Na een laatste winter

28 mrt, 2012 Onderdeel van paysages

Column door Roos Boum (vervolg op Het macaroni-hondje)

Het is woensdag zeven uur in de ochtend. Het macaroni-hondje staat achter de tralies al te trappelen om bevrijd te worden. Met haar oude, tranende oogjes kijkt ze me, nu nog, verwijtend aan. Echt, ze kan boos kijken! Zoals iedere dag open ik het deurtje van de kamerkennel. Nog voor het deurtje helemaal open is, struikelt ze met veel kabaal naar buiten. Zich heftig uitschuddend, waarbij ze bijna omvalt, begint ze met haar kop, om als laatste te schudden met dat veel te magere kontje. Haar verwijt is alweer vergeten en samen rennen we naar de deur voor haar hoognodige plas. De drie andere honden drommen om haar heen en na een vluchtig snuffelen doet ieder wat hij moet doen op een vaste plek. Voordat ik het macaroni-hondje vond, ging ik wandelen. Aangezien zij niet zo ver meer kan, doen we dat nog maar één keer per dag. Onze “tuin” hier bij ons boerderijtje in de Limousin is groot genoeg, we ruimen het wel weer op.

Vanachter de kleine ruitjes van het keukenraam bekijk ik de honden en het uitzicht met de nog berijpte Franse velden. Koeien lopen traag achter hun stier aan. Laaghangende mist op de velden omhult hen, hun pootloze lichamen drijven op het zachte grijs. De zon komt oranje op achter de bergen in de verte. Solstice vandaag. Het is de eerste dag van de lente. Het was een lange winter dit keer, het is goed dat de zon is teruggekeerd. Met moeite ruk ik me los van het mooie schouwspel en wijd me aan mijn eerste, onplezierige, dagelijkse taak: het verwijderen van natgeplaste dekentjes uit de kamerkennel, want dat is waarom het macaroni-hondje daar ‘s nachts in opgesloten zit.
Al doende met de dekentjes, bedenk ik wat ik het macaroni-hondje zo meteen te eten zal geven. Ze blijft verschrikkelijk lastig met eten. Ik moet mijn hele hondenvoertrukendoos opentrekken en al mijn creatieve zeilen bijzetten om haar íéts lekker te laten vinden en dan nog eet ze maar net voldoende om niet dood te gaan.

Gelukkig is het wel een stuk beter nu ze pijnstillers heeft. Vorige week zou de dierenarts me begrepen hebben als ik haar gelijk in had willen laten slapen, zo mager en zoveel zwakker is ze geworden, maar ik gun haar nog zó een fijne zomer. Ik weet dat ze erg oud is, maar nadat ze vorig jaar door haar vorige eigenaar op straat moet zijn gedumpt, weggegooid als een opgerookte peuk, en ik haar gered heb, hoop ik dat ze nog een tijdje bij ons kan genieten van de zon, de andere honden en, gewoon, van het leven. Met voor veertien dagen pijnstillers en antibioticapillen krijgt ze nog een kans. Als ze daarna nog niet wil dan moeten we haar besluit respecteren.
Met twee tassen vol verschillende soorten hondenvoer, kwam ik thuis en nu, na bijna een week, eet ze beter dan eerst. Het is nog niet om over naar huis te schrijven, maar uit de grote keur van droge brokken tot sappig vlees, is er iedere dag wel iets van haar gading en anders blijven we bij gevulde hondenkoekjes, haar favoriet.

Met de vieze dekens loop ik over het erf naar de emmers. Het macaroni-hondje haakt aan. Zoals voor de rest van de dag, zal ze niet meer van mijn zijde wijken. Ik ontwijk haar grote boodschap die ze in tegenstelling tot de andere honden, pontificaal voor de deur heeft gelegd. O nee, madam zal niet op het grasveld gaan. Bah, natte voetjes. Nee, aan haar lijf geen polonaise. Gras is voor gewone honden, niet voor haar soort.
Weer binnen blijkt haar ontbijt te moeten bestaan uit brood. Maar vreemd genoeg niet het zachte witte, nee, de harde korst. Een tweede korst wil ze niet en Fido-hondenvoer is out vandaag, Frolic is in.

