Treurig veld

11 jan, 2009 Onderdeel van proses

Column door Bart van Loo

Ik sta op het punt om de grensovergang in Halluin-Rekkem te passeren. Het is even na middernacht en Rijssel wenkt in de verte. Per vergissing neem ik de weg die voorzien is voor bussen. Plots zie ik iemand gebaren dat ik moet stoppen, wat ik ook doe, maar blijkbaar niet snel genoeg, want een douanier gooit me vanop meer dan tien meter afstand de gevreesde ‘stop stick’ voor de wielen. Mijn linkervoorband wordt aan flarden gereten. Drie mannen komen aanlopen. ‘Waarom rijdt u zo snel?’ wordt me toegeblaft. Ze zijn er zeker van dat ik iets te verbergen heb. Nauwgezet onderzoeken ze mijn wagen. Tevergeefs natuurlijk. Wanneer ik mijn koffer open, flakkert hun blik op. ‘Wat zit er in deze kartonnen dozen?’ Dan wordt het me even te veel. Ik zet de dozen op de grond, open ze, haal er enkele boeken uit, en hoor mezelf roepen: ‘Ziehier mijn drugs! Ik ben schrijver en smokkel alleen mijn eigen boeken!’

Morne plaine…

Toch moet ik mee naar het bureau, waar ze me nog twee uur laten wachten. Ik haal dan maar een boekje uit mijn binnenzak. De mooiste van Victor Hugo, geselecteerd en vertaald door Koen Stassijns (Lannoo/Atlas, 2008). Hij is bij mijn weten de eerste die zich waagt aan een vertaling van een aanzienlijke dosis poëzie van Frankrijks vaderlandse dichter bij uitstek. Ik begin te lezen. Eerst in stilte, maar Hugo’s krachtige verzen roepen om hardop gelezen te worden, dus al snel zit ik vinnig te fezelen. Mijn ergernis smelt. Een vrouwelijke douanebeambte gluurt over mijn schouder. ‘Victor Hugo’, zegt ze. Ik kijk om, en zie hoe ze me spontaan ‘Waterloo, morne plaine‘ toefluistert. ‘Frontière, morne plaine‘, wil ik zeggen, maar vraag haar maar of ze ook het vervolg kent van de zowat beroemdste verzen uit de Franse poëzie. Haar ‘neen’ bewijst hoezeer Hugo verworden is tot een dichter van enkele alom gekende verzen. Ik wijs naar de tweetalige bundel in mijn handen. Dankzij Hugo’s onverslijtbare beschrijving van Napoleons ondergang bevinden we ons plots op het slagveld van Waterloo: ‘Waterloo! Waterloo! Waterloo! Morne plaine! / Comme une onde qui bout dans une urne trop pleine. / Dans ton cirque de bois, de coteaux, de vallons, / La pâle mort mêlait les sombres bataillons.’ Deze in Astérix chez les Belges heerlijk gepersifleerde verzen (‘Waterzooï! Waterzooï! Morne plat!’) klinken bij Stassijns als volgt: ‘Waterloo! Waterloo! Waterloo! treurig veld! / Zoals een golf in een te volle urne welt, / Is in je bos, je dalen, heuvels af en aan / De dood in trieste regimenten opgegaan.’

