Porno-opa’s

19 mei, 2009 Onderdeel van plaisanteries

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

Zondagmorgen. Ik ben op weg naar de kerk. Ik rij mijn parking uit. Ik rem – hemel, net op tijd! Een peloton oude opa’s op racefietsen trapt de helling op. Ik had het kunnen weten, op zondag wordt gefietst. ‘t Is dat ik op de dag des Heren, ‘s ochtends, met mijn hoofd elders ben. Ik zeg “fietsen”, maar laat daarbij dan wel vermeld zijn dat fietsen in Frankrijk niets te maken heeft met fietsen in Nederland. In Nederland fietst iedereen – zoals het hoort – op gezellige opafietsen, jong en oud. In Frankrijk fietst men op flitsende vélos de sport, zowel de opa’s als hun achterkleinzoons. En die fietsende Franse opa’s zien er ook héél anders uit dan Nederlandse oude meneren op de fiets. Ze zullen er langzamerhand ook wel zijn, in het brave vaderland – je hebt nu overal alles – maar ik kan me niet herinneren ze daar tot dusver te zijn tegengekomen: mannen van rond de tachtig in strakke roze pakjes – net bloot – met alleen ter hoogte van het zitvlak rimpels, omdat op een bepaalde leeftijd alle vlees zich van achter naar voren verplaatst. Roze pornopakjes waarop zich van alles laat lezen: namen van merken, codes voor kenners – op het zitvlak van één van de opa’s, die ik bijna overreed, lees ik het woord “cool”. Een woord dat dan weer links, dan weer rechts languit naar boven wordt uitgerekt, met de stand van de trappende benen en dus de vorm van het zitvlak mee: co()|  (()ol  co()|  (()ol  co()|  (()ol…

Ik zie bij opa’s wat anders voor me

Ja, bij een opa – of die nu op de fiets zit of niet – zie ik iets anders voor me. Ik zie een meneer voor me in een kostuum, of in een tweedjasje en een ribfluwelen broek, en met een das. Alles nogal donker, een beetje kreukelig en met hier en daar een vlek. Maar dat hoort erbij, opa’s zijn een beetje verstrooid, een beetje morsig, in ieder geval niet ijdel. Buiten dragen ze een lange jas. Nooit haasten ze zich. Ze hebben iets waardigs. Ze kunnen ongemakkelijk zijn, ze klagen over kwalen, ze zijn soms streng, maar meestal vriendelijk. Hoe dan ook, ze zijn oud en daarmee uit.

Bejaarde popsterren

Ach lieve hemel! En dan lees ik in een of ander vullesbakkenblad dat Mick Jagger van de Stones weer op tournee is. En zie ik op een van de wanden van een krantenkiosk een foto van Johny Halliday met een grijzende rockkuif, in leer en voor bloot. Hoe oud zijn die lieden? Ruim over de zestig. Weten ze dan van geen ophouden, of hebben ze nog niet genoeg bij elkaar gerocheld? Je begint als rebel in een samenleving van repressieve kapitalisten, je eindigt als belastingontduikende multimiljonair. En wil dat zeggen dat een hele generatie opa’s oud gaat worden op de muzak van die fenomenen? Ze zijn over de honderd en nog zitten ze te jengelen: I can’t get nooo – satisfaction

Verboden dood te gaan

‘t Is dat we niet meer dood mogen gaan. Verboden! Een tijdje geleden, op het Franse nieuws: tijdens een storm viel een boom op een feesttent vol met mensen. Drie doden. Volgens de nieuwslezer was het “ondenkbare” (impensable) gebeurd. Want het gaat inderdaad ons denkvermogen te boven dat een boom op een tent kan vallen, en dat er dan mensen worden verpletterd. En dan doodgaan – stel je voor! En dat oude mensen het loodje leggen, dat wordt natuurlijk ook steeds ondenkbaarder. Nee, al ben ik over de honderd, ik wil blijven jengelen en heupwiegen met de Stones, de Doors, Led Zeppelin, Alice Cooper en Bob Marley mee. Ik wil blijven trappen op racefietsjes, in strakke pornopakjes. “En we gaan nog nie-iet dood – nog lange niet, nog lange niet – en we gaan nog nie-iet dood…” Honderd – honderd tien – honderd twintig – honderd dertig…

Oud en daarmee uit

Of ze het willen of niet, ze zijn oud en daarmee uit. Ik lees deze zondagmorgen in de Bijbel: “Toen hij in goede ouderdom, verzadigd van leven, gestorven was…” En ik denk aan mijn opa’s, in hun donkere pakken, met hun verhalen,  kwalen, hun dralen bij het lopen. Goede ouderdom? In ieder geval eerlijke ouderdom. En ik denk: zo wil ik ook oud worden…

  1. 8 Reacties op “Porno-opa’s”

  2. Door Marcus VtH op 20 mei, 2009

    Whouw !!
    Caspar !!
    Je trapt mij op m’n ziel. En niet een beetje ook. Ik hou ontzettend veel van fietsen en ook al ben ik nog geen opa – in de zin die je hierboven beschrijft – ik hoop tot op hoge leeftijd nog te kunnen blijven fietsen. OK ik zal me niet hullen in een zuurstok roze pakje, maar fietskleding zal het wel zijn. Ik ga immers niet in een tweed jasje op de racefiets. Je zet onze grootvader erg treffend neer, maar zo wil ik in elk geval niet eindigen. Ik deel overigens je afgrijzen in fenomenen als rockende opa’s, nog even en ze lopen te stampen op de podia achter hun rollator. Vreselijk.
    Maar deze fietsliefhebber zal (hopelijk) sterven in het zadel, hoe toepasselijk.
    Overigens leuk om weer van je te horen.
    Je neef, Marcus

