Versailles-Clochemerle

14 sep, 2008 Onderdeel van paysages

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

Wie Clochemerle niet kent, die zal nooit iets van Frankrijk begrijpen. De Franse mentaliteit zal hem altijd een raadsel blijven, omdat hij niet door heeft dat er eigenlijk twee Frankrijken bestaan (les deux Frances): het Frankrijk van de radicale republikeinen en het “oude Frankrijk” van de rechtse katholieken. En nergens wordt dit zo scherp getekend als in de komische roman van Gabriel Chevallier “Clochemerle”. Toen het boek het licht zag, in 1934, lag heel Frankrijk dubbel van het lachen. Een overweldigend succes. Met als gevolg dat de naam Clochemerle (naam van een fictief dorp in de Beaujolais) tot een begrip werd. “C’est Clochemerle” – wanneer een Fransman dat zegt, dan doelt hij op een situatie van plaatselijk geruzie waarin de vertegenwoordigers van het ene Frankrijk en de karakteristieke personages van het andere Frankrijk elkaar in de haren vliegen.

Urinoir (1)

In het boek “Clochemerle” begint de heibel met het voorstel van sommige gemeenteraadsleden om in een doodlopend steegje vlak achter de kerk een urinoir te plaatsen. Dit ontketent een hemelrijzend protest bij de pastoor, de barones en het “goed katholieke” deel van het dorp. Mochten de radicale republikeinen zich tot dusver nogal onverschillig hebben getoond, dit protest maakt van hen opeens fanatieke voorstanders van het openbare pisetablissement. Voor de dorpsonderwijzer en zijn geloofsgenoten een zoveelste gelegenheid om de pastoor en alles waar de pastoor voor staat “op te vreten” (bouffer le curé). Het gedoe loopt natuurlijk uit de hand. Wordt op hoger niveau uitgestreden. Hier de bisschop, daar de prefect. Eindigt met een soort zalvend compromis. O ja, en geweldig zoals de rol van de burgemeester wordt beschreven! Zoals die het klaarspeelt om zowel de ene als de andere partij tevreden te stellen (dat heet: ménager le chèvre et le chou). In Frankrijk worden de burgemeesters door de plaatselijke bevolking gekozen…

Koons

In Versailles is de afgelopen twee weken een heerlijk “Clochemerle” ontstaan. Het begon met de aankondiging van een popart tentoonstelling in het kasteel. Kunstwerken van de Andy Warhol-epigoon Jeff Koons: enorme zuurtjeskleurige Mickey Mouse figuren en ballonachtige harten met strikjes eromheen. Wat een schok voor een bepaald deel van de bevolking van Versailles toen het van zijn kasteeltjes en landhuizen in Bretagne en Normandië van vakantie terugkwam! Wat?! – die afschuwelijke kitsch in het paleis van onze grote Lodewijk?! De zonnekoning draait zich in zijn graf om! En als ze dan vernemen dat Koons destijds samenwerkte met la Cicciolina, die hoer die in het Italiaanse parlement terecht kwam! Ah, Jésus-Marie! Anderen wrijven zich natuurlijk in hun handen om deze heilige verontwaardiging. Vooral de directeur van het museumkasteel en zijn trendy galeriehouders-maatjes uit Parijs. Is dat niet de rol van de kunst? De gevestigde orde provoceren en aan de kaak stellen? Prachtig ook de reacties van sommige vooraanstaande Versaillers in de krant! Links of rechts, ze vinden allemaal dat “Versailles en het kasteel met de tijd mee moeten gaan”. Dusdanig onderwerpen ze zich blijkbaar aan de moderne kunstlobby van de hoofdstad, die zijn nevelige dictatuur achter een masker van politieke correctheid verbergt. Daar kunnen die anderen niet tegenop. Wie van zijn standpunt een ideologie maakt – zoals de fascisten en de stalinisten dat op politiek terrein deden – al is het maar op het gebied van de kunst, die heeft bij voorbaat gewonnen. Ze hebben de anderen de bek gesnoerd. Toch vormen de anti-Koons mensen in Versailles een flinke groep. Vandaar dat de enige die zich wat genuanceerder uitspreekt de burgemeester is. Hij zegt dat hij “niet geschokkeerd is, dat het om een interessante verbinding tussen oud en modern gaat, maar dat het misschien niet als de prioritaire bestemming van het kasteel valt te beschouwen om dergelijke exposities te herbergen” (“Les Nouvelles Versaillaises“, woensdag 10 september 2008)…

