Schrijven en corona

12 mei, 2021 Onderdeel van proses | Geen reacties »

Column door Michael Berg

Boeken ontstaan in je hoofd. Geen idee hoe dat precies werkt. Soms loop ik jaren met een half verhaal rond voor de stukjes van de puzzel eindelijk in elkaar vallen. Soms gebeurt het binnen een week. Eind 2019 had ik het idee voor mijn nieuwe boek – mijn 10e thriller – in mijn hoofd. Grof dan. Een ratjetoe van scènes, personages en hele en halve plotlijnen. De titel had ik ook al bedacht: De vermissing. Titels moeten bij voorkeur uniek zijn. Maar dat is lastig want er verschijnen zoveel boeken. Voor de zekerheid googelde ik ‘De vermissing’ en constateerde dat slechts één collega – een buitenlandse auteur – de titel eerder had gebruikt. ‘De vermissing’ bleef dus staan. Mijn boek zou gaan over Ella Drukker, een jonge Française uit een streng christelijk milieu, die al tien jaar vermist werd. Al die tijd had ze haar ouders met feestdagen en kaartje gestuurd, maar aan die stroom kaartjes was plotseling een eind gekomen. Iemand moest Ella gaan vinden. Een oud-klasgenote. Zo verscheen Chantal Zwart, de journaliste die in Nacht in Parijs (2012) de hoofdrol had gespeeld, weer in beeld. Ik stelde me een spannende zoektocht voor die zou beginnen in en rond Parijs en zich vervolgens zou verplaatsen naar een onherbergzaam gebied in de Limousin, de streek waar ik veertien jaar had gewoond. Iemand die er baat bij had dat Ella Drukker niet gevonden werd zou Chantal Zwart volgen. En dan bestonden er nog een aantal even mysterieuze als gewelddadige overvallen op rijke oudjes. Dat waren de ingrediënten voor De vermissing.

Lees verder »

Franse autoliefde

7 mei, 2021 Onderdeel van proses | Geen reacties »

Column door Peter Hagtingius

Er was weer zo’n enquête: volgens 76% van de Fransen is het leven zonder auto niet te doen. En 64% heeft een ‘droomauto’ in gedachten. Die meestal onbetaalbaar is. Wat me het meest verbaasde: 2 op de 5 Fransen hebben een koosnaampje voor hun voiture. Ik zeg weleens ‘diesel’ tegen mijn 4×4, maar alleen bij het tankstation en dat is dan minder liefkozend bedoeld. Die auto heeft een Japans paspoort. Ik heb wel enig begrip voor de autoliefde van de Fransen. Citroën, Peugeot, Renault en niet te vergeten Panhard, merken die je tot het Franse erfgoed mag rekenen. Renaultjes die als taxi’s soldaten naar de fronten in de Eerste Wereldoorlog reden, de uitvinding van voorwielaandrijving (traction avant) door André Citroën die vanwege zijn Nederlandse afkomst eigenlijk gewoon Citroen heette. Een diamantairsfamilie die naar Parijs emigreerde. Op school in Frankrijk werd hem verteld dat het beter was er Citroën van te maken.

Lees verder »

Leve de koning!

29 apr, 2021 Onderdeel van politiques | Geen reacties »

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

Leve de koning! Kom daar in Frankrijk eens mee aanzetten! Je wordt meteen verdacht van extreemrechtse sympathieën – ja, extremer nog dan die van veel extreemrechtse mensen die, hoewel extreemrechts (wat dat ook precies betekenen mag), zweren bij de ‘republikeinse waarden’, en dan in het bijzonder bij die van de strikte neutraliteit op godsdienstig vlak (de zogenaamde laicité). Dat is omdat ze deze beschouwen als een laatste barrière tegen de oprukkende islamisering. Veel van hen zouden liever hebben gezien dat de Rooms-katholieke Kerk deze rol nog kon spelen – in het Frankrijk dat eens ‘de oudste dochter van de Kerk’ werd genoemd – maar omdat de secularisering de Kerk nu eenmaal danig heeft verzwakt, zadelen ze de Staat met de verdediging van de westerse waarden op. Per slot van rekening zijn deze westerse waarden, ook in hun republikeins omhulsel, vrucht van een eeuwenoude geschiedenis die door het christendom is gemodelleerd. Dus, leve de Republiek!

