Koningskinderen

19 dec, 2010 Onderdeel van proses

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

Waar gaat die roman van jou over ? De achterflap zegt niet veel. Antwoord van mij : als je vindt dat de achterflap de draad van het verhaal uit de doeken moet doen, dan word je van wat er achter op het kaft van ‘Koningskinderen’ staat inderdaad niet veel wijzer. Ja maar hoe weet ik dan of ik het boek leuk zal vinden ? Antwoord: tja…

Oké dan! Een kleine beloning voor wie zo vriendelijk is deze site een visite te brengen. Maar let wel! Alles zeggen doe ik niet; het moet spannend en een verrassing blijven.

Interview

Daniel Cunin, die Nederlandse literatuur in het Frans vertaalt, heeft mij kort geleden geïnterviewd. Over mijn oeuvre (wat klinkt dat deftig!), dat wil zeggen, mijn twee novellen, mijn verhalenbundel, en ja – ook over mijn eerste echte roman. Dit interview is te vinden op de mooie website: http://flandres-hollande.hautetfort.com/archive/2010/11/08/enfants-de-roi.html In antwoord op een van zijn vragen heb ik een gedachte waaraan ik in ‘Koningskinderen’ gestalte heb willen geven aldus samengevat (het betreft één element van de intrige, maar niet het enige!). Ik vertaal mijn eigen woorden uit het Frans, want dat was de taal waarin ik op zijn vragen antwoord gaf.

Ridderlijke deugden

‘Het verleden bevat veel waar we nog uit kunnen putten wanneer we de moeite nemen ons tot dit verleden te wenden. In onze crisistijd waarin we zijn gaan twijfelen over een toekomstvisie die tot voor kort ons doen en denken bepaalde is het goed ‘een stap terug’ te doen, en te kijken wat er nog uit het verleden valt te halen. Met ‘Koningskinderen’ ga ik een soort weddenschap aan: geconfronteerd als we zijn met de arabisch-islamitische cultuur die als gevolg van de immigratie met de onze nauw in aanraking is gekoment (het dient nergens toe dit te ontkennen), doen we er goed aan ons die aspecten van ons eigen verleden te herinneren die ons nader kunnen brengen tot die ‘vreemdelingen binnen onze poorten’. Het wil me zo vookomen dat het ‘ridderlijke’ een van deze aspecten is. Ik zie dit niet als een regressie. Integendeel, in een wereld waarin de geest van het zogenaamde neo-liberalisme hoogtij viert en waarin alles koopwaar dreigt te worden, de mens inbegrepen, is het ongetwijfeld heilzaam om bepaalde beelden af te stoffen en op sokkels te zetten die vaak in de vorm van (flarden van) legenden en sprookjes nooit opgehouden hebben in ons collectief onderbewustzijn rond te spoken. Zoals het beeld van de ridder die bereid is zichzelf (gratis) te geven voor een ideaal.’

Torquato Tasso

In ‘Koningskinderen’ citeert de hoofdpersoon, Hanno, uit ‘Jeruzalem bevrijd’ van Tasso: ‘Als het de godsdienst niet kan zijn die ons (dat wil zeggen christenen en moslims) verbindt, laat het dan de deugd zijn’. En als het eens waar was, dat er deugden zijn, misschien bij ons half vergeten, waarin we elkaar kunnen vinden? Misschien vinden we elkaar alleen al in een nadenken over deugden, over ridderlijkheid, en vriendelijkheid, en gastvrijheid…

Goed, dat was het. Of nee, één ding nog: makkelijk en vanzelfsprekend is dit allemaal niet. Naief zijn we niet, overal – over en weer –  zijn tegenkrachten aan het werk. Verharding. Het plaatje voor op het kaft van ‘Koningskinderen’ suggereert geen rozengeur en maneschijn.

  1. 1 Reactie op “Koningskinderen”

  2. Door Mata Hari op 24 dec, 2010

    Genoeg naar dat mooie kaft getuurd. Nu ga ik het lezen. Echt iets voor tweede kerstdag. ‘s Avonds, als alle bezoeken achter de rug zijn.

Reageer