Gothiek, gothic…

17 nov, 2009 Onderdeel van paysages

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

Maandag is mijn vrije dag. Tja, er staat nu eenmaal geschreven: “Zes dagen zul je arbeiden en al je werk doen; maar de zevende dag is God’s rustdag”. Voor mij is dat maandag. Dat wil mijn beroep. Een beetje lezen ‘s ochtends, boodschappen doen, eten, rusten (eh oui – hier in het Zuiden houden we siesta) en dan, voor het vallen van de avond, een tochtje met de auto en de hond. Ik had op de kaart gezien dat er op zo’n vijftien kilometer van Orange vandaan, richting het Noorden, ergens langs de weg naar Rochegude, een kasteel-ruïne moest liggen: een driehoek bestaande uit drie zwarte puntjes. Ik duw Vivaldi in de CD-gleuf, en ik er naar toe, met een nogal hinderlijke Asterix achterin die het hele traject lang zit te piepen en te janken, omdat hij lak heeft aan klassieke muziek, eruit wil en wil wandelen. Hè, vervelend beest ook!… De castellas van Uchaux

Al voor het dorp Uchaux, dat op de heuvel ligt die de grens vormt tussen het departement van de Vaucluse dat van de Drôme, schieten mij borden voorbij met daarop de namen van châteaux. Maar het zijn niet de goede châteaux. Dat zie je meteen. Het zijn wijnchâteaux. En in Frankrijk is het minste kot met een wijnstok ernaast al een château. Kijk maar op de plaatjes op de etiketten op de flessen. Nee, voor dat échte kasteel moet ik even zoeken, heen en terug rijden, totdat ik ergens een bescheiden bordje zie staan met “castellas” erop. En een bordje eronder met “chapelle St Michel”. Achter beide namen de driedubbele ruit die erop wijst dat het geklasseerde monumenten betreft. Ik parkeer mijn auto op een plek waar de weg een gevaarlijke bocht maakt. Een speciale parking is niet voorzien. En gelijk hebben de Fransen. Als ze parkings zouden aanleggen bij al hun historische monumenten, dan was binnen de kortste keren heel Frankrijk een parking. Asterix springt gillend vanaf de achterbank naar buiten (hij heeft een duif gezien). Waarna we een wandelingetje maken naar boven, over een pad dat door droog, knetterend eikenlover wordt omzoomd, onder de schotelvormige takken van warm geurende pijnbomen. Na een kwartier lopen, opeens, links in de hoogte, een romaanse kapel – oranjegele natuursteen – en voor, links en rechts, resten muur met schietgaten.

Graffiti

Op de top van de heuvel staat de donjon. Het onderste gedeelte ervan is bewaard gebleven. Een paar houten planken leiden naar een rondgewelfde ingangspoort. Een bordje zegt “verboden toegang”. Toch zien de planken er solide uit en zijn er duidelijk sporen die erop wijzen dat er onlangs nog horden mensen naar binnen zijn gegaan (vandaag niet, want het is maandag – ik ben zielsalleen). Dat “verboden toegang”, dat is natuurlijk alleen maar een manier voor de gemeenteraad van Uchaux om zich in te dekken. Als iemand een kiezelsteentje van een vierkante millimeter op zijn hoofd krijgt (en dan naar de dokter gaat – Want hemel! Een klein bultje! Je weet maar nooit…) dan kan niemand ze aansprakelijk stellen. Ik dus die plank over – trouwens, Asterix was er al tien overheen gegaan, heen en terug -, ik kom in een grote zaal met links een zwart geblakerde wand (jongeren hebben er vuurtjes gestookt), een opening rechts, waarna ik een open borstwering betreedt. Een diepe afgrond beneden. Een schitterend uitzicht op de Rhône-vallei, op een bolle heuvel met parasoldennen – de namiddagzon geeft er een gouden glans aan – en verderop, in een lichtblauwe lucht, die nevelig ziet van de houtvuurtjes die in de diepte in tuinen en op erven worden gestookt, de Mont Ventoux…. Ik draai me weer om, ik kijk naar de muur van de donjon, en  – hè nee! hij zit vol met graffiti. Jakkes. Zelfs hier. Van die graffiti met wat je noemt “gothic” motieven. Letters die eruit zien als martelwerktuigen, met spitse uithalen naar boven en naar beneden. Enge woorden zoals Witch en Doom

