Noord-Zuid

27 jan, 2011 Onderdeel van plaisanteries

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

Wie niet door heeft welke rol Frankrijk’s langste rivier, de Loire, in het collectief half-bewustzijn van de Fransen speelt, die zal nooit de Franse mentaliteit begrijpen. De Loire bepaalt de scheidslijn tussen Noord en Zuid. Boven de Loire dwalen we rillend en klappertandend rond in de klamme nevelen van Noord Frankrijk, beneden de Loire begint het warme, gouden Zuiden. Dat het hier om meer dan een denkbeeld gaat bevestigen de meteorologen. Je hoeft de Loire maar over te steken, en het wordt – letterlijk – een paar graden kouder en natter, of in tegenover gestelde richting even zoveel graden warmer en zonniger. Ik zei: Loire – voor dé Fransen scheidslijn tussen Noord en Zuid. Toch klopt dit niet helemaal. Voor de Fransen in het zuidelijkste Zuiden begint, wanneer ze stroomopwaarts de loop van de Rhône volgen, het Noorden al veel eerder. Voor de mensen uit de Provence begint het Noorden in Montélimar. Lyon ligt in Ultima Thule. En het scheelt niet veel of de inwoners van Marseille en Toulon verbeelden zich dat ijsberen de omgeving rond Avignon, Orange en Carpentras onveilig maken. Anders gezegd, iedereen heeft zo zijn Noorden, en geen Fransman die niet bij het uitspreken van het woord Noorden (‘le Nord’) een vies gezicht trekt. Het Noorden is naar, het Zuiden is fijn.

Topografische kennis

Ik kan me niet voorstellen dat de Franse kinderen op school, tijdens Aardrijkskunde, meer steden en stadjes uit het Zuiden moeten leren opzeggen dan steden en stadjes uit het Noorden. Maar hoe vaak is het mij niet opgevallen dat mensen uit het Noorden veel beter op de hoogte zijn van de topografie van Zuid Frankrijk dan de zuiderlingen van de topografie van Noord Frankrijk. Ik herinner me hoe ik eens aan iemand uit Toulouse vertelde dat ik in St Quentin had gewoond. O, ligt dat niet ergens bij Vesoul? – was het antwoord. Ik kijk op de kaart, tussen St Quentin en Vesoul strekken zich 350 kilometer Champagne en Lorraine uit. Trouwens, over de Champagne en de Lorraine gesproken, laatst had iemand het bij mij, in Orange, over de ‘Lorraine pouilleuse’. Ik merkte voorzichtig op dat er geen ‘Lorraine pouilleuse’ bestaat, maar wel een ‘Champagne pouilleuse’. De persoon trok zijn schouders op. Ach wat, Champagne, Lorraine – één pot nat. Ja, nat… Daarentegen, geen stadje in het Zuiden of niet alle Fransen weten precies waar het ligt, in welk departement, aan welke rivier, aan de voet van welke berg, aan welke baai. Vouziers, Péronne, Sézanne, Argentan, Avesnes – nooit van gehoord. Toch zijn deze stadjes niets kleiner dan Pont-St Esprit, Vence, Oloron Ste Marie, Collioure, Nyons, Bandol. En deze kent iedereen. ‘t Is dat die andere zich in de dichte mist van het Noorden verliezen.

Buren

Het Zuiden – ah, le Midi! Omdat de Fransen zo van het Zuiden houden, hebben ze ook een voorkeur voor hun zuiderburen. Over Belgen doen ze schamper, van Nederlanders weten ze niet goed wat ze moeten vinden (c’est selon…), Duitsers – tja… Wanneer Zwitsers ter sprake komen, dan gaan ze opeens heeeel – laaangzaaam – praaaten (voor wie het niet heeft begrepen: omdat Zwitsers langzaam zijn). Nee, geef ons maar de Italianen! Italië, het land dat aan onze mooie Provence grenst, het land van de kleuren, de levensvreugde, de muziek, de liefde. Je hebt het over Italië – Rome, Venetië, Napels, la dolce vita, l’amore? Kijk naar de gezichten om je heen, hoe alles begint te glunderen. En zo’n hekel als ze hebben aan Sarkozy, die ze niets vergeven – helemaal niets – zoveel sympathie hebben ze voor Berlusconi. Ze komen er niet openlijk voor uit, politiek is er van alles mis aan die man, daar is iedereen het over eens – en: ‘gelukkig is hij niet onze president’. Maar toch, laat in een gesprek de naam Berlusconi vallen, en iedereen gaat vrolijke grapjes maken. Ondanks die schandalen met vrouwen? Nee, juist vanwege die schandalen met vrouwen – wat wil je, in het land van de seduzione? Al blijkt hij nu toch echt te ver te zijn gegaan. Zodat de Fransen nu even niet meer goed weten wat ze moeten denken. Ze een beetje verward zijn en teleurgesteld. Wat weer niet tot gevolg heeft dat ze van de weeromstuit Sarkozy opeens gaan waarderen. Nee, Sarkozy – die tot dusver geen fratsen heeft uitgehaald, en blijkbaar genoeg heeft aan zijn lang, kronkelend poezenmens – ze mogen hem niet. Misschien vinden sommige Fransen hem eigenlijk te braaf…

