Laatst in de metro

29 feb, 2008 Onderdeel van plaisanteries

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

Les Halles. Vlak voor mij komt een deur tot stilstand. Drie lange jongens springen naar buiten. Lawaaiig, elkaar opstoppers gevend. Net niet dat ze mij omver stoten. Het type arme student. Een beetje artiest. Versleten jeans. Een heeft een gat in zijn trui. Een ander draagt een wollen muts. In de oren die eronder uitsteken zitten piercings. Ze hebben intelligente gezichten. Ze draaien zich nog even om. Een vierde, met een paardenstaart, die blijkbaar tot de groep behoort, is in de trein blijven staan. Hij roept ze iets toe. Een of andere vrolijke jij-bak. Hij moet blijkbaar verder met de metro. Ik stap in. De trein is niet barstens vol. Ik vind een zitplaats naast een zwarte vrouw. Ze schuift een grote boodschappentas voor mij opzij. Tot vlak voor haar voeten. De bekende pieptoon. Een laatste persoon springt naar binnen. Oef! De deuren slaan dicht. De trein komt in beweging – glijdt de duisternis in.

Een irritant mens

…Gelig licht buiten. Ik zie een eerste bord voorbij schieten. Te snel om te zien wat erop staat. De trein mindert vaart. Een tweede bord. Châtelet. Er staan wat mensen op het perron. Niet veel. De trein stopt. De deuren slaan open. Een persoon stapt uit. Een ander persoon stapt in. Een vrouw met een mobiel. Ze loopt er hard in te praten. Ecoute, je vais te dire un truc. Tu t’es vraiment fait baiser par ce conard. Dit is geen netjes Frans. “Ik zal je wat zeggen, je hebt je echt in de maling laten nemen door die rotzak.” Quoi?! Il t’as dit çà? Putain!… “Wat? Heeft ‘ie jou dat gezegd?” Ze heeft iets van de actrice Mireille Darc. Blond geverfd haar, bol naar binnen lopend rond haar nek. Een zwart leren jackje. Even zo zwarte span-jeans. Een rode tas om haar schouder. Alles waarschijnlijk nogal duur. In de jaren zeventig was ze een jong vrij gevochten meisje à la Sagan. Dertig jaar later probeert ze dit nog te zijn. Het jonge is weg, het vrij-gevochtene is gebleven – is er waarschijnlijk alleen maar geprononceerder op geworden. Tu n’as qu’à lui dire que tu l’emmerdes – écoute!Mais t’es conne ou quoi?…”Je hebt hem maar te zeggen dat ‘ie kan oplazeren – Wees toch niet zo’n sufferd…” Denkt ze soms dat dit een manier is om iets van haar tanende jeugd te redden, door zo ruw-studentikoos te doen? Met haar rochelstem van kettingrookster. En iedereen die mee mag genieten. Ah, l’enfoiré! Et puis “de quoi je me mêle?”  C’est ta vie, merde! Dit wordt wel erg grof. Ziehier een gekuiste vertaling: “De smeerlap! Trouwens, waar bemoeit hij zich mee. Jij hebt je eigen leven”.

“Eerst willen we het vervolg weten”