Ik zet me aan het werk, tegenwoordig niet op mijn werkkamer, maar met laptop op schoot. Het macaroni-hondje zou graag de laptop zijn geweest, maar neemt genoegen met een positie waarbij ze haar kop posteert tussen mijn dijen. Haar zwarte dropneusje zit oncharmant zowat in mijn kruis. Een verwachtingsvolle blik staart me vanonder mijn laptop grappig aan, bedelend om aandacht. Het zal maar even duren, over een paar minuten zal ze zich zuchtend in berusting oprollen op een kleedje, dat ik speciaal voor haar pal naast mijn stoel heb neergelegd. De andere honden zijn wat jaloers en proberen af en toe het plekje zo dicht bij de baas in te pikken, maar het macaroni-hondje heeft een streepje voor en mag best extra verwend worden op haar leeftijd.

***

De avond is nog warm. Deze eerste lentedag is zijn belofte nagekomen en Zuid-Frankrijk heeft weer waarvoor Erik en ik geëmigreerd zijn: al vroeg in het jaar de lome warmte op de late avonden. Ik loop naar de stallen in de grote, natuurstenen schuur waarvan de muren de hitte van de dag nog uitstralen. De padden in onze vijver roepen tutend naar hun toekomstige partners. Buiten dit en de akelige schreeuw van een uil in de verte en het stromende water in de vijver, is het stil. Heerlijk stil. Onze vier honden rommelen op het erf voor de laatste toiletgang van deze dag. Ik voer de paarden hun hooi, geef hen stro voor de nacht en verbaas me dat het macaroni-hondje niet in de stal achter me staat. De honden mogen niet in de stal omdat ze de paardenmest eten en ervan gaan stinken, maar voor haar maak ik een uitzondering. Tenslotte is mest niet slecht voor een hond en met alles wat ze überhaupt eet, ben ik blij. Afijn, ze zal wel druk zijn met snuffelen. Zo tegen het slapengaan loopt ze nauwelijks omdat de dag haar uitgeput heeft.

