Vive la pipe!

30 jan, 2010 Onderdeel van plaisanteries

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

Ik zeg dit omdat ik net boodschappen heb gedaan, met een flinke vracht etenswaren thuis ben gekomen en mijn ijskast nu uitpuilt. Ik kan daarom minstens een week lang een belegering op mijn huis doorstaan. Wanneer horden politiek correctie mensen schreeuwend, brullend, kijvend, want ten hoogste verontwaardigd over de titel van dit stuk, met hooivorken, deegrollers en afgerukte uitlaatpijpen komen opdraven. Vive la pipe! Leve de pijp! – hoe waagt iemand het zoiets nog te zeggen? Eruit! Je huis uit! En je zult ervan lusten. En ik zie ze al het hout aandragen voor de brandstapel. Wat mij doet denken aan de planken die voor het bijgebouwtje naast mijn huis liggen opgestapeld. Gauw voor mijn ramen spijkeren. En als dat gebeurd is, dan nog eens, lekker hard: Vive la pipe!!! En als dan de straatkeien en rotte eieren op de planken voor de ramen roffelen, dan zeg ik: Haha! En nog eens: Vive la pipe! De pijp van Freud

Vive la pipe – Heb je dat nodig, dat provoceren? Zie daar de terechtwijzing van iemand die denkt dat je met mildheid meer bereikt dan met gekrijs, deegrollers en rotte eieren. Hij heeft eens een boekje gelezen over psychoanalyse van de een of andere derderangs zielenpeuteraar. Alles wat je zegt heeft een driedubbele bodem, want komt voort uit innerlijke noden die je jezelf niet toe wilt geven. Ik zie hem met zijn kil klinische ogen vol begrip en empathie naar me kijken. Maar ik laat me door zo’n onbeschofte blik niet imponeren. Ik zeg: Hééé, waar is jouw pijp? Heer Freud, die lurkte ook aan een pijp wanneer hij de gezellige verhalen aanhoorde van de mensen die bij hem op de divan kwamen liggen. En ook: nee, ik heb het niet nodig. Ik zeg vive la pipe omdat ik laatst bij iemand op bezoek was en ik daar rook – wat? een heerlijke lucht die ik in lange tijd niet meer had opgesnoven: de warme, zoete lucht van pijptabak. En tussen haakjes, misschien kwamen alleen al daarom de mensen zo graag bij meneer Freud op bezoek: voor de bedwelmende werking van deze honingachtige lucht…

De pijp van Maigret, de pijp van Jacques Tati…

En dan zie ik op de televisie weer eens zo’n prachtige aflevering van commissaris Maigret met Bruno Crémer. Zonder die pijp kun je de hele serie, met Simenon erbij, wel door de WC doortrekken. Er blijft dan niets van over. Net als Jacques Tati. Tati zonder pijp! En toch hebben sommige mensen geprobeerd Tati van zijn pijp te beroven. Dat was twee jaar geleden, toen er in Parijs een tentoonstelling aan hem en aan zijn films werd gewijd. Een paar wereldvreemde, argeloze mensen, ingehuurd om de affiches ter aankondiging van het evenement te realiseren, hadden gedacht dat het wel aardig zou zijn om op die affiches een Tati op de fiets te tonen, in zijn lange regenjas, met zijn hoed en… zijn pijp. Mijn hemel! Kan een knuppel die je in een hoenderhok gooit meer kabaal en gekakel veroorzaken? Ja maar – ja maar, Tati had altijd een pijp in zijn mond. Op de fiets, in zijn luie stoel, in bad, op de WC. Hoe waren we aan een foto gekomen met een Tati zonder pijp? Stelletje aartsidioten! – is het antwoord van de commissie vol verontwaardigde politiek correcte mensen. Dan maak je van die pijp toch een stokje met aan het uiteinde ervan een molentje! Ja, en zo kwam de affiche er uiteindelijk uit te zien, zo vertoonde zich Tati in 2008 aan de Parijzenaars, op de fiets met in zijn mond een stokje met een geel molentje.

De Parijzenaars zijn de Parijzeraars niet meer

En de Parijzenaars lieten zich deze onzin welgevallen. Geen affiche die werd geschonden. Vijftig jaar geleden was dat anders geweest. Blijf van onze Tati af! Rood hadden de affiches eruit gezien, van de verpletterde rotte tomaten, vol scheuren en obscene woorden, gericht tegen de drijvers en huilebalken van die politiek correcte commissie. Nu, twee jaar geleden: niets. Wat is er met het opgewekte en daarom altijd een beetje opstandige Parijs gebeurd? Hééé- là, vous êtes où, les Parisiens?

Roken en excuuswoede

Roken is niet goed. Je krijgt er longkanker van en je gaat dood. En hetzelfde geldt voor mensen die niet roken, maar die dagelijks de rook van anderen moeten opsnuiven. Ik ben het er dus helemaal mee eens dat we aan roken perk en paal aan moeten stellen. Maar om er nu meteen zo’n krijserige heksenjacht van te maken! Of is het omdat we denken dat we dat af kunnen trekken van de verontwaardiging die andere toestanden van ons vragen: bijvoorbeeld het perspectief van een planeet die onleefbaar zal zijn voor onze achterkleinkinderen als gevolg van een andere, veel ergere rook die wij door onze wijze van consumeren voortbrengen? We kunnen ons toch niet overal ongelooflijk woedend over maken? Dat gaat onze vermogens te boven. Laten we ons daarom boos maken over wat ons de minste offers kost. Maar dan: en hoe! Hooivorken, deegrollers, rotte eieren die op de planken voor mijn ramen roffelen. En ik zeg het lekker nog eens, door een kiertje: Vive la pipe!

  1. 2 Reacties op “Vive la pipe!”

  2. Door Mata Hari op 31 jan, 2010

    perk-en-paal**paal-en-perk**perk-en-paal**paal-en-perk**perk-en-paal**paal-en-perk**perk-en-paal**paal-en-perk…
    (zeg stop bij de goede volgorde)

  3. Door Erica Roemer op 16 mrt, 2010

    Vive l’écrivain en France! (et la cigarette!! oohps!!!) mes amitiés, Erica

Reageer