Goed en kwaad

28 jan, 2022 Onderdeel van paysages | Geen reacties »

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

Geen hap kwam door mijn keel. Ik had het vaak genoeg gehoord, dat een confrontatie met lelijke dingen je de eetlust kan benemen. Toch had ik mensen die dat van zichzelf zeiden altijd aanstellers gevonden. Nu kon ik dat niet meer, alleen al de aanblik van het copieuze bord choucroute, voor me op tafel, deed me walgen. Om maar niet te spreken van de geur. Verbeeldde ik me dat de varkenspoot en de paar worsten die op de hersenkleurige zuurkool lagen stukken mens waren? Nee, zover ging het – geloof ik – niet. Maar de gedachte aan de meest afschuwelijke martelingen liet me niet los. We hadden zojuist de Struthof bezocht, de plek waar destijds het beruchte concentratiekamp had gestaan, en waarvan genoeg resten zijn overgebleven – nu openluchtmuseum – om een idee te krijgen van de verschikkingen die mensen er hadden ondergaan.

Lees verder »

Noyon – of de dufheid des levens

14 jan, 2022 Onderdeel van politiques | Geen reacties »

Column door Caspar Visser ’t Hooft

Naarmate we de dood uit de werkelijkheid van ons bestaan bannen wordt het leven duffer. Ik moet denken aan de titel van het hoofdstuk waarmee Johan Huizinga zijn wereldberoemde klassieker Herfsttij der Middeleeuwen opent: ‘De felheid des levens’. Ja, in de Middeleeuwen was de dood alom aanwezig: kindersterfte, epidemieën, oorlogsgeweld, openbare terechtstellingen… En juist daarom werd het leven zoveel intenser geleefd. Wat zich uitdrukte in felle hartstochten en in een kleurrijke stilering van de werkelijkheid, het tijdsritme, het samenleven. Alles werd spektakel, alles kreeg een symboolfunctie: alles werd verwijzing naar hogere dingen, wat de fantasie aanwakkerde, de mystiek voedde. De dood was alom aanwezig – en tegelijk opgenomen in het mysterie van Christus’ kruisdood en opstanding. Wat weer moed verschafte: de dood is verschrikkelijk, maar niet het einde. En omdat het niet het einde is, kunnen we het onder ogen zien. Hoeven we het niet te verdoezelen.

Lees verder »

Lofdicht

1 jan, 2022 Onderdeel van poésies | Geen reacties »

Mensje van Keulen heeft een omvangrijk œuvre opgebouwd, meerdere literaire prijzen ontvangen, kortom een bekende naam in literair Nederland. In haar roman De gelukkige (2001) beschrijft ze een dorp in Frankrijk. Dit gedicht heeft ze geschreven in verband met de jaarwisseling 2021-2022. Het werd door de Statenhofpers gezet uit de Meidoorn, met een linosnede van de hand van Olivia Ettema. Het is een traditie geworden: elk jaar rond oud-en-nieuw ontvangt Schrijver in Frankrijk van Mensje van Keulen poezengedicht.

Lees verder »

Korthals

14 dec, 2021 Onderdeel van proses | Geen reacties »

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

Mijn eerste hond, Feyo, kwam uit de Leidse achterbuurt. We verbeeldden ons dat wanneer je hem op z’n plat Leids aansprak (‘Kom j’uit Laie dzan?’), hij eerder bereid was naar je te luisteren dan wanneer je je in keurig Haags uitdrukte. De hond die ik nu heb, Asterix, is een Cairn terrier. Al komt hij uit een Frans nest, de naam van het ras zegt genoeg: zijn voorgeslacht was Schots. ‘Cairn’ is Gaelic voor ‘steenhoop’. Ik probeer het wel eens, ik zeg dan tegen Asterix: ‘Ye’re a wee leetle doggie from the Highlands’ – en ja, hij trekt zijn kopje scheef, zijn blik is veelbetekenend. Wil dat zeggen dat de taal waarmee zijn voorouders generaties lang waren vertrouwd zijn sporen in de genen heeft achtergelaten? Ik weet het niet. Voordat Asterix kwam, had ik Gulliver, een Epagneul Breton. Bretons heb ik niet tegen hem kunnen praten, want die taal ken ik niet. Wel een mondjevol Spaans. De naam épagneul komt net als het Engelse spaniël van espaniola. Ik leidde daaruit af dat Gullivers stamboon terugvoerde tot het Spanje van Don Quichot. ‘Hola! Como estas hoy?’ Geen reactie. Wat wil die rare baas nou weer? Afijn, om maar te zeggen dat lang voordat de mensen erover begonnen, het hondenvolk al een grote geglobaliseerde, multiraciale gemeenschap vormde. Hoe komt het dat een van Frankrijks meest geliefde hondenrassen een Nederlandse naam heeft: de griffon Korthals?

Lees verder »

Het smeedwerk van herinnering – Paul Gellings

27 nov, 2021 Onderdeel van besprekingen | Geen reacties »

Bespreking door Schrijver in Frankrijk

De grootvader van Paul Gellings (opa Karl) was een bekende edelsmid. In Rotterdam zijn nog steeds werken van hem te bewonderen, zoals de spuitkronen van de fonteinen op het Hofplein en de zon op de toren van het Oogziekenhuis. Paul Gellings noemt zijn nieuwste roman een ‘siersmeedwerk in woorden’. Hij schrijft: ‘wat ik voor ogen heb, zijn legeringen van heimwee, klank en beeld, en ik hoop daarmee mijn vaders vader een heel klein beetje waardig te zijn.’ Deze grootvader speelt een sleutelrol in Gellings’ autobiografische roman. Hoewel hij overleed toen Gellings nog een jongen was, bleef de indruk die hij op zijn kleinzoon had gemaakt levend, zijn hartelijkheid, zijn optimisme. Opa Karl was daarbij niet los te denken van zijn omgeving, van zijn vrouw (oma Paulina), van de werkplaats, het appartement in Rotterdam-Noord, de volkse stadswijk. In Het smeedwerk van herinnering volstaat Gellings niet met zijn eigen herinneringen, hij graaft dieper. Hij gaat op zoek naar het verleden van opa Karl die als jonge soldaat in het Duitse leger jarenlang de ellende van de Eerste Wereldoorlog heeft meegemaakt. En wanneer hij later ook nog de wrange jaren van de Tweede Wereldoorlog heeft moeten doorstaan, in een geteisterd Rotterdam, dan vraag je je af hoe het komt dat zo iemand zo opgewekt en creatief in het leven heeft kunnen blijven staan. Met een smeedwerk van herinnering heeft Gellings een prachtig monument opgericht voor zijn grootvader – maar dat niet alleen…

Lees verder »