Ik doe de lichten van de stallen uit, de nacht daalt over het erf. Langzaam loop ik terug naar het huis. Sterren, honderdduizenden, miljarden sterren staan in hun witte helderheid aan het zwarte uitspansel. Een vliegtuig met een rood lichtje glijdt geluidloos door het zwart. De padden plonzen zwaar in het water van onze, midden in het grasveld gelegen, vijver. Ze hebben me zeker gezien. De vijverpomp maakt gorgelende geluiden. Morgen even naar kijken. Ik roep de honden. Drie voegen zich bij me. Op de stoep speur ik het erf af naar mijn macaroni-hondje. Roepen heeft geen zin, ze is stokdoof. In de stilte spits ik mijn oren of ik haar ergens hoor scharrelen. De padden plonzen nog steeds en de pomp gorg-
NEE! Binnen een seconde sta ik bij de vijver! Ik zie haar niet in het donker maar ik hoor haar poten plonzen en een hoestend gegorgel. Ik ren naar het huis en gil naar Erik. Terug naar de vijver, daar! Vlak bij de kant! Met alleen nog haar glimmend zwarte neusje boven water, vecht het macaroni-hondje voor haar leven. Haar poten maaien nog maar traag, een afschuwelijk beeld voor eeuwig op mijn netvlies gebrand. O merde, merde, merde. Ik grijp haar halsbandje en houd haar koppie boven water, vriendlief tilt het normaal gesproken lichte hondje uit de vijver. Werkelijk meer dood dan levend ligt ze schokkend op het gras. Ze lijkt niet meer bij kennis. Jezus, wat doe je met een drenkeling? Water eruit drukken. Ik druk op haar borst. Haalt ze wel adem? Ze snakt naar adem, maar de lucht lijkt niet naar binnen te gaan. Ik zet mij mond op haar neusje en blaas. Duizend gedachten schieten door me heen, wat overheerst is: niet zo. Niet op deze manier. Niet na alles wat ze overleefd heeft. Niet na gedumpt en aangereden te zijn, te moeten verdrinken in de vijver van je redders. Niet zo. Niet zo. Alsjeblieft niet zo.
Naar binnen met haar, naar de warmte van de kamer. Druipend, hangt ze slap in de armen van mijn vriend. Hoe lang heeft ze in het water gelegen? Hoe lang was ik bij de paarden? Zeven minuten? Tien minuten? We leggen haar in een mand naast de kachel. Ik ros het bewusteloze, naar adem happende hondje droog.
Hoe kan ze nu in het water gevallen zijn, ze komt normaal niet eens op het gras, laat staan bij de vijver! Ze reageert nergens op. Voorzichtig draaien we het slappe dier om, om de andere kant droog te rossen. Ze rilt van onderkoeling. Extra hout op de kachel, warmte, warmte, warmte. Dekens, een slaapzak. Een kruik. Ik warm haar ijskoude voetjes met mijn handen. Voetjes die niet op gras wilden. Wat deed ze daar? Dan begint haar lichaam ongecontroleerd te schokken als in een epileptische aanval. Laat het over zijn. Laat haar dan nu mogen vertrekken naar de hondenhemel. Maar ze gaat niet. Het schokken wordt minder, ze lijkt echter niet bij kennis. We overleggen. Ik wil naar de dierenarts om haar te helpen vertrekken, dit gaat haar verzwakte lichaam niet redden, ik wil niet dat ze lijdt. Mijn vriend vindt dat te overhaast, laten we haar een kans geven.
Ik zit bij haar mand, verschik af en toe een dekentje, maak haar oren van binnen droog, zorg dat haar neusje vrijligt zodat ze haar moeizame ademhaling kan voortzetten, aai haar kop. Ze heeft het vreselijk benauwd. Haar longen moeten vol water staan. Ze heeft een dubbele ademslag, na haar ribbenkast zet ook haar buik sterk uit. Ieder ademhaling eindigt in een kuchje, als wil ze hoesten, maar ze is te zwak om te hoesten. Na een kwartiertje komt er slijm uit haar bek. Na nog een half uur is dat rood. Bloed. Twintig minuten later zijn we bij de dierenarts. Ze had een hekel aan hem. Zelfs nu in haar half bewusteloze toestand, merkt ze toch waar ze is. Zwaaiend wil ze gaan zitten in haar mand die we als brancard gebruikt hebben, ze kan het niet meer. Bloederig slijm hangt aan haar bekje. Discussie is niet meer mogelijk.

Ik hoor mijn tranen druppen op mijn parka. Door de pikzwarte nacht rijden we naar huis over het verstilde Franse platteland. Het macaroni-hondje is bij ons. Morgen zullen we haar toevertrouwen aan Moeder Aarde, het hondje zal ons achterlaten met de vraag: waarom?

***

Haar voerbakje ruim ik op. Het is raar dat ik niet om hoef te kijken om te zien of ik niet op haar pootjes ga staan. Ik denk haar getrippel te horen. Ik sta een poos met haar medicijnen in mijn hand. Het kleedje speciaal voor haar vouw ik op. Er drupt zout water op. De kamerkennel, voor haar gekocht, is al naar zolder. De antieke kist die er vroeger stond, staat weer terug op zijn plek na acht maanden elders gebivakkeerd te hebben. Acht maanden slechts heeft het macaroni-hondje bij ons mogen zijn. Ik hoop dat ze het fijn gehad heeft. Dat ze zich gewaardeerd heeft gevoeld.
Dan valt mijn oog op de automatische drinkbak … hij staat droog.

Hoe zwaar kan schuld voelen.

Roos Boum debuteerde in 2007 met “Valse salie, Kroniek van een verscheurde jeugd” (SWPbooks – ivare) een bestseller in zijn genre. Hierna verscheen “Doodziek en springlevend” (jeugd 9+) gevolgd door “Du vin, du pain, du… pindakaas?” (SWPbooks – Scrivare). Afgelopen najaar kwam bij Uitgeverij Ellessy “De mythe van Mellifera” uit. Voorjaar 2012 verschijnt “Zonder poespas naar de tapas”. Voor meer info over de schrijver www.roosboum.nl

  1. 12 Reacties op “Na een laatste winter”

