1

Duizend kamers

9 feb, 2026 Onderdeel van proses 

Column door Caspar Visser ’t Hooft

De file begon vijftien kilometers ten noorden van Limoges. Het was hartje winter. Om half zes ’s avonds is het dan al nacht. Aan weerszijden van de weg – de A20 – hadden verschillende nuances zwarte vlekken elkaar afgewisseld, bossen, hellingen, een gebouw, een schuur… Alleen de sneeuw gaf een schimmig licht af – wat je maar terloops merkte, gehinderd als je werd door koplampen van tegenliggers. En door de achterlichten van de auto voor me die plotseling op rood sprongen. Remmen! Dat wil zeggen voorzichtig remmen – derde versnelling, tweede, eerste – we staan stil… Ik kijk in mijn achteruitspiegeltje – ja, ook mijn achterligger. En ’t is bizar, die stilte. Of nee, er is nog steeds het doffe geluid van de tegenliggers op de andere rijbaan. Die rijden gewoon door, vol leedvermaak, haha! Waar ben ik? Aan mijn rechterhand, even verderop, een zwarte bosrand. Links, voorbij het tegemoetkomend verkeer, boven een rotsige verhoging in het land, een muur. Ik kan het einde ervan niet ontwaren, ook de bovenkant niet. Alleen de onderkant baadt in het schijnsel dat de autolampen afgeven. De muur is zo-te-zien oud, opgetrokken uit natuursteen. Een blinde muur? Nee, er is één raampje in uitgespaard, in de hoogte, daar waar het zwart het overneemt van het vale schijnsel. ’t Is dat erachter een lichtje brandt. Een lichtje als van een kaars, een lichtje dat beweegt, dansende schaduwen…

Lees verder »

De taal raakt los

3 feb, 2026 Onderdeel van pensées 

Column door Caspar Visser ’t Hooft

Je hoeft maar wat door het weids-glooiende landschap van Frankrijk rond te toeren om te vast te stellen dat het boerenkleinbedrijf dat in de loop der eeuwen aan dit landschap zijn vorm heeft gegeven verdwijnt. Wie de schuld? De extreem-liberale globaliseringspolitiek die de nationale soevereiniteit ondermijnt en die de grenzen opengooit met het oog op de invoer van goedkope producten? Ja, boeren kunnen de concurrentie niet aan, redden het niet meer, en als ze zichzelf niet ophangen sluiten ze de tent en verdwijnen. Verdwijnen waarheen? In het dorp weten ze het niet zo goed – ’t wel zijn naar de stad… En het Franse platteland ontvolkt, en de voorsteden van Parijs, Lyon, Nantes breiden zich uit, net als in de landen van de derde wereld. Exode rural. O, de boerenhoeves staan er nog, verspreid in het landschap. Sommige worden opgekocht door stadsmensen: tweede huisjes – zo authentiek! De meeste vervallen. De stenen muurtjes die de weilanden demarqueerden verbrokkelen, de bomen in de boomgaard verwilderen. Wat zijn dat, die bollen in de takken? Dat is de maretak, een parasiet. De luiken hangen scheef, bramen rukken op, in de schuur – je kunt naar binnen kijken – roesten, verrotten, verpieteren werktuigen die eens werden gekoesterd.  Zoals? – ach, hoe heten die dingen ook alweer? We weten het niet meer zo goed, de woorden die ze benoemen zijn in onbruik geraakt, zullen op den duur wel uit het woordenbestand van de computer worden verwijderd.

Lees verder »

Waar zit je?

24 jan, 2026 Onderdeel van plaisanteries 

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

De stem van mijn grootvader, indringend, precies, netjes – een beetje draaien met de a’s, op z’n Leids. Hij had het over Leie…

  “Waar zit je?”

Opa’s stem verraadt een vrolijke camaraderie. Zo buig je je stem wanneer je, Nederlander in het buitenland, opeens wordt verrast door een levensteken van oude bekende die zich ook in den vreemde heeft gewaagd. Ja, ik hoor het hem nog zeggen. Hij had een neef van ons aan de telefoon, die ergens in de bergen ‘zat’, en die hem een bezoekje wilde brengen. 