  3. Door EJvM op 22 mei, 2009

    Ja, dit keer ben je bepaald sarcastisch. En tegelijk verwijs je naar de bijbel. Zit hier niet een tegenspraak? Of kan de bijbel ook sarcastisch zijn? De profeten misschien? Amos? Niet dat jouw verhaal nu zo profetisch is. Wel gek.

  4. Door E.H. op 23 mei, 2009

    Ik vind het niet leuk.

  5. Door E.H. op 28 mei, 2009

    Over oud zijn en toch tegelijk jong:

    ….In diesem Tal soll David den Riesen Goliath erschlagen haben. Auch diese Mythe ruft mir die alte Bilderbibel zurück; ich merke, das man nach Palestina reisen muss, um wieder jung zu werden. Dies ist das Land unser Kindertraüme; wie kein anderes in der weiten Welt ruft es diese zuruck. Unsere ersten Vorstellungen sind von biblischen Scenen erfullt. Also Kinder werden wir wieder in Palestina, und Junglinge in Griechenland. Hier unter den Olivenbaumen tritt auch vor mich hin die leuchtende Marmorgestalt des David von Michel Angelo aus dem fernen Florenz; ich sehe auch die Judith mit dem Haupt des Holofernes, und flüchtig überdenke ich, wie der Lebensstrom der Menschheit die Gestalten der Mythe über die Erde weiter tragt….. (Uit “Eine Reise nach Palestina im Jahre 1882” Ferdinand Gregorovius)

  6. Door De schrijver in Frankrijk op 28 mei, 2009

    Wat een prachtige tekst!

  7. Door E.H. op 29 mei, 2009

    Citaten uit een vertelling van Joseph Conrad, getiteld “Jeugd” (vert. Anton van der Vet).
    ‘Dit zou nergens gebeurd kunnen zijn dan in Engeland, waar de zee deel uitmaakt van het leven. Wij zaten rondom een mahoniehouten tafel, die onze gezichten weerspiegelde als we op de ellebogen leunden. Wij begonnen ons leven allen in de koopvaardij. Tussen ons vijven was de sterke band van de zee, was ook de kameraadschap die het beroep geeft, een kameraadschap die geen enthousiasme voor spelevaren, zeiltochtjes, enzovoorts kan geven, omdat het ene alleen het plezier van het leven is, en het andere het leven zelf.
    Marlow vertelde het verhaal, eerder de kroniek, van een reis:
    ” Ja, ik heb wel wat gezien van de zee’en in het Verre Oosten, maar wat ik mij nog het beste herinner, dat is mijn eerste reis daar.”……
    Op weg naar Bankok, schipbreuk geleden, aan land aan de Zuidkust van Java……
    “Ik zie het nog voor me , het blinkende strand, die oneindige, gevarieerde rijkdom van groen, de zee, zo blauw als de zee van je dromen, die werveling van felle kleuren….. Voor mij is heel het Oosten samengevat in dat ene beeld van mijn jeugd. Ik kwam er na een gevecht met de zee, en ik was jong, en ik zag het mij aanstaren. En dit is alles wat ervan over is gebleven. Alleen een ogenblik, een ogenblik van kracht, van romantiek, van betovering – van jeugd!… Een zonnespetteringop een vreemd strand, tijd om je dat te herinneren, tijd om erover te zuchten…. En vaarwel!
    Maar jullie hier….. het leven heeft jullie allemaal iets gebracht: geld, liefde, wat er aan land ook te krijgen is, en zeg me eens eerlijk, was het niet de beste tijd, toen we jong waren op zee, toen we jong waren en niets bezaten, op de zee die niets geeft dan harde opdoffers en soms een kans om te voelen hoe sterk je bent…anders niets..”
    En wij, de financier, de accountant, de advocaat, we knikten naar hem over de gepolijste tafel die als een stille, bruine vlakte onze gezichten weerspiegelde, onze gezichten, die zo gerimpeld, zo doorgroefd waren, getekend door zware arbeid, door teleurstellingen, door succes, door liefde, en onze ogen die nog, die altijd, die zo begerig keken om iets van dit leven te krijgen, terwijl wat eens verwacht werd reeds voorbij is, ongezien voorbij is gegaan, in een zucht, in een flits…. tesamen met de jeugd, met de kracht, met de romantiek der verbeeldingen.’

  8. Door De schrijver in Frankrijk op 29 mei, 2009

    Jeugd: Où sont les neiges d’antan?…

  9. Door Yvonne op 24 jun, 2009

    De duvel is oud, dus rocken maar met die hap! Oké hangende en verschrompelde vellen gehuld in strakke-zit als een tweede huid-pakjes mogen ze van mij in de kast laten hangen voor een volgend leven. Maar men moet vooral dat doen wat men leuk vindt ook al ben je honderd :-))

Reageer