  2. Door Ursula op 28 mrt, 2012

    Hi Roos,

    wat ongelofelijk verdrietig,maar
    maar schuldig hoef jij je niet te
    voelen het was een naar ongeluk.
    Ontroerend om te lezen,het trieste
    einde van je macaroni hondje,die
    geheel onverwacht van je is heen-
    gegaan.Ik wens je sterkte om het
    verlies van je hondje te verwerken.

    lieve gr,Ursula

  3. Door Marie Louise op 28 mrt, 2012

    Dag Roos,
    Ik werd nieuwsgierig door je aankondiging waarom er je er niet was. Wat een triest verhaal en wat gelooflijk lief van jullie dat je macaroni hondje hebt kunnen redden van een akelig einde, niet wetende dat er nog meer narigheid aan zou komen.
    Petje af en sterkte.
    lieve groet
    Marie Louise, een enorme dierenliefhebber

  4. Door Roos Boum, auteur op 28 mrt, 2012

    Dank voor jullie lieve woorden, Ursula en Marie Louise. Het blijft toch onze schuld, beter moeten opletten dat ze drinken had. Dat blijft knagen.

  5. Door Ina op 28 mrt, 2012

    Roos,
    hier ook tranen,hoor….pfff… je voelt het helemaal in je hele lijf…..Oh….wat verdrietig…..Jullie zijn geweldig voor haar geweest,en das ongetwijfeld wederzijds….
    Sterkte voor jullie met het verwerken van dit verlies,

    Liefs,Ina

  6. Door Chantal op 29 mrt, 2012

    Geweldig weer wat je allemaal produceert, ik lees het binnenkort grondig door, nu alleen even een reactie, en een Tweet en FB gedaan voor je hoor…

  7. Door marylou op 29 mrt, 2012

    Wat een triestig verhaal

  8. Door AnneRie op 29 mrt, 2012

    Wat triest Roos.Ze heeft heerlijke maanden bij jullie gehad. En schuldig voelen is logisch. Maar wat uiteindelijk overblijft is jullie thuis waar ze zich eindelijk een geliefd hondje wist.
    Knuffel, AnneRie.

  9. Door Roos Boum, auteur op 30 mrt, 2012

    Dank mensen, voor jullie bemoedigende woorden. Ik houd me maar vast aan het goede dat ze gehad moet hebben hier. Hoop ik.

    Roos

  10. Door Ellen Dros op 30 mrt, 2012

    Lieve Roos,
    Wat zielig… Ik heb een brok in mijn keel nu, na het lezen van jouw verhaal.
    Natuurlijk hoef jij je niet schuldig te voelen want als jij heem niet had gevonden destijds dan had hij niet zo’n heerlijke oude dag gehad (al was het maar kort).
    Ik vraag me trouwens af of ik dit hondje afgelopen zomer heb ontmoet.
    En je weet het hè? in de natuur gaat het allemaal veel sneller. Jij hebt met de medicijnen en je goede zorgen nog best lang van hem (en hij van jullie) mogen genieten.
    Nee Roos… ik kan niet anders zeggen dan dat jij het beste dierenpension van de hele wereld hebt. Geniet van die ander drie donderstenen en wie weet… staat er binnenkort weet zo’n figuur voor je> Ze weten je kennelijk te vinden. (-; dikke kus van Ellen.

  11. Door Lieve op 30 mrt, 2012

    Ode aan het macaroni-hondje met al de mankementen die hem eigen waren, toch zo bemint door jullie. Zo mooi geschreven, maar innig triest.
    Sterkte met dit verlies,
    Lieve

  12. Door Roos Boum, auteur op 2 apr, 2012

    Dag lieve mensen, het doet me werkelijk goed dat jullie me zoveel bemoedigende woorden toespreken. Op moment van dit postje is het bijna veertien dagen geleden dat ze is overleden en langzaam slijten de harde kantjes van het schuldgevoel eraf. Het gemis is er nog steeds, maar ook dat zal slijten.
    Een warme groet, Roos

  1. 1 Trackback(s)

  2. 29 mrt, 2012: Column van mijn ‘partner in crime’ « Mijn kijk op de wereld…

Reageer