Oude muur

20 jun, 2019 Onderdeel van pensées

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

In Nederland worden oude gebouwen, wanneer ze in onbruik zijn geraakt hetzij uit plaatsgebrek gesloopt, hetzij – wanneer ze historisch interessant zijn – keurig schoongemaakt, gladgeschuurd, afgelikt: opgekalefaterde kadavers met in de oude crypt, of de oranjerie of het koetshuis een bar waar je cappuccino in designkoppen kunt bestellen. In Frankrijk laten ze de bouwvallen staan. Er wordt wel eens gezegd dat we zo eenzaam en ook zo steriel zijn geworden omdat we de doden wegmoffelen. Via hygiënische rouwkamers met in een vaas witte orchideeën naar begraafplaatsen die op golflinks lijken. Als dit klopt, dan toch niet helemaal. Zolang we oude lege gebouwen rustig laten staan en laten verbrokkelen, zijn de doden niet helemaal weg. En de doden, dat is geschiedenis, eens geleefd-leven, vervlogen hartstocht, nagalm van oud leed, van voorbije vreugd, van vergeten heroïek. Die oude gebouwen – ingestorte daken, muren met gaten, door klimop overwoekerd – het zijn stille getuigen. En ze zijn dat des te meer, zo wil het me althans voorkomen, wanneer je ze tegenkomt in de nabijheid van ultramoderne woon- of bedrijfscomplexen. Je vraagt je dan af, wat zouden ze ervan vinden, van al die nieuwigheid die hen vandaag de dag omringt? Nee, gebouwen kunnen natuurlijk niets vinden, ik heb het over de voormalige bewoners ervan, wanneer ze uit een lange slaap, na eeuwen, zouden ontwaken. Ik denk bijvoorbeeld aan de bewoners van dat kasteel waarvan alleen één muur is overgebleven, volgespoten met graffiti, opzij van de snelweg A7. Deze muur – ja een echte middeleeuwse muur met nog een boograam – staat op een paar honderd meter afstand van het gigantische complex van de nucleaire centrale van Tricastin.

Bespiegelingen

Jullie hebben vast wel eens, en waarschijnlijk meer dan eens, de snelweg genomen die door het Rhônedal naar het Zuiden voert. Na Montélimar laat je de ‘tunnel’ van de Rhône achter je en begint de wijde, droge Provence. Erg mooi is het er nog niet. De reuzenschoorstenen en -loodsen van Tricastin verpesten het uitzicht. Je bent nog niet van je ergernis bekomen of kijk: vlak langs de weg, rechts, glijdt die oude muur, laatste rest van (ik vermoed) een kasteel, aan je voorbij. En dan weer, verderop, die rook spuwende mastodonten. Het contrast! Ik hou van dit soort contrasten. Ja, omdat het vragen oproept. Wat zouden de mensen van het kasteel hebben gedacht wanneer ze door dat ene overgebleven boograam het monsterachtige betonnen complex hadden kunnen aanschouwen? En wanneer iemand hen daarbij had gezegd: “Zo ziet het er bij jullie over 500 jaar uit.” “Wat?” zouden ze misschien hebben geantwoord: “Hebben we hiervoor gewerkt, getobd, gevochten, gelachen, gehuild, kortom geleefd, dat de wereld er zo uit zou gaan zien?” Of – nee, ik denk dat ze dat niet zouden hebben gedacht, daarvoor waren de mensen in die tijd, vijfhonderd jaar geleden, te gelovig. Hun horizon was het hiernamaals, de wereld was maar een ‘poel des verderfs’ waarin de ene ellende de andere afwisselt. Een monsterachtig ding erbij – wat maakt het uit? Een geloof dat ontspanning brengt, als je erbij stil staat. Wij maar denken dat alles van ons afhangt, wij maar bezorgd over de gevolgen van ons handelen voor de toekomst van de aardbol. “Ja maar,” hoor ik in gedachten iemand tegenwerpen: “Dat is wel erg makkelijk: de vraag naar de consequenties van je handelen negeren. Dat heet après moi le déluge.” Ik zeg: “Nee, want wie zijn blik constant op de hemel heeft gericht, zal niet alles van de wereld verwachten en daarom ook niet door te intensieve exploitatie de wereld onleefbaar maken. Wie zijn heil verwacht van de hemel, zal het niet, door overconsumptie, van de wereld eisen. Wat valt er uit een poel des verderfs te halen?” Haha! Priestercomplot! Richt de blik van het volk op de hemel, slinkse manier om de mensen te verdoven. Als met opium. Opium voor het volk. Zodat een kleine minderheid alles kan doen met de wereld wat ‘ie wil – en het volk geeft geen kik…

Om maar te zeggen hoe een oud gebouw – rest van een oud gebouw – tot bespiegelingen leidt. Laat die gebouwen toch gewoon staan! Ze geven diepte, dimensie aan de werkelijkheid. Er ontstaan sprekende contrasten. Jammer dat ik niet snel een foto kan nemen van die muur, met op de achtergrond dat nucleaire gevaarte. Ik kan toch niet zomaar mijn stuur loslaten? En zomaar op de vluchtstrook parkeren, dat mag niet.

 

 

 

Reageer