maar kan aan de weg nog net worden tegengehouden door buurman Pierre.

De familie heeft de burgemeester gevraagd het huis te sluiten en de sleutel op te sturen. Maar nu, wat moet er met het hondje? Niemand wil het oude, foeilelijke mormeltje hebben en niemand wil de kosten van in laten slapen op zich nemen. Pierre offert zich dan wel op om het beestje naar de SPA te brengen. Halverwege de zestig af te leggen kilometers bedenkt Pierre dat hij wel goed, maar niet gek is. Het hondje dat op de passagiersstoel zit te bibberen, heeft van de zenuwen een plas gedaan. Gehaast om verdere ellende te voorkomen, opent Pierre over haar heen gebogen de deur en gooit het hondje naar buiten, alwaar het beest een flinke schuiver maakt …

Althans, zo zou het gegaan hebben kunnen zijn.

Ik rijd door de pikdonkere nacht naar huis als er voor me op de weg een ree ligt. Ik kan nog net op tijd remmen. Altijd akelig om over een dier, ook al is het dood, te rijden. Ik stap uit om het beest aan de zijkant van de weg te leggen voordat er ongelukken van komen. In het licht van mijn koplampen loop ik naar het hertje. Hertje? Het is een hond! Hij lijkt dood. Zacht streel ik zijn vacht en voel nattigheid. Bloed? Hij is nog warm. Hij moet net zijn aangereden. Op het moment dat ik hem op wil pakken om aan de zijkant te leggen, tilt hij zijn kop op. Oude oogjes kijken me waterig aan. Een spits bekkie met al veel wit duwt zacht tegen mijn hand. Mijn dierenhart breekt. Ik til hem op zijn poten, maar hij kan niet meer staan. Ik vrees het ergste en besluit hem mee naar huis te nemen om vandaar de dierenarts te bellen of ik midden in de nacht langs kan komen met een gewonde hond om hem in te laten slapen.

Thuis lijken de uitwendige verwondingen mee te vallen! Het blijkt een teefje en zo te zien heeft ze geen pijn, wel is ze oerlelijk en broodmager. Ik leg haar in een mandje en geef haar hondenvoer van onze honden. Ze schrokt het op alsof ze in geen dagen eten heeft gehad. De volgende dag als ik wakker word, scharrelt ze al door de kamer. De schaafwonden over haar lijf zullen wel bijtrekken. Zou ze weggelopen zijn? Ik zoek naarstig naar een eigenaar. Één week. Twee weken. Zet haar op internet op chien-perdu.org, maar niemand meldt zich. Ze heeft geen verplichte identificatie zoals een chip of tatoeage, locale dierenartsen kennen haar niet, naar de SPA gaan dan word ik opgezadeld met een administratieve stapel papier waar l‘annuaire jaloers op is en in laten slapen vind ik akelig. Met risico op een echtscheiding, blijft ze.

Het is een schatje, ze volgt me overal, is aanhankelijk tot en met, wil niets liever dan koekjes snoepen en verliest me geen moment uit het oog. Collant noemt een buurvrouw dat, nou zeg maar gerust autocollant. Maar, na een paar dagen wil ze geen hondenvoer meer. Ik probeer van alles. Spring hoog en laag, koop duur en goedkoop voer, maar eten wil ze nauwelijks, wel kwispelt ze dankbaar bij alles wat ik doe. De buurvrouw aan wie ik het verhaal vertel, zegt dat het een macaroni-hondje is. Dat had ik zelf kunnen bedenken. In Frankrijk kun je voor mensen geen volkorenmacaroni vinden maar voor honden verkoopt men het in grootverpakkingen. Maar ook macaroni wil het oude hondje niet. Het blijkt alleen maar brood te willen. Wit brood welteverstaan. Wat kan ik me als vegetariër nog meer wensen dan een broodhondje? Nou, misschien een zindelijk hondje …?
En we noemen haar … ‘arrête!’.

Iemand misschien … ?

(Meer van zulke verhalen in: “Du vin, du pain, du… pindakaas?”)

