Kuifje en de zonnetempel in Orange

9 sep, 2010 Onderdeel van paysages

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

Ja, Orange heeft zijn Kuifje gekend. Goed, hij had geen kuif, hij had meer dan dat: een pruik. Hij leefde dan ook in de pruikentuid. Wie was het? Onze Constantijn Huygens (1596 – 1687), de bouwer van het prachtige slotje Hofwijk in Voorburg, geleerde, dichter, componist, diplomaat, beschermer van ons Oranje-huis. In deze hoedanigheid was hij er door de jonge stadhouder Willem III op uit gestuurd om het gezag van de Oranjes in hun Zuid Franse prinsdom te bevestigen. Dat was in het jaar 1665. Waar in de jaren daarvoor de Franse koning Lodewijk XIV de hand had gelegd op het kleine souvereine staatje, profiterend van de onvolwassenheid van Willem III en van de machtsonzekerheid die door deze omstandigheid was ontstaan, moest hij in dat jaar zijn gezag over het gebiedje opgeven. Willem III was zojuist volwassen verklaard.

Op een houten bordes voor de muur van het theater

In het slotje Hofwijk (Huygens was dusdanig kind aan huis op ons stadhouderlijke hof dat hij zo nu en dan de behoefte voelde van dat ‘hof’ te ‘wijken’, vandaar ‘Hof-wijk’) hangt een oude prent aan de muur met daarop afgebeeld de gebeurtenis die ik nu wil beschrijven, en die doet denken aan de ontknoping in ‘Kuifje en de zonnetempel’. Als het décor van een theater strekt zich over de breedte van de prent de hoge muur van het Romeinse theater van Orange uit (de muur die de onmogelijke Lodewijk XIV de mooiste muur van ‘zijn’ koninkrijk placht te noemen – de schurk!). Ervoor staat een houten bordes opgesteld. Op dat bordes zit, op een soort troon, een heer met een pruik: Constantijn Huygens. Hij wordt door andere hoogwaardigheidsbekleders geflankeerd. De voorgrond van de prent wordt door een dichte volksmenigte bepaald: de burgers van het stadje Orange, de onderdanen van de prins.

Zonsverduistering

Maar dan staat hij op, de grote Constantijn. Hij begint zijn betoog. Met bloemrijke zinnen herinnert hij het volk van Orange aan de oude, historische band met de vorsten uit het huis Nassau, neven van de oorspronkelijke prinsen uit het huis Châlons, van wie ze het landje erfden. Hij somt de weldaden op waarmee de prinsen uit het huis Nassau, stadhouders van Holland, sinds meer dan een eeuw de bevolking van Orange hebben overstelpt. Was er groter verdraagzaamheid denkbaar als waarmee zij de Orangeois bejegenden? Hadden zij niet altijd vrede weten te bewerkstelligen wanneer de twee partijen waarin de bevolking was opgesplitst, de protestanten en de katholieken, elkaar weer eens in de haren vlogen en met messen en spiesen te lijf gingen? En zo gaat Huygens door, hij wil het volk in vervoering brengen, hij wacht op een eenstemmig Vive notre prince Guillaume! Hij wacht daarop – en hij krijgt meer. Op de prent in het kasteeltje Hofwijk zien we boven de hoge Romeinse muur de stralen van de zon uitkomen, ze worden omgeven door een ring: een zogenaamde ‘corona’. Zo’n ring ontstaat bij een zonsverduistering. Bij het zien ervan ontstaat er een grote opschudding onder het volk, het schreeuwt, valt op de knieën. Een Godsbewijs: Willem III is werkelijk prins bij de gratie Gods. Hij is het, niemand anders! Vive Guillaume! – brult het vanuit honderden kelen.

Kuifje

Wist Huygens het, had hij het voorzien, berekend, dat deze zonsverduistering tijdens zijn verblijf in Orange zou plaatsvinden? Had hij dag en uur van zijn publieke optreden op dat natuurverschijnsel afgestemd, omdat hij voorzag dat die gebeurtenis zijn woorden kracht zou bijzetten? Net als Kuifje dat deed toen de ‘edele zoon van de zon’ hem vroeg op welk tijdstip hij terecht gesteld wilde worden. Want Kuifje en kapitein Haddock waren tot de brandstapel veroordeeld, toch had de ‘edele zoon van de zon’ hen nog één gunst willen bewijzen, ze mochten zelf bepalen op welk moment ‘de stralen van de zon de spaanders zouden doen ontvlammen’. Toevallig had Kuifje in een stukje krant gelezen dat achttien dagen later de zon zou verduisteren. Hij zegt daarom: over achttien dagen. En zie, ze staan daar op de brandstapel, de hogepriester richt het vergrootglas op de spaanders – én : beetje bij beetje verdwijnt de zon. Duisternis alom. Paniek bij de ‘edele zoon van de zon’ en zijn onderdanen. Kuifje spreekt de zon aan. Een lang, vurig gebed. De zon keert terug, De ‘edele zoon van de zon’ denkt natuurlijk dat dit aan Kuifjes gebeden te danken is. Hij geeft het bevel om Kuifje en kapitein Haddock los te maken. En ze zijn weer vrij. Kuifje had het moment goed gekozen.
Net als Constantijn Huijgens, die dag in het jaar 1665, in Orange?

  1. 2 Reacties op “Kuifje en de zonnetempel in Orange”

  2. Door Christiaan van Hasselt op 9 sep, 2010

    “Was er groter verdraagzaamheid denkbaar als waarmee zij de Orangeois bejegenden?”
    Aaahhhhhh, vanuit Frankrijk is een germanisme binnengeslopen, foei! Mooi stuk weer verder, mes compliments

  3. Door De schrijver in Frankrijk op 10 sep, 2010

    Dank voor het compliment, en dank voor de waakzaamheid. Taal is wat ons onderscheidt van het dier, we kunnen er niet zorgvuldig genoeg mee omgaan.

Reageer