Mooi – lelijk…

En niemand die een woord rept over de kwaliteit van de kunstobjecten in kwestie. Niemand die zegt of hij of zij ze mooi vindt of lelijk. Of gaat het daar niet om? Nee, natuurlijk gaat het daar niet om. Kunst is er niet om mooi te zijn. Stel je voor! Kunst is er zelfs niet om domweg knap ambachtelijk werk te zijn. Het gaat om het concept. Kunst is een geheel. Kunst is interactief. Kunst zit ‘m net zo goed in het “kunstwerk” zelf als in de reactie die het aanschouwen of beleven ervan teweeg roept. Kunst is een totaalgebeuren. Wanneer ik zeg “gèt, wat lelijk”, dan ben ik in het kunstgebeuren inbegrepen, en als dan de kunstenaar en de trendy galeriehouders en de omstanders (omdat ze denken dat dat moet) om mijn reactie lachen, omdat ik door “gèt” te zeggen mezelf blootgeef als zielige “bourgeois”, typisch product van “het systeem”, dan hoort dat lachen ook bij de happening.

Urinoir (2)

Het moment in de geschiedenis dat deze onzin begon is precies te dateren. En het ging ook daar om een… urinoir! De urinoir die Marcel Duchamps in 1917 in een vooraanstaande galerie in New York tentoonstelde. Goed, de society of independent artists besloot na lang beraad het object niet als kunstwerk te beschouwen – maar de trend was gezet. We schrijven nu bijna honderd jaar later, en nog steeds is deze vorm van kunst alles wat de klok luidt. Nog nooit heeft een stijl zo lang geheerst als deze kleren-van-de-keizer-kul. Barok, roccoco, empire, klassicisme, academisme, Barbizon, impressionnisme, expressionisme, fauvisme, kubisme, zelfs de proletkult – het duurde nooit langer dan enkele decennia…

Geld…

Ach, dat er eens een knuppel in het hoederhok van Versailles wordt gegooid – ik vind dat niet zo erg. Eigenlijk wel gek. Maar dan liever een andere knuppel. Er zijn er genoeg te vinden. Wat zo irritant is bij een bepaalde kliek van museumdirecteuren, galeriehouders en succesvolle artiesten, dat is hun pretentie van het aan de kaak stellen van vervreemdende burgermoralen en systemen, van het “verleggen van grenzen”, en daarmee van het bevrijden van menselijke potenties. En dat terwijl ze mettertijd een hermetisch gesloten, betonnen systeem zijn gaan vormen waar sloten geld circuleert. Iemand als Jeff Koons gaat er prat op dat hij miljoenen en nog eens miljoenen aan zijn onbenullige concepten en zijn Mickey Mouzen verdient.

  1. 3 Reacties op “Versailles-Clochemerle”

  2. Door Maurits Dolmans op 28 sep, 2008

    Beste Caspar; Je legt de vinger op de zere plek, op meer dan een manier. Geweldig. Ik geniet van je commentaar! Veel succes en geluk in je nieuwe positie.
    Hartelijke groet, Maurits

  3. Door Christiaan van Hasselt op 29 sep, 2008

    Clochemerle is inderdaad een mooi, mag ik ‘leuk’ zeggen?, boek. Verplichte kost toen ik naar school ging (een Franse school wel te verstaan, waar ik overigens leerde dat ‘chevre’ vrouwelijk was, sorry Caspar) en heb het zes jaar geleden met plezier herlezen. Wat zou de Nederlandse tegenhanger zijn van Clochemerle? Dat heb ik weer niet geleerd…

  4. Door de schrijver in Frankrijk op 30 sep, 2008

    “Leuk” zeggen, dat mag zo langzamerhand. “Chèvre” – natuurlijk is dat vrouwelijk. Een mannelijke geit die geen bok is, dat zijn we nog niet tegengekomen. Zo zie je maar, zelfs na 18 jaar wonen en werken in Frankrijk zit een Hollander soms nog steeds te klungelen met de “il”-s et en de “elle”-s. Ik zit na te denken over een Nederlandse Clochemerle. Niets schiet me te binnen. Ook ik hou me aanbevolen voor een suggestie daaromtrent.

Reageer