Lees verder »

Citadel

15 apr, 2021 Onderdeel van proses | Geen reacties »

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

Wanneer ik de imposante citadel van Lille bezoek, die rond het jaar 1670 werd gebouwd naar de plannen van de bekende fortenbouwer Vauban, moet ik telkens weer denken aan een prachtige passage uit een historische roman van William Thackeray. Het is misschien de beste historische roman die ooit geschreven is: de auteur laat zijn personages spreken volgens de mode van hun tijd, dat wil zeggen een Engels doorspekt met Franse woorden en uitdrukkingen. In de zeventiende en achttiende eeuw was voor de aristocratie van heel Europa Frankrijk het land van de verfijnde, hoofse beschaving. In The history of Henry Esmond maakt de jonge aristocraat Henry Esmond naam door zijn moedig optreden tijdens de slag van Wijnendale. Hij was aide de camp van de Engelse generaal Webb. Deze veldslag was een van de vele (Ramillies, Malplaquet…) die van de Spaanse successieoorlog zo’n bloedige episode maakten. De Engelse troepen belegerden Lille, maar ze kwamen al gauw voedsel en wapens tekort. Een stoet Engelsen rukte vanuit Oostende op om de belegeraars te ravitailleren. Bij Wijnendale trachtten de Fransen hen tegen te houden. Tevergeefs, ze werden verpletterend verslagen. De belegering van Lille – eerst de stad, daarna enkel nog de citadel – kon worden voortgezet, en in het begin van het najaar 1708 zat er voor de Fransen niets anders op dan te capituleren. Thackeray beschrijft een groot banket dat ter gelegenheid van deze overwinning prins Eugène van Savoye, die met de hertog van Marlborough de leiding over de geallieerde (Engelse, Staatse en Oostenrijkse) troepen deelde, kort daarop aanrichtte. Alle hoge officieren waren uitgenodigd – uit de beide kampen! Naast de prins van Savoye zat de Franse maarschalk de Boufflers. De overwinnaars prezen hem om zijn moed en dronken op het bewonderenswaardige uithoudingsvermogen van de belegerden, die ten slotte de stad hadden moeten overgeven. Dit vind ik mooi.

Lees verder »

La dame américaine

31 mrt, 2021 Onderdeel van politiques, proses | Geen reacties »

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

Tot haar veertigste woonde ze in een kleine ‘town’ in de Amerikaanse Mid-West. Ik ben een tegenstander van het gebruik van buitenlandse woorden wanneer je ze keurig in het Nederlands kunt vertalen. Maar welk Nederlands woord zullen we kiezen om dat ‘town’ in om te zetten, vooral wanneer de betreffende ‘town’ in Idaho of Nebraska ligt? Bij het woord ‘dorp’ denk ik aan een bescheiden agglomeratie rondom een kerk met voor een plein. Bij het woord ‘stadje’ aan een groter geheel van bebouwing, ditmaal rondom een centrum met een stadhuis. Die Amerikaanse ‘towns’ hebben geen duidelijk centrum. Ik zie brede wegen voor me die recht toe-recht aan van de ene kale vlakte naar de andere lopen, en die een paar kilometers lang door lage gebouwen, links en rechts op een rij, worden omzoomd: de ‘town’. We rijden voorbij een saloon, een kapper, een kleine supermarkt, een benzinestation, afgewisseld door onaanzienlijke woonhuizen, sommige in hout opgetrokken, en dan begint de leegte weer, met een naamloze heuvelrug in het verschiet… De helft van haar leven, vanaf haar geboorte, had Gladys in zo’n ‘town’ doorgebracht. En droomde ze van Frankrijk.

Lees verder »