Niets zeggen

23 sep, 2009 Onderdeel van paysages

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

Geen gat in een muur, of onder de grond, of mijn hond wil er doorheen. En dan kun je nog zo schreeuwen: “Asterix, hier blijven” of “Astérix, ici!” (mijn hond is tweetalig), verloren moeite – het apebeest is er vandoor. En wie weet, meteen onder een auto. Omdat mijn tuin aan een kant open is, heb ik daar met een stel aardige mensen van hier (Orange) een hek gezet. Nog een hele klus overigens. Vooral om de spiesen goed recht in de grond te krijgen, zo dat ze niet meer bewegen. Op een gegeven moment maakte ik een half-grappige opmerking: nog dieper en we stuiten nog op een Romeins mozaiek. Iets wat, me dunkt, heel goed mogelijk is omdat mijn huis en tuin zich nog net binnen de grenzen van wat eens de Romeinse stad Arausio was bevinden. Antwoord: Als we dat doen, vooral niets zeggen. Grond terugscheppen en niets zeggen!

Voor je het weet ben je je huis kwijt

Niets zeggen – het kwam hen zo spontaan, zo “matter of fact” over de lippen dat ik vermoed dat dit een eeuwenoude plaatselijke wijsheid verraadt. Wat gebeurt er als je het wél zegt? – vroeg ik. O, dan komen ze van het gemeentebestuur, en voor je het weet ben je je huis kwijt. Bedoeld wordt: dan halen ze er een archeologenteam bij, dan wordt je terrein onteigend – terrein dat wanneer de mozaïeken, fundamenten, en stukken zuil zijn blootgelegd een zoveelste attractie voor toeristen wordt.

Herinneringen

Ja, en je huis is weg. En wie huis zegt, zegt honderden, talloze herinneringen. Van toen je nog een kind was, misschien, of aan je eigen kinderen, die nu het huis uit zijn. Aan familiefeesten, aan gezellig bezoek, aan hoe je zelf hebt zitten knutselen en verbouwen en in de tuin werken. Weg. En dat omwille van een soort collectieve herinnering die helemaal geen herinnering is. De plek waar je huis stond is nu officieel tot “erfgoed van de UNESCO” verklaard, hekken erom heen, en drommen mensen die op een pad van planken voorbij schuifelen. Een van de best bewaarde vloermozaïeken uit de tweede eeuw van onze jaartelling – zegt de gids, waarna ze over de symboliek van de planten begint die op het mozaïek staan afgebeeld. Ik zit nu al te gapen. En dat doen inwendig de meesten van die brave toeristen ook. ‘t Is dat het een beetje zit te motregenen, geen weer om te zwemmen, en we moeten toch wat doen met de kinderen? – en een beetje cultuur is altijd meegenomen. Even een attractie die ons aan een ver verleden herinnert. Onzin! Niks geen herinnering. Wat de achtjarige Suzanne zich van dat mozaïek zal herinneren, dat is dat ze toen aan haar haren werd getrokken door haar broer Matthijs, die chagrijnig was omdat hij geen ijsje met drie maar een met alleen maar twee bollen had gekregen.

Het leven gaat door

Monumenten bewaren is een goede zaak. Maar het mag niet gaan woekeren. Het leven gaat door. Veel in de oudheid bewerkte stenen zijn terug te vinden in de muren van gebouwen die veel later zijn gebouwd, in de Middeleeuwen, later zelfs. Om zijn vesting op de “colline St Eurtrope” te bouwen (een van de grootste vestingen uit die tijd) gebruikte prins Maurits de stenen van de Romeinse arena van Orange. Tja, en van die vesting is ook nu haast niets meer over….

Een tussenweg

Wat doen we met het verleden? Ernaar apegapen, of ermee het heden bouwen en ook de toekomst. Collectieve herinnering bestaat niet, omdat alles wat collectief is, dat wil zeggen van iedereen, van niemand is. Mogen we mensen hun huizen boordevol persoonlijke herinneringen afpakken ter wille van een “herinnering” die niemand zich herinnert en die ons van overheidswege wordt opgelegd? Ik denk dat we hier, als bij veel dingen, een tussenweg hebben te vinden. Kwestie van de dingen afwegen. En ja – zo’n monument met een vloermozaïek kàn een mooie herinnering worden wanneer een enthousiast iemand je erin rondleidt (ja – liefst jou alleen, of met een klein, select gezelschap), en je er van alles bij vertelt. Maar de herinnering zal dan evenzeer die persoon betreffen en de “sfeer” die hij door zijn aanstekelijk enthousiasme heeft weten te scheppen als het mozaïek op zichzelf genomen. Evenzeer? Nee, meer.

Niets zeggen dus, in het geval ik in mijn tuin op overblijfselen uit de Oudheid stuit. Ik vind mijn nieuwe behuizing veel te prettig. Maar als iemand met mij het Romeinse theater wil bezoeken – iemand die dan allerlei interessante dingen weet te vertellen – ik houd me aanbevolen.

  1. 2 Reacties op “Niets zeggen”

  2. Door Britta Bouma op 4 okt, 2009

    Caspar,

    Dank voor de verstrooiing. Sluit heerlijk aan bij het zondagavondgevoel. Maar wat als er ook gouiden muntjes worden gevonden…..

    Welterusten,

    Britta

  3. Door De schrijver in Frankrijk op 5 okt, 2009

    Als ik gouden muntjes vindt, dan schep ik de grond niet terug, dan graaf ik verder totdat ze daar allemaal voor mij voor het grijpen liggen. Wel blijft het: niets zeggen.

Reageer