De sleutel

12 jul, 2020 Onderdeel van paysages, politiques

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

Wat doet die sleutel daar, in een enveloppe, achterin in die la van mijn bureau? Een oud bureau waar ik allang geen gebruik meer van maak. Vandaar dat hij op de zolder staat. Ik had papier nodig voor mijn printer, de stapel A4tjes naast de printer was opgebruikt, wat nu? En als er toevallig in dat oude bureau nog wat vellen lagen? Je weet maar nooit. Nee jammer, geen papier – wel een enveloppe met daarin een grote sleutel. Ik mijn hoofd breken: wat was de deur waarin hij paste, van welk huis? Ik ben in de loop der jaren zo vaak verkast. De nacht brengt raad: toen ik op een ochtend wakker werd, wist ik het: de deur van de hotelkamer in Châtel-Guyon.

Châtel-Guyon

Toen ik het hotel verliet was ik vergeten de sleutel op de balie achter te laten. Ik had hem bewaard met het vaste voornemen hem met de post terug te sturen. Het kwam er maar niet van, laksheid, onverschilligheid – niet netjes. De mantel der vergetelheid overdekte het kwade geweten, en nu zijn we een kwart eeuw verder. Ja, want het was in 1994 dat ik vanuit Noord-Frankrijk dwarsdoor het land naar de Pyreneeën reisde, waarbij ik halverwege een stop maakte. Dat was in Châtel-Guyon, een stadje omringd door groen-glooiende heuvels, niet ver van Clermont-Ferrand. Ik herinner me nog hoe ik ’s avonds door een park wandelde met hoge bomen, langs een beek die vanuit het plateau met de vulkaantoppen van het Massif Central (Puy de Dôme, Puy de Sancy) bruisend de vlakte in stortte. Het park werd door ouderwetse badinrichtingen in neo-byzantijnse krul- en tierlantijnstijl geflankeerd. Ik had kort daarvoor Mont- Oriol van Maupassant gelezen. Ik zag ze hier rondwandelen, de sluwe vader Oriol, op wiens terrein een geneeskrachtige bron was ontdekt, en die er nu een mooi slaatje uit sloeg, doctor Bonnefille, de directeur van de thermen die bij de bron waren gebouwd, de markies van Ravenel en zijn dochter Christiane, die getrouwd was met een rijke bankier wiens grootste wens het verwerven van een adellijke titel was. Châtel-Guyon is nog steeds een kuuroord, al heeft het veel van zijn aristocratische allure verloren. Brave middenstanders komen hun reumapijn verlichten.

De sleutel

Na zoveel jaar zullen ze die sleutel wel vergeten zijn. Het is trouwens nog maar de vraag of dat hotel nog bestaat. Misschien wel, maar hebben ze het interieur en de voorzieningen aan de eisen van nieuwe generaties aangepast. Hoeveel hotels hebben nog deuren die je met een ouderwetse sleutel – een metalen staaf met aan een kant een ronde lus en aan de andere kant een geribbelde uitstulping – openmaakt? Ik raadpleeg internet. Ik klik op de hotels die onder Châtel-Guyon staan aangegeven. Ik bekijk de series foto’s waarmee ze op hun websites pronken. Alles even glossy, clean, minimalistisch en luxe. De deuren daar, die doe je met een kaart open: een groen lichtje, een piep, een klik en je kunt naar binnen. Mijn hotel – komt het op het lijstje voor? Misschien is alleen nog de buitenkant herkenbaar. Nee… Zou ik die sleutel na zolang nog hebben teruggestuurd? Deze vraag is zo-te-zien overbodig geworden.

Franse hotels

De kamer had een wijds uitzicht op de vlakte met in de verte de heuvels van de Forez. Voor de ramen hing een bloemetjes-gordijn. Deze bloemetjes vloekten bij het engeltjesmotief van het muur- en plafondbehang. Aan de muur hing een ingelijste reproductie van de zonnebloem van Van Gogh. Een wasbak met een zwarte stop aan een kettinkje. Daarnaast een bidet. De WC en de douche waren op de gang. Daar lag een versleten loper die het geluid van je stappen dempte, maar niet het gekraak van het parket eronder. Een matras met een kuil, een donzen sprei, een ongemakkelijk rolkussen onder het gewone kussen. Kortom, de Franse hotelkamer zoals ik die van jongs af aan heb gekend, en die nu een zeldzaamheid is geworden. Om een uur of zeven kwamen vanuit de keuken beneden etensgeuren naar boven dampen. Fijne geuren. Die van de julienne-soep. Die ging rond in een terrine. Madame kwam bij de tafeltjes langs en schepte de gasten direct uit de terrine op. Daarna een blanquette de veau met verse boontjes. Ik noem maar wat. Klassieke kost, altijd vlees, uitstekend klaargemaakt. Een karaf rode huiswijn. Een keuze uit verschillende regionale kazen: Cantal, Bleu d’Auvergne, St Nectaire. Toe een crème brûlée, of een stuk appeltaart. Een tisane om het af te leren. Je sliep er heerlijk op. En je wist dat de volgende morgen in dezelfde eetzaal de warme, knapperige croissants voor je klaar zouden staan, en net zoveel koffie als je maar wenste, in grote kommen zonder oor.

Geruisloos en elektronisch

Wat is alles toch geruisloos en elektronisch geworden! Het openmaken van hoteldeuren, het betalen bij het verlaten van een hotel. Destijds rinkelden nog de tienfrank-munten over de balie, nu heeft ook dat voor de kaart plaatsgemaakt. Hé Ho! En wat zit jij te doen – jij, die zo vol wellust je in nostalgieën zit te wentelen – hoor ik een stem-in-me tegen me zeggen. Die stem heeft gelijk: destijds zou ik het telefoonboek erbij hebben gepakt en daar de namen van de hotels hebben opgezocht, om ze dan één voor één op te bellen (mocht ik van het onrechtmatige bezit van die sleutel inderdaad een gewetenszaak hebben gemaakt). Ik zou de nummers hebben ‘gedraaid’ op een oud toestel: 2 kriik – rr. 5 Kriiiiik – rrrrrrr. 9 Kriiiiiiiiik – rrrrrrrrrr. 1 Krik – r. Nu heb ik ze – paf! – op mijn scherm staan, ik hoef niet te bellen, ik kan meteen zien of mijn hotel er nog is. Niemand aan de andere kant van de lijn met wie ik hoef te praten. Ja, geruisloos, elektronisch… Wat maakt die sleutel een lawaai wanneer hij als gevolg van een verkeerde beweging van mij op de grond valt.

Die sleutel, dat hotel, die tijd…

  1. 1 Reactie op “De sleutel”

  2. Door Freddie op 27 jul, 2020

    Caspar! Een genot om te lezen. Guy de Maupassant zou het niet beter geschreven hebben.
    Freddie

Reageer