De laatste Egmond
15 jun, 2026 Onderdeel van prosesColumn door Caspar Visser ‘t Hooft
We kennen elkaar nu al langer dan dertig jaar, de familie de L. en ik. Ik moet denken aan de eerste keer dat ik een borrel kwam drinken bij Jean-Hugues, de oudste zoon van Madame de L. Hij woont in een bijgebouw van het negentiende-eeuwse landhuis. Le pavillon wordt het genoemd. Jean-Hugues had voor zichzelf de eerste verdieping ingericht, typisch het onderkomen van een liefhebber van bergsport. Als het maar even kon, trok hij erop uit in de Pyreneeën, waarvan hij alle toppen had gedaan, en die voor hem geen geheimen meer hadden. Zijn passie was visvangen in bergbeken. Zijn flat – want zo mogen we het noemen – stond vol met visgerei, naast allerlei soortig bergbeklimmersmateriaal en voorts massa’s relieken: bijzondere stenen, gedroogde planten, gedroogde vissen… Toch was dat niet het enige wat je bij hem aantrof. Want er waren ook een paar stukken antiek bij waarvan het aspect mij als nogal vertrouwd voorkwam. “Herken je dit niet?” – vroeg Jean-Hugues. Hij wees me op een kussenkast op bollen poten, op een somber genrestuk in de stijl van Gerard Dou. “Ja…,” zei ik aarzelend. “Hollands!” verklaarde hij. “Ja,” zei ik, ditmaal vol overtuiging. En tegelijk verbaasd. Hoe kwam dat hier, bij de familie de L.? Zo helemaal aan de andere kant van Frankrijk, in het voorgebergte van de Pyreneeën? “Uit mijn familie, door een huwelijk met een Egmond.” Even terloops gezegd – waarna Jean-Hugues weer over een bergtocht begon. Ik raakte daarbij achterop, want dat ‘Egmond’ deed me dralen. Het had indruk op me gemaakt.
Lees verder »





