Noblesse oblige

16 okt, 2008 Onderdeel van proses

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

Combourg op een regenachtige morgen in juli. Het donkere slot spiegelt zijn vier plompe torens in een donkere vijver. Wat kwaakt daar? Een kikker, een eend? Ik moet denken aan het grimmige heerschap dat van zijn knechten verlangde dat ze de kikkers in de gracht de bek snoerden. Er hoefde er maar één te kwaken, of de knechten kregen er met de zweep van langs. Ik moet ook denken aan de vader van Chateaubriand, de seigneur van Combourg. Ook hij was een nors en somber persoon, die zich liet voorstaan op zijn feodale status. Hij werd verteerd door twee hartstochten. Hij wilde bewijzen dat de graven van Chateaubriand in rechte lijn afstamden van de hertogen van Bretagne. En hij wilde de heerlijke rechten nieuw leven inblazen waar hij als hoge heer van Combourg aanspraak op maakte: jachtrecht, visrecht, collatierecht, recht van hand en spandiensten… We bevinden ons in de jaren van vlak voor de Franse revolutie! Of ook hij zijn knechten op kikkers liet jagen? Dat staat niet in de Mémoires d’outre tombe

‘Heerlijke’ lectuur

De Mémoires d’outre tombe – wat een heerlijke lectuur (heer-lijk in alle betekenissen van het woord)! Vooral het eerste deel waarin Chateaubriand over zijn jeugd vertelt. Ja, lectuur voor ‘heren’. Edele litteratuur. De stijl alleen al: prachtige zinnen, tegelijk bondig, vloeiend, pittig. Wanneer hij het bijvoorbeeld over de adel heeft: L’aristocratie a trois âges successives, l’âge des supériorités, l’âge des privilèges, l’âge des vanités: sortie du premier, elle dégénère dans le second et s’éteint dans le dernier (‘de adelstand kent drie tijdperken; het tijdperk van de voortreffelijkheid, het tijdperk van de voorrechten, het tijdperk van de ijdelheden: voortkomend uit de eerste periode ontaardt hij in de tweede en gaat hij in de derde ten onder’). Wat zal Chateaubriand zijn vader met zulke frasen hebben geërgerd! Want het is duidelijk, hij ziet zijn tijd gekenmerkt door de ondergang van de adel, alle pretenties van zijn vader ten spijt. En juist hiermee, en ook door de elegante, gelaten en levensvermoeide wijze waarop hij deze mening onder woorden brengt, toont hij zich de ware edelman. François, vicomte de Chateaubriand – ontegenzeggelijk één van de allergrootsten onder de Franse schrijvers.

Graftomben en een zekere gelatenheid…

Een edelman kent zijn Latijn, net zoals hij uit de Bijbel weet te citeren. Zo ook Chateaubriand, die zijn mémoires royaal doormengt met spreuken en verzen van Vergilius en Horatius en met citaten uit de Evangeliën. Toch, als er één oud geschrift is dat de achtergrond bepaalt van Chateaubriand’s oeuvre, is dat het Bijbelboek Prediker. ‘IJdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid’ – vanités des vanités, tout est vanité. Chateaubriand heeft het ancien régime weggevaagd zien worden, hij heeft zijn naaste verwanten tijdens de bloedmissen van de terreur verloren, hij was getuige van de hoge vlucht en vervolgens de val van de adelaar (Napoleon), van de terugkomst van de Bourbons, van de omwenteling van 1830. Ja, van het wentelen van het rad der fortuin. Hijzelf begon als obscure landjonker, werd een gevierd schrijver, werd minister… om te eindigen oud en aftands zoals iedereen. Wanneer hij zijn herinneringen optekent voelt hij de kilte van het graf al om hem heen tochten. Want daarop stuurt elk leven aan, op het graf. Wie of wat we ook geweest mogen zijn, aan het einde van de weg doemt op de donkere tombe van de dood. En dat doet het betrekkelijke – ja, het ijdele van alles inzien (vanitas vanitorum…). Uit dat beeld valt levenswijsheid te putten. En zelfs, uiteindelijk, een soort gelaten vreugde. Wie het memente mori (‘gedenk te sterven’) acht, die verheugt zich over elk ogenblik dat er nog te leven valt. Hé! – nog een dag, nog een vogeltje op de vensterbank, nog een dag om vredig te mijmeren over het vervlieden van de tijd, op een bankje bij een oud graf, onder een treurwilg…

