Een denkbeeldig Noorden

6 mei, 2009 Onderdeel van proses

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

Dit keer ga ik het eens hebben over een schrijver van wie ik nog nooit iets heb gelezen. Misschien komt dat nog. Al moet ik zeggen dat de eerste zin van het enige boek van hem dat ik in mijn boekenkast heb staan mij weinig bevalt. Je buvais souvent alors de ces petits vins Blanc du Rhin, sans nom, en pensant fort au cul de Paule (vert. “In die tijd dronk ik vaak witte wijntjes uit de Rijnstreek, terwijl ik dan hard zat te denken aan de reet van Paule”). Sommige mensen (onder wie ook – helaas! – kritieken) vinden een dergelijk begin leuk en gewaagd. Ik vind dat niet. Schrijvers zijn over het algemeen nogal schuchtere, gevoelige mensen. Het heeft daarom iets wrangs wanneer ze met dat soort zinnen het stoere mannetjesdier zitten uit te hangen. Nee, ik heb dit boek niet gelezen; wel heb ik de schrijver erover horen vertellen. En gek, dat was een ander verhaal. Sommige dingen die hij toen zei zijn me bijgebleven. Ik heb het over Philippe Claudel, en over zijn eerste boek, een korte roman getiteld Meuse l’oubli (vert. “Rivier van vergetelheid”).

                                                                                                                                                                                                                 Bij Bernard Pivot

Philippe Claudel is inmiddels een ster in het literaire firmament. Zijn roem is vooral te danken aan “Het kleine meisje van meneer Linh”. Zijn romans en novellen hebben meerdere prijzen ontvangen, zijn in tientallen talen vertaald. Maar toen ik hem ontmoette, toen stond hij nog aan het begin van deze glanscarrière. Het was in het jaar 1999. Ik woonde en werkte in Nancy, waar ik lid was van een leesclub. Elke maand kwamen we samen, tussen de vijf en tien hartstochtelijke lezers, om het boek dat we voor die maand hadden gekozen te bespreken. Op een keer stelde een lid van ons clubje ons voor om een beginnend auteur, die zij kende, uit te nodigen. Zij en die auteur onderwezen beiden op een zelfde middelbare school. Hij gaf daar Frans. Zijn eerste roman (Meuse l’oubli) was nog maar sinds enkele maanden uit, en wat nog mooier was: hij was pas opgetreden in het literaire praatprogramma van Bernard Pivot! O, niet als de grote vedette, maar wel als één van de vooralsnog minder bekende auteurs, die mee in de kring mochten zitten, en aan wie Bernard Pivot zich ook zo af en toe verwaardigde een vraag te stellen. Een groter eer was voor een debuterend schrijver (in die tijd) niet denkbaar!

Onze leesclub

En daar zat hij dan, ditmaal bij ons in de kring, in een met neonlicht verlicht zaaltje, ergens in Nancy. Hij was natuurlijk vol van zichzelf, van Pivot, zijn boek, zijn succes. En toch, gek – hinderlijk was dat niet. Daar was zijn houding te fris-naief voor, en vooral: daarvoor waren mij sommige van zijn gedachten te sympathiek. Want wat bleek? Claudel was gefascineerd door het Noorden – en het Noorden, dat was voor hem een vaag omlijnd, wijd gebied, zo ongeveer het gebied waar de Maas doorheen stroomt, en nog uitgestrekter. Niet dat hij de betreffende streken en provincies nu zo goed kende. Maar dat hoeft ook niet om ergens van te houden. Dat moet misschien zelfs niet. Ja, die mistige noordelijke gewesten bekoorden hem. De namen ervan alleen al. Ik weet nog hoe hij de naam Gueldres (Frans voor “Gelderland”) als het ware over zijn tong liet rollen. Hij vond die naam mooi.

Meuse l’oubli

Over Meuse l’oubli. Hij vertelde dat hij iets had willen schrijven in de trant van Mac Orlan – Pierre Mac Orlan, wiens verhalen zich afspelen in volkse cafés, bezocht door dokwerkers, matrozen, clochards, souteneurs, oplichters, lichte vrouwen. Het soort ruige romantiek van de jaren dertig-veertig (Quai des brumes…). Claudel zocht een zelfde sfeer, maar dan verplaatst in de sombere contreien van het Noorden. Zoals alle Fransen zag hij het Noorden als een windstreek die niet anders dan door iedereen geringgeschat kan worden, die iedereen de rug toekeert. Als een leeg gebied, waar alleen maar vreemde, marginale lieden wonen. Nu klopt dit waar het gaat om de omgeving van de bovenloop van de Maas. Maar niet wanneer je noordelijker komt, bij ons in Nederland bijvoorbeeld. Maar voor Claudel was het alles één pot nat: héél het Noorden was als het Noorden van de lege, stille en bosrijke departementen van de Meuse en de Ardennen. En ergens in dit vage, mistige Noorden, speelde zich zijn verhaal af: een dorpje aan de Maas, in de Ardennen, niet ver van Gueldres – ik hoor het hem nog zeggen. En ik weet ook nog hoe ik het op mijn tong had om hem te verbeteren: maar tussen de Ardennen en Gelderland ligt een afstand van op zijn minst tweehonderd kilometers. Maar ik hield me bijtijds in. Want het ging hier niet om aardrijkskundige feiten, maar om de verbeelding van een schrijver. Als voor hem de naam Gueldres iets moois voor de geest tovert, iets dat past bij wat bij hem de Ardennen oproepen, waarom zou hij ze dan niet verbinden, zo dat het lijkt alsof de twee streken in elkaar overlopen – één zelfde leeg, romantisch, geringgeschat “Noorden” ?

Ik ga hem toch eens lezen, die Claudel.

  1. 2 Reacties op “Een denkbeeldig Noorden”

  2. Door Molière op 20 mei, 2009

    Een kleintje naast zijn naamgenoot, de grote CLAUDEL, maar toch beslist de moeite van het lezen waard.

  3. Door Regy Comeyne op 22 jun, 2009

    Het Noorden (met hoofdletter)is wel populair geworden na de film ‘Bienvenue chez les Chti’, de meest bekeken franse film ooit.
    En in de noordelijke departementen Aisne, Ardennes en Nord komen zich meer en meer nederlanders vestigen. Verschillende dorpen hadden/hebben een (katholieke) priester van Nederlandse oorsprong.Met die laatste zou ik graag in contact komen. Kent iemand protestantse of katholieke priesters in Noord-Frankrijk?

Reageer