Waar zit je?

28 jul, 2017 Onderdeel van proses

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

« Waar zit je ? »

De stem van mijn grootvader, indringend, precies, netjes – een beetje draaien met de a’s, Leids: Leie…

“Waar zit je?”

Opa’s stem verraadt een vrolijke kameraderie. Zo buig je je stem wanneer je, ontheemde en een beetje pionier in een ander land, opeens wordt verrast door een teken van leven van een oude bekende die zich ook in den vreemde heeft gewaagd. Ja, ik hoor het hem nog zeggen. Hij had een neef van ons aan de telefoon die ergens in de bergen ‘zat’, en die hem een bezoekje wilde brengen.

Grensposten, wisselgeld, kaarten…

Het was wat? – veertig jaar geleden? Zoiets… Op het reizen in het buitenland had in die tijd nog een laatste laagje vernis van avontuur gelegen. Ja, aan deze spannende kant van het reizen herinnerden de grensposten, waar in die tijd nog douanebeambten met petten naar je paspoort vroegen, en of je niets had aan te geven (goed verstoppen, die flessen alcohol!) Tussen Nederland en Zwitserland minstens twee, als je over Frankrijk reed (en dat deden we) drie – in plaats van de ene die nu is overgebleven. O felix Helvetia – jij die tenminste jezelf blijft! En dan was er nog het wisselen van geld, want je had beslist wat Belgische francs nodig voor een kopje koffie in de Ardennen, wat marken voor een lunch in een Raststätte aan de kant van de Duitse autobaan, Frans geld voor een overnachting in de buurt van Metz. En – wat een afzetters, die banken! En mocht je al over een creditcard beschikken, dan was het nog maar helemaal de vraag of die overal werd geaccepteerd. En, o ja! De kaart. Uit welk jaar stamt de kaart die we hebben meegenomen? Is hij niet verouderd? – zodat allemaal wegen en snelwegverlengingen, die onlangs zijn aangelegd, er nog niet opstaan? Wie had toen gedacht dat ooit de schooljuffenstem van een anonieme Jolanda of Catharina ons vanuit een doosje dat tom-tom heet de weg zou gaan uitleggen?

Gestroomlijnd zich verplaatsen 

Aan het reizen had de stroomlijn ontbroken die er thans niet meer dan een onverschillig zich verplaatsen van maakt. Wat kon je je toen toch heerlijk ergeren aan per definitie hinderlijke landgenoten, die op het slechte idee waren gekomen bij eenzelfde restaurant langs de weg te stoppen als waar jij aan een tafeltje zat: luidruchtig van de opwinding, vrijpostig ook, en brutaal, en daarmee hun onwennigheid bezwerend, onzeker Frans of Duits brabbelend (en zij hadden natuurlijk evengoed het recht zich aan jou te ergeren als jij aan hen – weet ik). Nu stappen ze met uitdrukkingloze gezichten uit hun air-conditioned blik, hier en daar koeltjes een alles-oké anglo-dutch plaatsend, wanneer ze zich althans verwaardigen hun virtueel-global heelal te verlaten waarmee hen hun mobiel, smart phone, I-pod of -pad verbindt. Zoals die ene persoon daar, die in de rij staat om benzine te betalen, zo’n type in een loshangend streepjesoverhemd van Arrow boven een spijkerbroek en met blond achterovergekamd haar: “Ik weet niet waar ik ben, ergens in Frankrijk… Ik weet het niet, in de verte zie ik wat heuvels… O, die is net in Oslo geland? Zeg hem dat hij mij after five ff belt – normaal gesproken ben ik dan in Verbier aangekomen…”. Misère…

Samenzwerende Bataven

« O, je zit in Ferpècle !? »

Diezelfde geblaseerde figuur had Ferpècle op eenzelfde toon uitgesproken als Innsbruck, Zwijndrecht, Buenos Aires, Bussum, L.A, Frankfurt of St Raphaël. Opa niet. Hij woonde al meer dan vijftig jaar in het buitenland, in Genève, en toch: telkens wanneer een van zijn vele Nederlandse vrienden, familieleden, kennissen, met vakantie in Zwitserland, of in de Franse Alpen, van de gelegenheid gebruik maakte hem een visite te komen brengen, dan lag er in de manier waarop hij hem of haar welkom heette nog altijd iets van jongensachtig samenzweren. Bataven, gestrand in het buitenland.

 

 

Reageer