Ja, iedereen mag mee genieten. Waar men hier en daar nog met elkaar zat te smoezen heerst nu een algemeen zwijgen. En als bij Cîté en daarna bij St Michel mensen naar binnen stappen, dan lost hun aanwezigheid zich al gauw in dit anonieme, vijandige zwijgen op. Iedereen kijkt strak voor zich uit. Nergens oogcontact. Wel fronst hier iemand zijn wenkbrauwen. Daar zucht een vrouw. Mais laisse tomber. Amène-lui la pouffiasse – tu sais, celle qui fait chier tout le monde – elle lui fera des trucs… Ik vertaal dit niet, en ik bespaar jullie de rest. Dit wordt schunnig. Op een gegeven moment zit ze gewoon te schreeuwen: Ouais – mon cul!” Halte Odéon. Een oudere vrouw wil uitstappen. Ze zeult met twee zware tassen. Het studententype met de paardenstaart doet voor haar de deuren open. De vrouw stapt uit, niemand stapt in. En dan schijnt Mireille Darc plotseling te beseffen dat ze daar is waar ze moet zijn. Merde – Je suis arrivé (“Ik ben aangekomen”) – roept ze in haar mobiel. De pieptoon – teken dat de deuren gaan sluiten. Als ze zich haast, dan kan ze nog net op tijd op het perron springen. Maar dan plotseling: een incident. De student met de paardenstaart gaat breed voor de open deuren staan. Hij strekt zijn armen uit. Mireille Darc kan niet naar buiten. Verbaasd kijkt ze op. Laissez-moi passer (“Laat me voorbij gaan”). “Non madame, il n’y a pas question,” zegt paardenstaart: D’abord, nous voulons savoir la suite (Nee mevrouw, geen kwestie van. Eerst willen we het vervolg weten”).

Wraak, en iets van ach…

De mensen kijken op. Eerst verbouwereerd. Al gauw vrolijk. De zwarte vrouw naast mij schiet in de lach. Een hele wagon die zich wreekt. Iedereen kijkt meedogenloos toe wanneer Mireille Darc zich met een ruk omdraait en vervolgens door het gangpad naar de andere deuren van de wagon snelt. Die deuren zijn allang dicht. De trein rijdt in volle vaart door het duister. Ik kijk even om. Daar staat ze. De mobiel is uit. Een verschrompeld persoontje. En paardenstaart? Zit die zich in zijn succes te zonnen? Glunderend? In het begin – even maar. Nu niet meer. Ook hij kijkt in de richting van Mireille Darc. Een beetje peinzend. Bij St Germain des Prés stapt ze uit. Paardenstaart en ik en ook de zwarte vrouw naast mij stappen uit bij Montparnasse. Ieder gaat zijn eigen kant op.

  1. 3 Reacties op “Laatst in de metro”

  2. Door Plechelmus op 12 mrt, 2008

    De kuise Nederlandse vertaling van de het onnettte Frans doet mij denken aan een tv-act van Wim de Bie, uit de tijd dat hij nog wel grappig was. De Bie had aan weerszijden van zijn gezicht twee plastic oren uit de feestartikelenwinkel. Hij was gekleed in een smoking en zat aan een vleugel.
    Al met al leek hij toch wel heel veel op Pieter van Vollenhoven. Pardon, mr Pieter van Vollenhoven. En toen begon Pieter te spelen en te zingen:

    I will fuck you in the morning
    Fuck you late at night
    Fuck you while the moon
    Or the sun is shining bright
    I wanna fuck you
    Yes, I wanna fuck you
    I wanna fuck you baby
    But your door is closed, etc

    Voor hen die het Engels niet machtig waren was het geheel ondertiteld:

    O, wat ben je mooi
    zoals je daar ligt in het hooi
    O, wat ben je prachtig
    je bent in één woord ‘machtig’
    Ik vind je leuk
    ik vind je leuk
    ik vind je leuk
    en ik krijg overal jeuk

  3. Door de schrijver in Frankrijk op 12 mrt, 2008

    Beste Plechelmus,

    Ja, hier zit een overeenkomst. Een gekuiste vertaling is als een half doorzichtige sluier waarmee je een brute werkelijkheid omhult. Zonder deze sluier is die werkelijkheid bot en al gauw vervelend. In dit sluieren zit humor. Dit is ook de humor van de “god” Eros.

  4. Door Gerard op 10 apr, 2008

    Beste schrijver in Frankrijk,

    Hoe minder je over humor theoretiseert hoe beter. Hoeft niet van die sluier. Je verhaal is zo al gek genoeg. Compliment.

Reageer