Geef mijn vader – Ineke Holzhaus

7 dec, 2019 Onderdeel van besprekingen | Geen reacties »

Bespreking door Schrijver in Frankrijk

Van de dichteres Ineke Holzhaus is kortgeleden een roman verschenen, Geef mijn vader (Ambo/Anthos, 2018). Ik was ervan onder de indruk, deze indruk wil ik graag delen. Ik geef een korte samenvatting.  

Toen Marielle over het krijgen van kinderen begon, nam Paul de benen. Afgelopen hun relatie. Klassiek. Hoe kun je als je geen vader hebt zelf vader worden? En een afwezige vader, dat is geen vader. Een afwezige vader is een vader die niets over zichzelf loslaat. Dat is de reden waarom Paul zijn vader haat. Een hooglopende ruzie tussen vader en zoon blijkt voor vader te veel: een hartstilstand. Schuldgevoelens zetten Paul er vervolgens toe aan zelf naar gegevens over het verleden van zijn vader op zoek te gaan. Hij weet dat zijn vader in de oorlog als dwangarbeider in Duitsland is tewerkgesteld. Tijdens een speurtocht in Duitsland gaat hij beseffen wat het voor hem moet hebben betekend, te werken in een inrichting waar geesteszieken werden geëuthanaseerd, en wegens ongehoorzaamheid in een ‘Erziehungslager’ te worden opgesloten. Ook begint hij te begrijpen waarom zijn vader zich sindsdien zo vol verbittering voor anderen afsloot. ‘Waarom had hij geen hulp gezocht? Omdat wat hij had meegemaakt nietig was vergeleken bij de moorden die om hem heen werden gepleegd? Heeft hij gezien hoe anderen stierven? Hij is teruggekomen, zoveel anderen niet. Hij voelde zich misschien verplicht gelukkig te zijn omdat hij aan de dood ontsnapt was, maar hij kon niet meer’. En zo vindt Paul, postuum, zijn vader.

Lees verder »

Noodweer

4 dec, 2019 Onderdeel van proses | Geen reacties »

Column (in briefvorm) door Peter Hagtingius en Julia Fortuin

Beste Peter,

Het is niet gebruikelijk in onze correspondentie, dat ik het voortouw neem. Liever wacht ik lui af tot er een onderwerp is aangediend dat je iets is opgevallen dan wel aan het denken heeft gezet met betrekking tot het rare volk dat zich Parijzenaar noemt. En dan kom ik graag met verweer. Maar nu een ruime zaterdag geleden ‘mijn’ plein door de ‘gilets jaunes’ flink is vernield én er noodweer in het zuiden des lands schijnt te zijn, moest ik aan je denken.

Want hoewel ik het er volledig mee eens ben dat het niet de armen (uit de provincie dan wel in en rondom de stad) moeten zijn die opdraaien voor de kosten van vervuiling, lijkt me nu toch dat er iets logischerwijs evident wordt: het toenemende noodweer laat onze noodkreten zien. Parijzenaar of Provençaal, het lijkt me dat we het ondertussen eens zouden moeten zijn dat er ‘iets moet gebeuren’, want als het zo doorgaat zitten we al snel beiden met onze enkels in het water, en zonder elektriciteit.

Lees verder »

Het bos waar je lang wacht

22 nov, 2019 Onderdeel van proses | Geen reacties »

