Velours d’Utrecht

26 aug, 2017 Onderdeel van paysages

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

Victor Hugo heeft zoveel geschriften op zijn naam staan, en in zoveel daarvan wordt bovendien naar verleden tijdperken verwezen, dat het niet anders kan of hij maakt hier een daar een historisch foutje. In zijn hoofdwerk Notre Dame de Paris komt een prochronisme voor. Een wat? Een prochronisme, dat is het te vroeg in de tijd plaatsen van een gebeurtenis of onderwerp (het omgekeerde is een parachronisme, en pro- en parachronismen zijn allebei anachronismen – ja, meester…). In Notre Dame de Paris wordt ergens het meubilair van een adellijke behuizing beschreven, Hugo heeft het over zetels overtrokken met velours d’Utrecht. Deze benaming van een bepaalde stof komt vaak voor in 19e eeuwse Franse romans. Wanneer ik dit bij het lezen tegenkwam, vroeg ik me altijd af: wat is dat toch ? Velours is in het Nederlands fluweel. Hebben jullie ooit van ‘Utrechts fluweel’ gehoord? Ik nooit. Ditmaal dacht ik (tot dusver was ik er blijkbaar te lui voor geweest): even opzoeken. Blijkt dat we het in Nederland over ‘trijp’ hebben. En sinds wanneer hebben we het over trijp – en de Fransen over velours d’Utrecht ? Sinds de herroeping van het Edikt van Nantes, in 1685, toen in Frankrijk de protestantse godsdienst werd verboden en tienduizenden Fransen hun toevlucht kwamen zoeken bij ons in de Republiek. Onder hen bevonden zich textielfabrikanten uit de stad Amiens, gespecialiseerd in de fabricatie van een uniek weefsel op basis van geitenhaar. Ze vestigden zich in de domstad, om daar vervolgens hun bedrijf voort te zetten. Ja, alleen vanaf dat tijdstip, einde 17e eeuw, kan men met recht van velours d’Utrecht spreken. De roman van Victor Hugo speelt zich af in het jaar 1482.

Stoffen

Vraag mij niet naar de namen van alle verschillende soorten stoffen en weefsels. Ik geloof dat weinig mensen van mijn generatie die nog kennen. Vraag mij niet naar het verschil tussen damast en brokaat en batist. Leg een rol zijde voor me, zeg me dat het satijn is, of flanel, en ik geloof je. Maar hoe fluweel eruitziet – ja, zover kom ik nog wel. Hele korte rechtopstaande haartjes, zacht als je er met je hand overheen strijkt, en glanzend. Trijp is blijkbaar een bepaalde variant binnen de familie van de fluwelen. De basis is het haar van de Turkse angorageit. Het werd gebruikt als meubelbekleding, om wanden mee te bespannen, en voor galakostuums. Ik hou van dit soort wetenswaardigheden, je reist door tijd en ruimte, van Turkije (de geit), naar Amiens (de hugenoten-wevers), naar Utrecht… En terug naar Amiens – ja, want mocht de textielproductie daar na de aderlating die de uittocht van de protestanten betekende een halve eeuw hebben stil gelegen, tegen het midden van de 18e eeuw begon het weer op te bloeien, om precies te zijn vanaf het moment dat een zekere Baptiste Morgan zich met een Louis Delahaye verbond om samen met hem een fabriek te beginnen van – ja, trijp. En zo kwam het velours d’Utrecht terug in waar het oorspronkelijk vandaan kwam. Maar het werd nooit velours d’Amiens – ook al bleef de fabricatie ervan twee eeuwen lang de glorie van het picardische textielbedrijf bepalen – het bleef voortaan velours d’Utrecht.

Amiens-Utrecht

Er bestaat trouwens nog een andere link tussen de picardische hoofdstad en Utrecht. Weten jullie welke? Nee? Het betreft de kathedralen van de beide steden. De torens van die van Amiens en de domtoren zijn namelijk precies even hoog: 112 meter. En om dit even in een perspectief te plaatsen, de Notre Dame van Parijs is maar 87 meter hoog. Victor Hugo vond dat zijn dramatisch verhaal om een even dramatische omgeving vroeg: een machtige gotische kathedraal met haar torens, haar stenen beelden en waterspuwers, haar sombere kapellen en kooromgangen, haar geheime gangen en wenteltrappen. Wie schrijft een roman die zich afspeelt in en om de Utrechtse dom? Is die niet even monumentaal en ontzagwekkend? En bovendien hoger… Die wevers die zich na 1685 in Utrecht kwamen vestigen moeten af en toe met enige onrust naar die hoge toren hebben opgekeken. Totdat ze bedachten: nee, daar gaat geen dreiging meer van uit, zoals in ons oude Amiens. Hier zijn de papen al sinds meer dan een eeuw weg.

Oude papieren

En om tenslotte terug te komen op Victor Hugo, op dat foutje in zijn meesterwerk. Hij gaf het velours d’Utrecht oudere papieren dan waar het recht op heeft. Kan zijn, maar wat te denken wanneer we in het Oude Testament het volgende vers tegenkomen: “Verder maakte hij gordijnen van geitenhaar, tot een tent over het tabernakel, van elf gordijnen maakte hij ze” (Exodus 36, 14). Dat was niet twee eeuwen maar minstens twintig eeuwen voordat men het over het velours d’Utrecht had. Die wevers die in Utrecht asiel hadden gevonden, die hadden dit vers vast en zeker gekend, goede, bijbel-vaste protestanten die ze waren.

 

 

 

Reageer