Mensen uit mijn dorp

7 mrt, 2012 Onderdeel van paysages

Column door Dick Dijs

De treinreis van Parijs naar Poitiers begint met een aangename verrassing en verloopt ook verder erg plezierig. Bij het instappen begroet de conducteur ons vriendelijk, zeg maar: heel enthousiast. “Bonjour Diecke!” Ik kijk verrast op en herken pas na een paar korte, maar nu eigenlijk toch wel veel te lange seconden, het gezicht onder de pet. “Bonjour Marcel! Mon vieux, heb je dienst vandaag?” Dat heeft-ie, maar hij maakt er zich met een Jantje van Leiden van af. Hij begroet de rest van mijn gezelschap ook enthousiast, geeft het sein ‘veilig-voor-vertrek’ en loodst ons naar een eerste-klas-wagon. Daar schuift hij de deur van een compartiment open, vraagt de daar aanwezigen of zij gereserveerd hebben en jaagt ze, als dat niet het geval blijkt je zijn, beleefd maar resoluut naar een ander deel van de trein. Dan kunnen we ons gezellig op hun plaats nestelen en eens even lekker bijpraten. De medereizigers worden op die trip niet gecontroleerd – althans niet door Marcel. Die heeft nu eventjes andere dingen aan zijn hoofd.

Jacqueline

Jacqueline is, van ouderdom, in haar huisje overleden. ‘s Morgens nog had zij het vuur in de openhaard aangestoken en ‘s middags in spekvet een ei met tomaat en ui en knoflook gebakken. En nog maar een glas rode wijn gedronken, want daar spuugde zij echt niet in. Jacqueline veranderde niet graag haar gewoontes. Dus bleef zij in haar eigen huis wonen, rommelde nog wat in de groentetuin, begoot elke dag de bloemen, gaf de kippen te eten, kookte haar eigen potje, beredderde ook verder het huishouden en was altijd blij als een van haar drie zoons op bezoek kwam. Die woensdagavond waren zij, min of meer bij toeval, alle drie tegelijk op bezoek. Jacqueline moet dat heel fijn hebben gevonden. En ook wel genoeg. Want in hun bijzijn gaf zij plotseling de geest. Zij was 96 jaar.

Henri en Jojo

Zo, eindelijk! De autobus van buurman Henri is vertrokken of beter gezegd: de overblijfselen van de bus van Henri zijn weg, met een takelwagen opgeruimd door een in schroot handelende manouche*). Het vertrek van de bus is stiller verlopen dan zijn aankomst, ruim tien jaar geleden. Henri had het vehikel cadeau gekregen van een bevriende busondernemer uit een nabij gelegen stadje, die het vanwege ouderdomsslijtage had afgedankt, er eigenlijk mee in zijn maag zat en dus blij was dat hij er van af kon. Het ding kreeg een prominente plaats naast de jeu de boules van Henri, onder een grote eik en duidelijk in het zicht van overbuurman Jojo, wie dat helemaal niet aanstond en die dat niet onder stoelen en banken stak.

Dus dat werd bonje. Jojo liet duidelijk en op zijn Frans, dat wil zeggen schreeuwend en zwaaiend, weten dat dat kreng ogenblikkelijk weg moest, dat hij dat uitzicht niet wilde, dat hij er van overtuigd was dat die bus binnen de kortste keren tot een roestig wrak zou zijn vervallen en dat hij er werk van zou maken. Dus kwam de burgemeester een kijkje nemen, die ter plekke zei dat hij er niets tegen kon ondernemen, tenzij Henri weigerde de bus van de wielen te ontdoen, wat met hulp van wat van zijn vrienden gauw was gedaan. Maar Jojo liet, weer op zijn Frans en dus weer schreeuwend en zwaaiend, weten het er niet bij te zullen laten zitten. Hij nam contact op met de milieu-afdeling van het departement, waarvan een paar weken later iemand de situatie kwam bestuderen, waarna die iemand nooit meer iets van zich liet horen.

Intussen ging de strijd wel door. Op Henri’s verzoek en als reactie op de actie van Jojo schreef buurman Joseph een verzoekschrift voor het departement. Henri ging met dat voor hem belangrijke papier de buurt in om handtekeningen te verzamelen. Ik was als eerste aan de beurt en ik maakte van de gelegenheid gebruik Henri op het hart te drukken dat die brief schoon moest blijven, dus dat hij daarmee niet zomaar open en bloot de hele buurtschap af kon gaan, maar dat ik daar wel wat op wist. Ik deed het vel ruitjespapier in een plastiek map en die weer in zo’n platte en zwarte diplomatenkoffer. Daarmee ging Henri, in zijn groenige tuinbroek en de ruitjespet scheef op de kop, van huis tot huis. Die broek en die koffer: een groter contrast liet zich nauwelijks denken. Om daar zo lang mogelijk plezier van te hebben, keek ik hem na tot hij om de bocht bij de boerderij van Michel en Fernande uit het zicht verdween.

Wat dagen later kwam Jojo met een zelfde soort brief op de proppen, maar wel met een averechtse mening, dus een bezwaarschrift. Ik weet niet wie de meeste handtekeningen verzamelde, maar wat later heb ik, tot verbazing van sommigen, tot vermaak van anderen, openbaar gemaakt dat ik heel gulhartig beide brieven had ondertekend. Om de gemoederen te sussen, stelde ik voor dat ze een heg achter de struiken in Jojo’s tuin zouden planten, zodat die diens uitzicht op de bus zou wegnemen. Maar die oplossing was voor deze Fransen te pragmatisch. “Verboden is verboden”, schreeuwde Jojo. “Ik heb toestemming van de burgemeester”, riep Henri terug. De bus bleef staan, de struiken in de tuin van Jojo vormden allengs een dichte haag, Henri en zijn vrienden hadden in deze tot zomerkamer gepromoveerde bus jaren lang plezier met kaarten, schransen en drinken. Na een jaar of drie konden Henri en Jojo weer samen een glas drinken. Jojo kreeg overigens, en niet als verrassing, wel gelijk: het vehikel verviel, door gebrek aan ook maar enig onderhoud, tot een onooglijk wrak. Dat is dus weg. Net als Jojo. Die is enkele jaren geleden naar het centrum van het dorp verhuisd.

*Argot voor zigeuner – in het officiële Frans gens du voyage (reizigers) genoemd – een beleefde term voor zwervers.

Dick Dijs woont in Frankrijk. Hij is de auteur van een boek vol versnaperingen voor fijnproevers van het Franse plattelandsleven: Wonen naast God (Leonon Media, 2007)

  1. 2 Reacties op “Mensen uit mijn dorp”

  2. Door Janneke Piets-van Schothorst op 26 nov, 2014

    Hoi Dick,

    Ben jij de broer van Luut? Met Luut samen heb ik de Transsiberische treinreis gemaakt in 2001 alweer.
    Heb net een site gevonden met oude foto’s uit NL. Uit ons ouwe durp. O.a. foto van Klein Rhodus. Zegt dat je wat?
    Hartelijke groet,
    Janneke

  3. Door Janneke Piets-van Schothorst op 26 nov, 2014

    Nog even: Wat scrijf je een leuke stukjes!!
    Overigens ken ik Frankrijk het beste wat betreft de Morvan: heerlijke streek!
    Wederom gegroet door Janneke

Reageer