1
1
2-300x75
3-300x75
4-300x75
5-300x75
6-300x75

Belofte

14 mrt, 2014 Onderdeel van proses

Column (verhaal) door Anneloes Timmerije

Zodra hij de deur opendeed, wist ik dat we bij elkaar in de klas hadden gezeten. En hij ook. In de zeven jaren die verstreken waren sinds het eindexamen hadden we beiden een half leven geleefd, zoals dat kan op die leeftijd. Ik zat bij de krant, hij zat aan de drugs. Daarom stond ik die middag bij hem op de stoep. De directe aanleiding voor het interview ben ik vergeten – ik heb een brokkelige herinnering aan een plotse toename van het aantal verslaafden in de stad en de aankondiging van een verscherpt beleid van gemeentewege. Zoiets zal het geweest zijn. Geen idee meer hoe ik bij hem uitkwam. Misschien had ik wel een rubrieksadvertentie geplaatst, dat deden we toen nog wel eens. Ik elk geval wilden wij van de redactie Binnenland weten wat dat nou is, verslaafd zijn. Daarover viel anno 1980 een hoop te vragen.

Voor we begonnen, wilde hij eerst iets zeggen én ik moest een belofte doen, anders ging het feest alsnog niet door. Hij zal de tekst van te voren willen inzien, dacht ik. Nu is dat bijna een vanzelfsprekendheid, toen deden verslaggevers daar niet aan, met uitzondering van hoge bomen, slachtoffers van misdrijven en de minister-president.

Hij zei: ‘Je mag me nooit vertrouwen. Mij niet en geen enkele andere verslaafde. Ik ben nu goed, en we kennen elkaar van vroeger, anders was ik er niet eens over begonnen, maar les één in de omgang met een junk is: niet vertrouwen.’

‘Oké.’

‘Je moet beloven dat je me nooit een fix geeft.’

‘Daar kan ik niet eens aankomen.’

‘Beloof het.’

‘Ik beloof het.’

‘En je mag me nooit geld geven, ook al zeg ik dat je het over een paar dagen terug krijgt.’

‘Ik zal je nooit geld geven of lenen.’

‘Goed,’ zei hij, ‘wat wil je weten?’

Hij vertelde zijn verhaal, ik schreef het op, de krant bracht het uit. Op een zaterdag. De maandag daarop stuurde ik hem een krant in een envelop met een briefje erbij. Over een paar maanden zou ik weer eens contact met hem opnemen, horen hoe het ging met zijn plannen om af te kicken.

Vrijdag belde hij naar de redactie.

‘Wil je me vijftig piek lenen, alsjeblieft?’

‘Nee, zei ik, ‘ik leen je geen geld.’

‘Twintig dan?’

‘Ik kan methadon voor je regelen.’

Stilte.

‘Ik ken iemand bij de GGD. Als je er nu heen fietst, dan bel ik en zorg ik dat je meteen aan de beurt bent.’

Het was een leugen, ik kende niemand bij de GGD, maar als hij ja had gezegd, had ik het geregeld, dat wist ik zeker.

Hij zei geen ja, hij hing op.

Een week of twee, drie daarna schoof een collega van de Stadsredactie bij mij aan. Ze kwam zó van de maandagse persconferentie van de politie en vertelde dat ‘mijn junk’, zoals hij ter redactie was geen heten, dat weekend de snelweg op was gelopen. Pal voor een vrachtwagen.

Soms, als het ijskoud en zonnig is, zoals vandaag, denk ik aan hem en aan mijn belofte.

 

Anneloes Timmerije woont in Frankrijk. Ze is van huis uit journalist en auteur van literaire en historische non-fictie. In 2005 maakte ze haar fictiedebuut met de verhalenbundel Zwartzuur, dat goede kritieken ontving en de winnaar was van de Vrouw&Kultuur Debuutprijs 2006. Ze werd genomineerd voor meerdere andere prijzen. Op dit succes volgden Timmerijes eerste roman, De grote Joseph (2010) en de verhalenbundel Slaapwandelen bij daglicht (2012), die op Schrijver in Frankrijk is besproken. Ze heeft al verklapt dat in de herfst van dit jaar een tweede roman zal verschijnen, die ze samen met haar man Charles den Tex heeft geschreven.

 

Reageer