Hinderlijk gespuis

Ik denk: heeft hinderlijk gespuis hier een soort heksensabbat zitten houden? Gothic rock, blowen, raaskallen bij rare rituelen. Om ten slotte voor het afdruipen, als een hond die tegen een lantaarnpaal pist, een visitekaartje achter te laten: wat gekladder met spuitbussen op een geklasseerde muur…  Ja, hinderlijk gespuis. Op hun billen met ‘n end hout (zoals ze bij mij in de familie zeiden – ik zeg het niet, want dat is politiek incorrect. Ik ben het er namelijk helemaal mee eens: wat een kind ook doet – brand stichten, een oud gehandicapt vrouwtje slaan, en zo meer – als een vader alleen al een tik geeft die zo hard aankomt als de wiekslag van een vlinder, dan nog moet hij in de gevangenis).

Idioot gedoe

Als je erbij stilstaat, dan is dat idiote gothic-gedoe nogal alom aanwezig: muziek, mode, strips. Akelige muzak waarbij sombere sferen worden opgeroepen, daarbij een ratjetoe van woorden die religieus, mystiek en middeleeuws aandoen. Lekker een beetje hekserij, griezelige druïden, zwarte magie, en oh – wat heerlijk huiverig! Hele artikelen worden aan deze waardeloze troep gewijd, van zich intelligent wanende mensen die in het minste nieuwe ritmetje de uitdrukking van een nieuwe tijdgeest ontwaren. Je hebt allerlei onderafdelingen van “gothic” muziek: gothic metal, doom metal, death rock, doom gothic, celtic hard gothic, en wat dies meer zij. Met groepen met zulke gezellige namen als Crematory, Sepulcrum, Anathema, Cathedral of Death. Tja, we leven nu eenmaal in een tijd dat de jeugd – ach ja, wan-hoopt… Kul! Verzinsel van oude, verzuurde wereldverbeteraars. Maar wat ik eigenlijk het domste van dit alles vind, dat is dat met dit gothic-gedoe wordt gesuggereerd dat de Middeleeuwen een tijd van barbaarsheid en doodmakerij was. “Gothic”, dat refereert naar gothiek en gotische bouwstijl. En dan die plaatjes in de stripboeken: een futurisme dat uit niets anders dan een terug naar de tijd van de ridders en de harnassen bestaat, maar dan een tijd van de ridders en de harnassen zonder een sprankje vreugde, wellevendheid en beschaving. Alleen maar quasi-mystiek gegriezel, met daarbij gemenigheid, bloed en afgehakte hoofden (dat mag je wél aan je kinderen geven – helemaal mee eens).

