Het bos waar je lang wacht

3 mrt, 2015 Onderdeel van pensées

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

Als Hella Haasse haar prachtige boek vandaag zou hebben geschreven, denken jullie dat ze dan met een titel als ‘Het woud der verwachting’ had mogen komen? Vertaling van het Franse forêt de longue attente. Néééé! Stel je voor! Neem alleen al het woord ‘woud’. Wie gebruikt dat woord nog? Een woud is een bos, maar dan in het groot. In wouden heb je diepten waar wilde dieren zich schuil houden, waar, naar wordt gezegd, heilige kluizenaars wonen, waar – dat wordt ook gezegd, gefluisterd – elfen in de rondte dansen. Dit soort bossen hebben we niet meer. We hebben alleen nog maar bossen waarin voor elke boom een bordje staat met het logo van Natuurmonumenten en met een uilteg: Dit is een eik, dit is een beuk, hier huist de eekhoorn. “Oooooh,” zeggen de mensen die voor zo’n bordje staan. Waarna een mevrouw een bitse opmerking maakt tegen de persoon naast haar omdat de hond van deze persoon zijn poot licht tegen de stam: “Als alle honden dat doen…” Dus, niet ‘woud’ maar ‘bos’. ‘Bos der verwachting’. Der?? Wat is dat, ‘der’? Opzoeken. O, dat is hetzelfde als ‘van de’. Nou ja, waarom dan niet ‘het bos van de…’? Dat is wat je noemt toegankelijker voor de mensen. En dan ‘verwachting’. Kom op! Zo’n woord met drie lettergrepen. Dat is toch véél te lang. Je haalt die lettergrepen maar door elkaar: wachtverting, vertingwacht… We hadden toch afgesproken dat kinderen exacte vakken moesten leren, nuttige vakken, cijfers en tabellen, daar hebben ze later in het bedrijfsleven wat aan, niet aan zulke onpraktische woorden. We gaan het ons daarom in het ene keuze-uur dat voor de talen overblijft niet overdreven moeilijk maken: korte woorden van hoogstens twee lettergrepen. En. Korte. Zinnen. Heel. Belangrijk! ‘Het bos waar je lang wacht’ – lange titel, maar… oké, kan er voor dit keer mee door.

Woorden

Stel je voor dat we consequent ingingen op de onzinnigheden die sinds dertig jaar door de analfabetiserings-lobby worden uitgebraakt. Want in de markt draait alles om cijfers en niet om woorden. Woorden, die drukken maar gecompliceerde gedachten en gevoelens uit. En wat heb je daaraan? Wat is daarvan het nut? Trouwens, als mensen het in hun hoofd halen kritiek uit te oefenen, dan doen ze dat met woorden. Maar als de markt perfect cijfermatig functioneert, waar is kritiek dan nog voor nodig? Dus, om ze het kritisch zijn af te leren, kunnen we ze maar het beste zo weinig mogelijk woorden leren… Wanneer we hierin zouden meegaan, dan deden we er goed aan ‘Het woud der verwachting’ – sorry, ‘Het bos waar je lang wacht’, vanaf het de eerste zin tot de laatste over te schrijven. Een ‘bewerking door’ – met de naam van de bewerker even dik als die van Hella Haasse. Vanaf de eerste zin: ‘In haar met groene gordijnen omhangen staatsiebed luisterde Valentine, hertogin van Orléans, naar het gebeier der klokken van Saint-Pol’…

Woorden die betoveren

Ik hou op. Ik heb geen zin me ook maar een seconde lang af te vragen wat een dienstklopper van het ministerie van volksdommakerij (met als staats-secretaris iemand die ‘niet al te zware boeken leest’ en met als vooruitzicht een post in een universiteitsbestuur) van deze eerste regel zou maken. Want bij het lezen van alleen al deze eerste regel – mensen, wat een vreugdegevoel welt er in me op! Staatsiebed, hertogin, gebeier dér klokken… Heerlijke woorden, juist omdat ze naar dingen verwijzen die niet tot de alledaagsheid behoren en die daarom de verbeelding prikkelen. Moet je echt weten wat alle woorden betekenen die je in een boek tegenkomt? Alsjeblieft niet! Wie weet nog wat damast is, of brokaat? Wat is karmozijnrood? Wat zijn dat voor dranken, malvezij en hypocras – die je drinkt in bokalen? Wat is een schabrak, wat is een foedraal? Maar daar zit ‘m nu juist de betovering van dat prachtige boek van Hella Haasse, in die geheimzinnige woorden die je in een wondere herfsttij der Middeleeuwen binnenvoeren. Ik was vijftien toen Hella Haasse me voor het eerst betoverde, beelden uit ‘Het woud der verwachting’ staan mij sindsdien helderder voor de geest dan veel dingen die ik zelf in de werkelijkheid heb beleefd – maar wat is zelf, wat is de werkelijkheid? Zomaar een zin: ‘De herfst trok Charles aan als geen ander jaargetijde; hij bespeurde in zichzelf een zekere verwantschap met die wereld op de grens van de winter, wanneer het land bestrooid schijnt met rood en geel goud als een bladzijde in een verlucht brevier, wanneer het geschreeuw van de zuidwaarts vluchtende vogels een weemoedige en tevens onheilspellende klank heeft.‘ Ja, vreugde!

Het woud der verwachting

Hella Haasse had zich laten inspireren door een gedicht van de Franse dichter en koningszoon Charles van Orléans: En la forêt de la longue attente, chevauchant par divers sentiers… Ik vertaal het lekker niet, moet je maar Frans leren – gauw, zolang het aan onze universiteiten nog kan. Leve het talenonderwijs, leve de humaniora!

 

Reageer