Lees verder »

Tractor

13 jan, 2026 Onderdeel van politiques 

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

In de jaren vijftig van de vorige eeuw ontdekten mijn grootouders de Dordogne. Ze waren de eersten, in de jaren vlak na de oorlog konden maar weinig mensen het zich veroorloven naar het buitenland te reizen, en als ze het konden, was het Franse platteland nog geen optie. Parijs wel. Maar Dordogne, het departement, de rivier? –  nooit van gehoord! Opa en oma brachten er elk jaar lange zomers door. Oma was een gepassioneerde fotografe. Ze had een Leika waarmee ze dia’s maakte. Terug in Nederland organiseerde ze voor de kleinkinderen dia-kijk-middagen. Is daar de oorsprong van mijn liefde voor Frankrijk te zoeken? Ik vraag me nu af of een uitgever van fotoboeken over het ‘oude Frankrijk’ de dia’s, die we zorgvuldig hebben bewaard, niet interessant zou vinden: scènes van het Franse boerenleven. Jaren vijftig – ik moet denken aan de dia met de boer achter een ploeg die door twee ossen wordt voortgetrokken. Voorop loopt de boerin, ze moet ervoor zorgen dat de ploeg rechte voren blijft maken. In haar handen heeft ze een breiwerkje. En dan is er de dia met daarop de eerste tractor. De rode Farmall Cub. En met op die tractor de boer, trots als hij was! Nu denken we: wat een speelgoed! Toen was het een grote vooruitgang. Le progrès! Vergeleken met de reusachtige John Deere’s van vandaag, GPS bestuurd, waren het kabouters. Goed, tussen die spinnetjes op wielen van toen en de giganten van de mega-graanteelt van vandaag  u heb je ook het brave ras van de middelgrote tractoren, geschikt voor het boerenkleinbedrijf. En deze tractoren hebben we de laatste weken kriskras door Frankrijk zien rijden, als mieren nadat iemand een schop gaf tegen de mierenhoop. Ook de Franse boeren hebben een schop gekregen. Die schop heeft een naam, en die naam is Mercosur.  

Lees verder »

Bonnard versus A.I.

5 jan, 2026 Onderdeel van pensées 

Column door Caspar Visser ’t Hooft

Kleine musea, waar je nog geen driekwartier in hoeft rond te lopen om alles in ogenschouw te nemen – ja, die geef ik de voorkeur. Ik begrijp mensen niet die zo nodig naar grote musea willen. Uren lang rondslenteren door zalen terwijl je naar de WC moet, of last hebt van het dragen van je jas over je arm – je hebt hem uitgedaan, binnen is het te warm – of terwijl je pijn hebt aan je tenen omdat je schoenen niet goed zitten… En als er al stoelen zijn, dan zijn die voor de suppoosten – nee hoor, niet voor jou! Nee, geef mij maar het musée Bonnard in Le Cannet. Klein maar fijn, gewijd aan één enkele artiest, Pierre Bonnard. Wanneer je dan klaar bent met je bezoek, dan voel je schrap en sterk. Je hebt één artiest leren kennen, en goed leren kennen. Bij die grote musea loop je duizelend, bijna wankelend, weer naar buiten: te veel indrukken, van te veel verschillende stijlen, uit te veel verschillende perioden maken een wilde rondedans in je overbelaste hoofd. Nu loop ik naar buiten, en mijn blik is niet wazig vanwege de bonte overdaad die ik innerlijk nog moet verwerken, maar scherp. Ik zie de werkelijkheid om me heen met de blik van één mens. Bonnard. Want grote schilders leren je zien – ja, zien. Leren de plaatjes die de Artificial Intelligence (A. I.) genereert je zien? Na mijn bezoek aan het musée Bonnard kwam deze vraag onwillekeurig bij me op, want het is een ware tsunami die ons de laatste – nee, allerlaatste! – tijd overspoelt. Neem de Kerst en Nieuwjaarwensen van de afgelopen weken, ik heb ze geteld, meer dan de helft is A. I. 

Lees verder »