Nohant

27 mrt, 2014 Onderdeel van paysages

Column door Nelleke Noordervliet

Het huis ligt in dat welige Franse hartland, dat dromen van intiem geluk in de natuur oproept. Le Grand Meaulnes loopt er nog rond, een landschapsschilder zet zijn ezel neer bij een bruggetje over een ruisende beek, er wordt een film gedraaid met Catherine Deneuve in de hoofdrol. Met het grootste gemak wissel je van tijd. Zowel de monniken uit de middeleeuwen, als de Drie Musketiers, als de postrijder die bij George Sand een brief van Gustave Flaubert bezorgt, laten zich zien tegen de achtergrond van bosschages, velden met rijpend graan, en weilanden met Limousin-runderen. Het is een landschap met het ritme van een paard in stap. Er heerst iets als vrede. Je ziet jezelf ‘s avonds een herberg met een laag rieten dak binnengaan of over een oprijlaan een licht vervallen manoir naderen, waar je een krakend en iets te kort en te smal bed wordt gewezen. In de broze ochtend zie je langzaam de mistflarden optrekken. De zon zal de gouden dag verwarmen.

Het is een klassiek Frans landhuis, waarheen ik mijn schreden richt, zachtgeel gepleisterd met grijswitte luiken, een formele tuin, stallen, een kerkje met een begraafplaats, en een herberg. Het gele grint knerpt onder mijn voeten. Aurore Dudevant-Dupin was er chatelaine. Ze erfde het huis en de landerijen van haar grootmoeder, die haar had opgevoed. Aurore was een eigenwijs meisje, zeker voor die tijd: begin 19e eeuw, toen na de bewogen jaren van revolutie en Napoleon heel Europa zich rond huis en haard schaarde en de vrouwen weer tot deugdzaamheid en moederschap werden gedwongen. Aurore besloot daarentegen een vrij leven te leiden, zo vrij als mannen konden zijn. Daarom schreef ze en noemde zich George Sand. Daarom nam ze minnaars en bleef ze de baas over haar eigen leven en lot.

Het huis te Nohant is het epicentrum van de rimpelingen die Sand over Europa liet gaan. Het ademt haar sfeer. Een productieve pen en een talent voor vriendschap maakten haar tot een brandpunt van cultureel en artistiek leven. Haar bureau heeft ze net verlaten, de ganzenveer ligt nog op het papier. De brief is nog niet af. Ze is even weggeroepen om een conflict tussen de keukenmeid en de kok te beslechten. De tafel is gedekt. In de keuken ruiken we de gerechten die straks zullen worden geserveerd. In het piepkleine huistheater staat het decor al opgesteld, waartegen het amateurgezelschap van vrienden, kennissen en huisgenoten zelfgeschreven stukken zal spelen na de maaltijd. Je moet iets doen om het eentonige leven op het land te veraangenamen.

Buiten schijnt de zon. Ik wandel door de stille tuin en zie het jonge groen aan de bomen kleine schaduwpatronen tekenen op het gras. Daar loopt ze, een stukje voor me uit, een wollen doek om de schouders geslagen, de zoom van haar rok veegt nu en dan over het zandige pad. Een eindje verderop gaat ze op een stenen bank zitten en staart voor zich uit met haar melancholieke donkere ogen. Een moment voor haar zelf. Even weg van het geruzie, de roddels, de veeleisende gasten, de moeilijke dochter. Even denken aan vroeger, hoe ze hier als klein meisje huppelde… Ik ga naast haar zitten..

Ik bezoek waar ik maar kan huizen van schrijvers. In Frankrijk en ook in Engeland houdt men die huizen (en de schrijvers) in ere. Het zijn kleine musea, meestal gerund door vrijwilligers en lang niet altijd open. Niet zelden sta ik voor een gesloten deur of kijk ik hunkerend door het hek naar het verscholen hutje, waar de schrijver zijn werken schiep. Waarom? Wat zegt het me? Wat doen al die dode dingen voor de waardering en de kennis van de schrijver? Heb ik alle werken van George Sand gelezen? Welnee, ik ben geen kenner. Ik heb ten dele haar omvangrijke Histoire de ma vie gelezen en haar fantastische correspondentie met Gustave Flaubert. Ik heb in Parijs in het Musee de la vie romantique oorbellen gekocht zoals zij ze heeft gedragen. In mijn boekenkast staat nog wat ongelezen werk van haar. Nu ik al schrijvend opnieuw over haar nadenk en me mijn bezoek aan Nohant herinner, krijg ik opeens zin weer in dat leven en die romans te duiken om de geur van het verleden op te snuiven en mijn kennis van de wereld en de mensen van toen te verdiepen. Voor mijn geestesoog verschijnt dat hartland, waar de tijd zowel beweegt als stilstaat.

In Frankrijk bestaat een federatie van schrijvershuizen met een interactieve kaart, waarop per streek een grote hoeveelheid huizen en musea staat vermeld. Rond Nohant kan ik ook nog lieux-de-memoire bezoeken van Proust, Ronsard, Descartes. Er is nog veel te doen. Ik ben nog lang niet overal geweest. Ik heb nog lang niet alles gelezen.

 

Nelleke Noordervliet is een bekende Nederlandse schrijfster, auteur van romans, novellen, verhalen, essays, toneel, een verhalend gedicht, geschiedkundig werk, en columns. In haar werk getuigt ze van een grote interesse voor het verleden. Ook vormt vaak het buitenland de achtergrond van haar prosa. Zo beschrijft ze in haar veel geprezen roman Het oog van de engel (Augustus, 1991) de roerige jaren van vlak voor de Franse revolutie. Haar meest recente werken zijn de roman Vrij man (Augustus 2012) en de boekenweekessay De leeuw en zijn hemd (2013). Ze brengt een deel van het jaar in Frankrijk door, in de omgeving van Annecy.

 

Reageer