Humor

 Mémoires d’outre tombe , dat wil zeggen ‘herinneringen vanuit gene zijde van het graf’. Graftomben, bouwvallen, treurwilgen – ja, daar zit het vol van. En van skeletten. Soms zozeer, dat het soms beslist komisch is. Maar ook dat hoort bij de edelman: humor. Moeten we hem daarom helemaal au sérieux nemen, wanneer hij verslag doet van zijn bijdrage in het vaststellen van de authenticiteit van de stoffelijke overschotten van Lodewijk XVI en Marie Antoinette? De episode komt voor in zijn relaas over zijn bezoek aan het hof van Versailles in 1789 (het jaar van de revolutie!). Hij vertelt hoe hij de koningin langs zag schrijden, komende uit de kapel. Ik citeer Chateaubriand: Elle me fit, en me jetant un regard avec un sourire, ce salut gracieux qu’elle m’avait déjà fait le jour de ma présentation. Je n’oublierai jamais ce regard qui devait s’éteindre sitôt. Marie-Antoinette, en souriant, dessina si bien la forme de sa bouche, que le souvenir de ce sourire (chose effroyable !) me fit reconnaître la mâchoire de la fille des rois, quand on découvrit la tête de l’infortunée, dans les exhumations de 1815 (‘Terwijl ze mij met een glimlach aanzag, groette zij mij op dezelfde wijze als ze gedaan had op het moment dat ik aan haar werd voorgesteld. Ik zal haar blik, die zo spoedig zou uitdoven, nooit vergeten. Al glimlachende gaf Marie Antoinette zo duidelijk de vorm van haar mond weer, dat ik haar doodshoofd, toen dat in 1815 werd opgegraven, aan haar kaken herkende. Dusdanig had zich haar glimlach in mijn geheugen geprent.’). Ja, Chateaubriand maakte deel uit van de commissie die de echtheid van de vorstelijke overschotten vast moest stellen. Maar iemands vleesloze kaken herkennen aan een glimlach die de persoon je 26 jaar eerder heeft toegeworpen!…

Adel

Adel màg weer. Adel is zelfs in de mode. Waarom niet? Ik zou zeggen: eindelijk! Al moet daarbij meteen worden gezegd dat het woord ‘adel’ niet erg Hollands is (Nederlands misschien, niet Hollands). Typisch Hollands is eerder het woord ‘regent’. Het zijn de regenten die destijds de Republiek der Zeven Provinciën tot bloei hebben gebracht, niet de jonkers uit de provincie (of ze moesten zelf regent worden – wat sommigen werden), niet het Haagse hofpersoneel. De meeste regenten zijn op den duur in de adel verheven. Maar de herinnering aan hun steedse oorsprong bleef bewaard, herinnering aan hun koopman- en bankierverleden. En zo hoort het ook. Chateaubriand mag dan op zeer aristocratische wijze zijn eigen stand denigreren, we hoeven hem daarin niet te volgen. Als adel en regentendom ergens voor staan, dan is het duurzaamheid. Tja, ze zijn er nog steeds, hun duurzaamheid is gebleken. Een Frans spreekwoord zegt: Longueur de temps n’éteint noblesse ni franchise. En duurzaamheid, dat veronderstelt trouw, fatsoen en – ja, bescheidenheid! Wie weet heeft van de ijdelheid der dingen (vanitas vanitorum), die haalt geen rare streken uit. Die tast niet naar meer, en nog meer, steeds meer: bonussen, premies, gouden handdrukken voor wanprestaties…

Ja, noblesse oblige…

  1. 5 Reacties op “Noblesse oblige”

  2. Door Molière op 17 okt, 2008

    Hoe zijn destijds de regenten aan hun positie gekomen? Was dat altijd even zuiver? Ik waardeer deze goed geschreven essay.

