Sterren boven St Etienne

1 nov, 2017 Onderdeel van proses

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

Ieder mens heeft zijn ‘jardin secret’ (geheime tuin), zeggen de Fransen. Ze doelen daarmee niet op een omheind stukje achtertuin waar niemand mag komen, wel op een plek, een oord, een landschap dat je in je herinnering koestert, waar je ook je verbeelding mee laat spelen, en waarmee je je zo innig verbonden voelt dat je alleen bij mensen die je bijzonder na staan er wel eens een toespeling op wil maken. Zo’n geheime tuin verwijst meestal naar een omgeving waar je in je vroege jeugd iets van puur geluk ondervond. Maar wanneer je deze zelfde omgeving jaren later weer eens opzoekt, wat blijkt hij dan schimmig en schraal vergeleken bij wat je er in je ziel van hebt gemaakt, vergeleken bij je geheime tuin! Een lege huls, de betovering is weg. Je kunt er daarom maar het beste met een wijde bocht omheen gaan. Mijn geheime tuin ligt ergens in de Alpen. Ik hoef er niet meer naar toe. Ik weet dat het een tegenvaller zou zijn. En toch is hiermee niet alles gezegd. Want mocht de omgeving zelf waarin je destijds zo gelukkig was ver zijn achtergebleven bij de geheime tuin die hij in je herinnering is geworden, dan geldt dat niet voor de dingen – het landschap, de huizen, de spraak en houding van de mensen – die er destijds, onderweg, op vooruit wezen.

Uitzicht vanuit een hotelkamer

Het uitzicht vanuit mijn hotelkamer in St Etienne : hoog opgolvende heuvels, vlekken donker sparrenbos, open plekken weideveld met hier en daar, er middenin, een langwerpig blokje (een boerderij). Bij deze aanblik laait een zelfde gevoel van verwachtingsvolle vreugde in me op als destijds toen vergelijkbare vergezichten me het betoverde land van het hoogste geluk beloofden. Het toverland is verdwenen, maar wat ernaar verwees is gebleven. Het geluk is weg, de signalen die het aankondigden niet. En – en ja, wat wil dat anders zeggen dan dat ze het nog steeds aankondigen? Wat erop wijst dat het geluk er nog steeds is. Waar? Gelukkig de persoon die wacht, verwacht en blijft verwachten.

Contrast

St Etienne is een lelijke industriestad. Het hotel waar ik deze nacht doorbreng ligt iets hoger dan het centrum en overziet daarom een deel van de uitgestrekte agglomeratie. St Etienne zelf telt een kleine 200.000 inwoners. De agglomeratie – van Rive de Gier tot Firminy – zo’n half miljoen. De agglomeratie volgt – een breed lint – de loop van de Gier (Elzassers zeggen ‘chier’ – ‘poepen’ – omdat ze de ‘g’ niet kunnen uitspreken, en daar moeten Fransen erg om lachen). Deze streek kwam pas in de loop van van de 19e eeuw tot bloei : kolenmijnen, wapenfabrieken, textiel. Hoewel je bij het woord ‘bloei’ toch liever aan iets anders denkt. Iets wat te maken heeft met natuur. En dat is nu juist wat je zo opvalt wanneer je door deze agglomeratie, van Givors, onder Lyon, tot St Etienne rijdt: je kijkt naar boven, en je kijkt recht in de bergen. Goed, geen Alpen, toch tamelijk hoge bergen, het massief van de Pilat (1450 m). Beneden lelijke bebouwing, boven ongerepte natuur. Een dergelijk visueel contrast is in lager land niet te vinden. Het begint te schemeren. In de straten beneden en in de buitenwijken die tegen de eerste hellingen opkruipen flitsen lichtjes aan. De flatgebouwen (sommige van Le Corbusier) – ik kijk recht op de hoogste verdiepingen – veranderen in kruiswoordpuzzels. En de bergen op de achtergrond worden donkere coulissen. Ik verlaat mijn kamer, ga naar het restaurant, eet, kom terug, sta weer achter het raam: de bergen zijn zwart.

Ster

Nee, niet helemaal. Ergens in dat zwart, daar boven het onrustige geglinster en geglitter van de stad – ergens in dat zwart één klein lichtje. Het lijkt wel of het bibbert. Nee, toch niet. Een eenzame boerderij? Hoe zou het zijn, daar binnen? Ik doe mij raam open, steek mijn hoofd naar buiten. Voor zover het schijnsel van de stad het toelaat zijn in de hemel sterren te ontwaren. Dat ene lichtje, daar in de zwarte bergen, je zou het bijna voor een zoveelste ster aanzien. Het zwart van de bergen en het zwart de hemel zijn nauwelijks van elkaar te onderscheiden. Een ster, andere sterren – ja, het betoverde land is daar, bij de sterren.

En ik zeg het lekker aan niemand, dat mijn geheime tuin daar bij de sterren is.

O, nu heb ik het toch gezegd, en zelfs opgeschreven, en zelfs op mijn website geplaatst. Maar ach, er zijn zoveel sterren – en mijn ster…

 

 

 

  1. 2 Reacties op “Sterren boven St Etienne”

  2. Door EJvM op 2 nov, 2017

    Mooi verhaal. Herkenbaar.

  3. Door Mata Hari op 2 nov, 2017

    Ik geloof dat ik weet wat die geheime tuin was. Maar ik zeg het aan niemand, hoor.

Reageer