Hoogst beschaafde Middeleeuwen

Nee, zo waren de Middeleeuwen niet. En zeker niet hier in de zonnige Provence. In de tijd dat de “castellas” van Uchaux werd gebouwd, dat wil zeggen de dertiende eeuw, was de Provence met zijn dichters en troubadours, zijn hoge vrouwen, gedreven ridders, zijn markten (uitstallingen van de meest geraffineerde stoffen en de heerlijkste spijzen), met zijn geleerden afkomstig uit alle windstreken onder de zon (scholastische monniken, muzulmaanse mathematici, kabbalisten…), een hoogst beschaafd land. En ook een christelijk land. Net zoals de Middeleeuwen voor alles christelijk waren. En dit wordt hetzij ontkend (ook in de historische wetenschap bestaat er een tendens het verleden domweg te ontkerstenen: het enige wat de mensen, dreef, dat was de economie – en wat zijn we intelligent…), hetzij erkend, maar dan maken we van het christendom iets wat somber en kitscherig eng is: monniken met onder hun kappen doodshoofden, crucifixen waarmee wordt gezwaaid om demonen aan het dansen en hopsen te krijgen, kathedralen, die nevelig zien van de wierook, met schimmige vormen die uit tomben opdoemen. Ik loop terug naar beneden, langs de kapel. Op een rotsig stukje terrein ervoor liggen twee oude graven, langwerpige stenen deksels. Wie liggen daar? De vrouwe van het kasteel (een dame Izoarde, of Tiburge, of Alix, of Beatrix? – want zo heetten de dochters uit het geslacht De Baux dat heerste over Uchaux, en over heel de streek van Orange tot de Ventoux), met haar kruisvarende echtgenoot? Niets geen death en doom toen die twee ter aarde werden besteld. Nee, licht en hoop. Boven de ingang van de kapel zie ik in de steen het Christuskoning teken gegroefd, met de alfa links en de omega rechts. Ik denk: al die kinderachtige tijdtendensjes, waar sommige intelligente mensen zich zo druk over maken, wat is het wanneer je het binnen de alfa van het begin en de omega van de vreugdevolle voleinding plaatst? Niets. Er blijft niet meer van over als het plasje van een hond tegen een boom. Maar op het moment kan het wel hoogst hinderlijk zijn.

Zo, mag ik even me ergeren?

  1. 4 Reacties op “Gothiek, gothic…”

  2. Door E.H. op 20 nov, 2009

    Lezen: “Lumière du Moyen-âge”, Régine Pernoud, Grasset

  3. Door Maurits Dolmans op 12 dec, 2009

    Mijn waarde:

    Wees niet te bevooroordeeld.. Tijdens lange autoritten o.a. naar Frankrijk is bij ons de afspraak dat we tijdens de heenreis naar mijn muziek luisteren, en tijdens de terugreis naar die van onze zoon en dochter. Mijn zoon (gelukkig zelf geen Goth) vertelde mij dat Gothic muziek verrassend kan zijn, en zette een “metallica song” op getiteld “Fade to Black” van de groep Apocalyptica. Ik was verbaasd. Noch de muziek noch het instrument was wat ik verwachtte van een Gothic groep. Ik vroeg onlangs naar een link omdat ik er nog eens naar wilde luisteren. Zoonlief stuurde het op met de boodschap: “Here it is. Wanna let some of your rage out, but nothing 17th century quite cuts it?” Daar kan ik het weer mee doen. Als je je avontuurlijk voelt, dan is hier de link: http://www.youtube.com/watch?v=x97f-_y93a0

    Met Gotische groet
    uw dw dr,
    Maurits

  4. Door De schrijver in Frankrijk op 12 dec, 2009

    Tja… Vind je het goed dat ik eerlijk ben? Ik vind het een beetje zeurderige muziek. Maar er bestaat erger. Merkwaardig trouwens, met daarbij die doodshoofden, half-blote lieden, leren broeken. Ik ben er steeds meer van overtuigd dat de werkelijke kunst ondergronds is. Er worden mooie dingen gemaakt en gecomponeerd, maar ze komen op het moment niet aan het daglicht. De schifting zal later plaatsvinden. Maar is dat niet altijd zo geweest? Dank voor je reactie, ik zal hem overdenken.

  5. Door Maurits Dolmans op 12 dec, 2009

    Ik moet natuurlijk toegeven dat ook ik niet dagelijks naar deze muziek ga luisteren. Geef mij maar wat nu op staat — de prachtige stem van Susie le Blanc, die Haendel duetten zingt met Daniel Taylor. Ah, Lascia Ch’Io Pianga..
    Cheers

Reageer