Roos Boum woont de in Limousin. Ze debuteerde in 2007 met “Valse salie, Kroniek van een verscheurde jeugd” (Scrivare, 2007), een bestseller in zijn genre. Hierna verscheen “Doodziek en springlevend” (SWPbooks-NINO kinderboeken, 2008), gevolgd door “Du vin, du pain, du…pindakaas?” (Scrivare). Najaar 2011 kwam bij Uitgeverij Ellessy “De mythe van Mellifera” uit. Voorjaar 2012 verschijnt “Zonder poespas naar de tapas”. Voor meer info over de schrijver http://www.roosboum.nl

  1. 8 Reacties op “Het macaroni-hondje”

  2. Door Eduard op 24 jan, 2012

    Die Roos, naast Van Dis op deze site! Dat had ik even niet verwacht. Heb pas Mellifera uitgelezen en werd daar wel even stil van.
    Uitkijkend naar je volgende werk of kan ik maar beter uit kijken voor je volgende werk?
    Super hoor, Eduard

  3. Door VillaVerte op 25 jan, 2012

    Dag Roos. Ik heb genoten van je verhaal, ontroerend beschreven. Mag ik je vragen hoe je de voorgeschiedenis van het hondje kent?

  4. Door Roos Boum, auteur op 25 jan, 2012

    Dank Eduard en VillaVerte voor jullie complimenten.

    @VillaVerte, ik ken de voorgeschiedenis niet van het hondje. Vandaar dat ik schreef: Althans, zo zou het gegaan hebben kunnen zijn.

    In tegenstelling tot andere honden die ik van de straat heb geraapt, is dit geen mishandeld hondje. Ze is duidelijk nooit geslagen of geschopt, heeft duidelijk altijd erg veel aandacht gehad. Dus ze moet een fatsoenlijke baas hebben gehad. Het hondje is niet weggelopen, want niemand kent het in de wijde omgeving. We kunnen ons niet voorstellen dat iemand bij leven en welzijn dit schatje zomaar wegdoet, dus er moet een reden voor zijn (behalve dat ze oud is en haar plas niet meer kan ophouden). Dan ga ik verzinnen wat dan de reden had kunnen zijn en ik kom alleen maar uit bij dat de eigenaar moet zijn overleden en de nabestaanden met het diertje geen raad wisten.

    Benoite is geheel gestoeld op een eenzame oude vrouw bij ons in de buurt. Ze komt onder een andere naam ook terug in mijn boek Du vin, du pain, du… pindakaas? Echter zij had geen hondje, maar zo zou het gegaan hebben kunnen zijn …

    Roos

  5. Door marleen de Roo Mensink op 30 jan, 2012

    Hoi Roos!
    O,wat een mooi verhaal,zit natuurlijk alweer met tranen in mijn ogen! Maar het loopt zo goed en vooral leuk af!
    Wij kennen ook zo’n vrouwtje in Frankrijk. Ieder jaar kijk ik of ze nog onder haar grote strohoed buiten zit. Inmiddels wel zonder haar verwaarloosde schaapjes.
    En hondjes kunnen wij ook goed vinden hoor!
    groetjes,Marleen

  6. Door Roos Boum, auteur op 30 jan, 2012

    Hallo Marleen,

    Wat leuk dat je het gelezen hebt! Dank voor je complimenten! Ik hoop dat het zonnehoedvrouwtje nog lang op haar bankje mag zitten daar bij jou. Toch beter dan in een bejaardentehuis achter de geraniums, denk ik.

    En wie weet is het andersom, vinden de hondjes jou!

    Groetjes Roos

  7. Door AnneRie op 30 jan, 2012

    Hoi Roos,

    Wat een ontroerend verhaal. Fijn dat het “in het echt” goed afloopt. Ik had er geen idee van dat men in Frankrijk honden volkorenmacaroni voert. Maar misschien zijn wij hier in Nederland wel wat doorgechoten met al onze dure honden en katten-diners ;-) Vroeger kregen de dieren bij opa ook gewoon de restjes.

    Groetjes, AnneRie

  8. Door lieke op 31 jan, 2012

    Hoi Roos, ik heb genoten van jouw verhaal en inmiddels ook andere verhalen gelezen op deze site.
    Zoals ik al aankondigde ben je nu ook op mijn blog te lezen!
    Succes met al je projecten, en tot van de zomer! Liek

  9. Door Roos Boum, auteur op 1 feb, 2012

    Dag AnneRie en Lieke, ja, jullie als Frankrijkbewoners zullen wel veel herkennen uit het stukje.

    @AnneRie, hallo dank voor je reactie. Het zijn zelfs speciale zakken hondenmacaroni van 25 kilo, maar het is wel met vleessmaak geloof ik. Althans ik heb het zelf maar niet geprobeerd ;-)

    @Lieke, wat leuk dat je het weer via je blog beschikbaar maakt! We zien jullie in de zomer! Tot ziens.

Reageer