De gigant Hugo

De vrouw lijkt wat te ontdooien. Ik vraag haar tevergeefs of ze al in Villequier is geweest, en vertel dan maar haar hoe Hugo’s dochter Léopoldine er in de Seine verdronk. Ik blader naar het klassieke, maar daarom niet minder aangrijpende ‘Demain dès l’aube à l’heure où blanchit la campagne’ dat Hugo na haar dood uit zijn pen schudde. Stassijns giet het gedicht in een uitgebalanceerde vertaling (‘Voor dag en dauw als licht al aanbleekt op het lover’) die andere geïsoleerde pogingen uit ons taalgebied naar de archieven verwijst. De dame kent tot mijn verbazing het gedicht niet, maar vindt het ‘très joli‘. Ze zet zich weer aan het werk. Het is onvoorstelbaar hoeveel poëzie de gigant in zijn leven bij elkaar schreef, en al even onbegrijpelijk hoe makkelijk hij de Franse taal naar rijmende verzen kon plooien. Of hij nu emotionele problemen wilde verwerken of politieke commentaar formuleren, de man drukte zich spontaan uit in lyrische verzen. Ik herlees hier zijn eerste romantische gedichten, zijn indrukwekkende poëtische verwerking van de geschiedenis in La légende des siècles (1859-1883), maar ook de intimistische Contemplations (1856) en de tot poëzie verstilde woede uit Les châtiments (1853). Stassijns weet de vaak onvertaalbaar geachte verzen van Hugo niet alleen erg mooi, maar ook nog eens rijmend én getrouw aan het aantal versvoeten in onze moedertaal te ontvouwen. Hugo’s misschien wel té monumentale dichterlijke oeuvre (alleen al Les contemplations is zowat even dik als het verzameld werk van de gemiddelde dichter) wordt in dit boekje bovendien geslaagd tot verteerbare proporties gebloemleesd.

Te allen tijde van pas

De douaniers hebben ondertussen hun onderzoek afgerond. Ik blijk niet alleen onschuldig te zijn, ze vragen ook nog eens poeslief naar de inspiratie voor mijn boeken. Het is twee uur ‘s ochtends. Voor de bedremmelde figuren in uniform open ik de bundel en laat ik enkele verzen lang de krachtige lyriek van Victor Hugo weerklinken, eerst in het Frans, vervolgens in Stassijns’ vertaling. Ik voeg er nog aan toe dat ze aanstonds deze tweetalige bundel hun kantoor moeten binnensmokkelen. Uitmuntend vertaalwerk en een uitgekiende selectie uit het oeuvre van hun grootste poëziereus, samengebracht in een klein boekje dat werkelijk te allen tijde van pas kan komen.

Bart van Loo (1973) valt als één van de grootste francofielen van de Lage Landen te beschouwen. Zijn boeken “Parijs retour” (Meulenhoff/Manteau, 2006) en “Als kok in Frankrijk” (Meulenhoff/Manteau, 2008) hebben zowel in de Nederlandse als in de Vlaamse pers veel lof ontvangen. In beide werken geeft hij op levendige en zeer originele wijze een beeld van de Franse literatuur.  Voor meer informatie: www.bartvanloo.info

  1. 4 Reacties op “Treurig veld”

  2. Door De schrijver in Frankrijk op 11 jan, 2009

    Beste Bart,

    Dank voor je bijdrage! Toen iemand aan Claudel vroeg om een lijstje te maken van de allergrooste Franse dichters, toen eindigde hij met: “et Hugo – hélas…” Ik geloof dat dat “hélas” op dat gigantische van Hugo’s oeuvre sloeg. Een prachtige beschrijving van de slag bij Waterloo vind je ook in “Les misérables”. We zijn in onze literatuur te kneuterig en intiemig geworden. Alles psychologische muggenzifterij. Laten we weer ruimte geven aan het epische tableau, het romantische gevoel…

  3. Door Bart Van Loo op 11 jan, 2009

    Beste Caspar,

    Gelijk heb je! Ik heb momenteel een stukje gewijd aan “Les Misérables” op mijn blog n.a.v. een tentoonstelling in Parijs. Ik heb in Parijs kilometers gelopen in de sporen van dat boek. Daar spreek ik over in “Parijs retour”.

    Oh ja, ik dacht dat die “hélas” van André Gide afkomstig was. Even uitvlooien.

    Fijne week alvast !

    Bart

  4. Door De schrijver in Frankrijk op 12 jan, 2009

    Je hebt gelijk. ‘t Is Gide.
    Ook jij een goede week!

  5. Door VoerVoorLezers op 17 feb, 2010

    Ben zeker van plan de gedichten van Hugo te gaan lezen.

Reageer