  3. Door Mata Hari op 18 okt, 2008

    Je brengt me op een idee. Tegenover ons in het park staat een treurwilg met ernaast een bankje. Ik ga daar straks op zitten.

  4. Door Maurits Dolmans op 20 okt, 2008

    Dit relaas doet me denken aan een “ipse dixit” dat in de almanak van 1978 werd opgetekend uit de mond van een van de adellijke heren die ook Minerva bevolkten (overigens een buitengewoon aangenaam persoon, naar ik me herinner): “de oudste adel is de beste: zij zijn vergeten hoe ze hun titel hebben vergaard”. Maar wat je schrijft tegen het eind is wel waar: besef van familiegeschiedenis kweekt plichtsbesef. Aldus ook bij ons: het is traditie in mijn familie (sinds het fortuin werd verloren tijdens het Spaans beleg van Maastricht) dat elke generatie niets nalaat dan schulden en goede herinneringen. En ik ben vast van plan die traditie in ere te houden!
    Cheers,
    Maurits

  5. Door de schrijver in Frankrijk op 21 okt, 2008

    Die “ipse dixit” is raak! Had zo uit de koker van Chateaubriand kunnen vloeien. Goede herinneringen, die, omdat ze goed zijn, aan volgende generaties worden doorgegeven – ja, zo ontstaan pas écht stambomen.

  6. Door E.H. op 24 okt, 2008

    Malta en Valletta

    …een informeel gesprek in een klein gezelschap o.a. over het woord “ridderlijkheid”, wat moet men daaronder verstaan? Moed en trouw worden genoemd, ook:”de inhoud is die je er zelf aan geeft”, verder:” het is verdwenen, het bestaat niet meer” . Edel-moedigheid is een gedeeltelijke verklaring van het woord, trouw is trouw aan een gwegeven woord, de afgelegde belofte.
    Ridderlijkheid….iets om over na te denken.

    In de burcht van Akko stond tot voor kort, rechtop, dichtbij de ingang, een enorme grafsteen gesierd met gotische letters en met het opschrift “priez pour nous”. Geloof en hoop, hoopvol en met moed waren ze op reis gegaan. Wanneer is dit graf gemaakt? Misschien in het begin van de bouw van de burcht. Een of andere hoge heer die met de zijnen land en hof had verlaten voor het heilige land. Trouw aan een belofte? Moed om die gelofte te volbrengen?

    Nancy

    In de kerk van de Franciscanen(Cordeliers) te Nancy was destijds – nu niet meer , want ook de monumenten reizen en verhuizen – te zien de 12e eeuwse grafsteen van Hugues de Vaudemont en Anne de Lorraine, eeuwenlang het symbool van de terugkeer van de kruisridder. De ridder, in lompen, wordt ontvangen en omarmd door zijn vrouw; Hugues, die door de Saracenen 16 jaar gevangen was gehouden gold voor dood. Anne weigerde te hertrouwen, al probeerde haar omgeving haar daartoe over te halen; op een goede dag kwam hij die men niet meer verwachtte terug. En het is het moment van de terugkomst dat door de steenhouwer op het graf is vastgelegd. Bij het aanzien van dit ontroerende monument denke men aan de dichtregels van Francois Villon: “Dame serez de mon coeur sans debat, entierement, jusque mort me consume”.

    Om te eindigen een citaat:”Diep geworteld zijn in het verleden maakt het leven moeilijker, maar ook rijker en krachtiger. Er zijn in het menselijk leven zekere fundamentele waarheden en waarden waar de mensen vroeger of later altijd naar zullen terugkeren” (Dietrich Bonhoeffer)

Reageer