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

Als Hella Haasse haar prachtige boek vandaag zou hebben geschreven, denken jullie dat ze dan met een titel als ‘Het woud der verwachting’ had mogen komen? Vertaling van het Franse forêt de longue attente. Néééé! Stel je voor! Neem alleen al het woord ‘woud’. Wie gebruikt dat woord nog? Een woud is een bos, maar dan in het groot. In wouden heb je diepten waar wilde dieren zich schuilhouden, waar, naar wordt gezegd, heilige kluizenaars wonen, waar – dat wordt ook gezegd, gefluisterd – elfen een rei dansen.  Dit soort bossen hebben we niet meer. We hebben alleen nog maar bossen waarin voor elke boom een bordje staat met het logo van Natuurmonumenten en met een uilteg: Dit is een eik, dit is een beuk, hier huist de eekhoorn. “Oooooh,” zeggen de mensen die voor het bordje staan. Waarna een mevrouw een bitse opmerking maakt tegen de meneer naast haar omdat zijn hond een poot licht tegen de stam: “Als alle honden dat doen…” Dus, niet ‘woud’ maar bos. ‘Bos der verwachting’. Der?? Wat is dat, der? Opzoeken. O, dat is hetzelfde als ‘van de’. Nou ja, waarom dan niet ‘het bos van de…’? Dat is wat je noemt toegankelijker voor de mensen. En dan ‘verwachting’. Kom nou, zeg! Zo’n woord met drie lettergrepen. Dat is toch véél te lang. Je haalt die lettergrepen maar door elkaar: wachtverting, vertingwacht. We hadden toch afgesproken dat kinderen exacte vakken moesten leren, nuttige vakken, cijfers en tabellen, daar hebben ze later in het bedrijfsleven wat aan, niet aan zulke onpraktische woorden. We gaan het ons daarom in het ene keuze-uur dat voor de talen overblijft niet overdreven moeilijk maken: korte woorden van hoogstens twee lettergrepen. En. Korte. Zinnen. Heel. Belangrijk! ‘Het bos waar je lang wacht’ – lange titel, maar… oké, kan er voor dit keer mee door.

Lees verder »

Het park van Marly

8 nov, 2019 Onderdeel van paysages | Geen reacties »

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

Laatst droomde ik dat ik weer rondwandelde in het park van Marly-le-Roi. Waarom boven alle andere parken van de Parijse regio dit park mijn voorkeur heeft? Omdat ik me in dit park ook ergens anders dan onder de rook van Parijs kan wanen, iets wat de andere parken (Versailles, St Cloud, St Germain-en-Laye…) me niet toestaan. Deze parken zijn met hun classicistische aanleg te typisch Frans, en de foto’s die ik ervan ben tegengekomen in boeken, reisgidsen, folders die betrekking hebben op Parijs-en-omgeving hebben mijn verbeeldingskracht verpletterd. Deze zie-eens-wat-mooi-plaatjes hebben mijn hersens voor eens en altijd geprogrammeerd, dagdromen maken geen kans meer. Wanneer ik in het park van Versailles wandel, dan wandel ik in het park van Versailles – punt. Wanneer ik over de grote allee van de tuinen van St Cloud loop, dan loop ik over de grote allee van de tuinen van St Cloud – dat en niets anders. In het park van Marly daarentegen heb je plekken waar je opeens ergens anders bent. Waar? Nu eens in de ‘France profonde’, dan in machtig berggebied, dan weer in de wijdte van het Russische platteland. Ja, vandaar dat ik dit park boven alle andere parken verkies. Lees verder »

L’inconnue de la Seine

25 okt, 2019 Onderdeel van proses | Geen reacties »

Column door Michiel Hendryckx

In de 19de eeuw was in hartje Parijs La Morgue een gegeerde plek. ‘Un spectacle à la portée de toutes les bourses. Où on applaudit et siffle comme au théâtre’ schreef de altijd montere Emile Zola. Gedurende drie dagen werden er op twaalf zwarte marmeren tafels lijken tentoongesteld waarvan men de identiteit niet kende. Aan een haak boven hen hingen de kleren waarin ze waren gevonden. Het merendeel van de doden kwam uit de Seine. Rond 1900 werd het lichaam van een jonge vrouw uit de rivier gehaald. Het lijk vertoonde geen sporen van geweld. Zelfmoord was de vermoedelijke doodsoorzaak. Niemand kwam het lichaam identificeren. De directeur van het dodenhuis was zo geïntrigeerd door de sereniteit van haar glimlach dat hij een dodenmasker liet gieten. Lees verder »