Uit de koninklijke annalen

Ik denk dat heel diep in het collectieve onderbewustzijn van de Fransen de voorstelling ligt verborgen dat het de machthebber niet alleen vergeven dient te worden wanneer hij een ongebreidelde erotische drift aan den dag legt, maar dat deze drift ook moet worden aangemoedigd. De geschiedenis van Frankrijk wordt, over het algemeen, over de eeuwen gezien, door een grote stabiliteit en continuïteit gekenmerkt. Waar was dat aan te danken – voor een groot deel althans? Aan het enkele gegeven dat het koningschap telkens doodgemoedereerd van vader op zoon werd overgedragen. Geen gekissebis, ruzies, oorlogen over ingewikkelde successievraagstukken. Nee, de koning ging dood, en ‘vive le roi!’ De opvolger was net ver te zoeken: de oudste zoon. Ja, de Fransen wisten wel dat het de binnenlandse vrede ten goede kwam, wanneer hun koning een hoog libido bezat. Laat hem maar met zijn maîtresses (hoeveel doet er niet toe) veel kinderen maken. Dat stelt ons gerust: we weten dat hij potent is, hij zal ook wel een paar prinsjes bij de koningin verwekken. Wat heeft Lodewijk XVI de das om gedaan (is dit gezegde op zijn plaats? – we weten hoe hij aan zijn einde kwam)? O, de historici zullen allemaal intelligente, en ongetwijfeld zeer pertinente, argumenten te berde brengen, over sociale, economische, politieke wantoestanden. En toch, zou het niet ook zo kunnen zijn dat de Fransen zich wat onzeker waren gaan voelen met hun laatste koning, omdat hij té braaf was. Hij hield er geen enkele maîtresse op na, en hij bleef als een degelijke huisvader zijn Marie-Antoinette trouw. Hier klopte iets niet. Is dat nou een koning? Misschien heeft dit ertoe bijgedragen dat hij tenslotte de sympathie van althans een deel van het volk verloor, met de gevolgen voor hem en de hele dynastie die we kennen. Ja, want het is merkwaardig te bedenken dat het er op maatschappelijk en politiek terrein toch vele malen slechter met Frankrijk voorstond onder de drie Lodewijken die aan de zestiende voorafgingen: burgeroorlogen, oorlogen met het buitenland, hongersnoden – en toch was het niet in hun regeringsperiodes dat de revolutie uitbrak. Goed, de ideeën van Voltaire en Rousseau hadden nog niet hun beslag gekregen. Ik weet het. Toch denk ik dat onder Lodewijk XIII, Lodewijk XIV en Lodewijk XV de Fransen nog vonden dat ze echte koningen hadden, en dat ze daarmee – ondanks veel narigheid – in hun schik waren. Echte koningen – echte Gallische hanen, parmantig rondschrijdend in een hof vol kakelend pluimvee: Madame de zus, madame de zo. Volgens de overlevering was Lodewijk XIII dusdanig in de ban van één van zijn maîtresses dat hij zijn wettige vrouw, Anna van Oostenrijk, volkomen verwaarloosde. Op een (voor Frankrijk) goede nacht zag hij een schim rondwaren in een van de gangen van zijn paleis. Hij dacht dat het Madame de zus was, hij liep haar achterna, hij kroop bij haar in bed, hij werd de volgende morgen wakker – o schrik! Het was de koningin, die expres een zelfde nachtgewaad had aangetrokken als de ‘maîtresse en titre’. Lodewijk XIII schoot overeind. ‘Ah, vous êtes Madame de France!’ En zo ontstond de veertiende Lodewijk. Enfin, een flauw verhaal (niet als je het op een leuke manier verteld), dat waarschijnlijk niet eens waar is. Maar dàt er zulke verhalen werden, en worden verteld, dat bevestigt mijn betoog.

Marguerite de Provence

Uitzonderingen maken de regel. Er was één koning die bij het volk bijzonder geliefd was, hij was zelfs de meest populaire koning die ooit over Frankrijk heeft geregeerd, en dat hoewel hij nooit had afgelaten zich een voorbeeldig echtgenoot te tonen. Ik heb het over Lodewijk IX, anders gezegd Lodewijk de Heilige. Maar ik denk dat hier een heel speciale reden voor bestaat. Want een koningin zoals zijn vrouw was hadden de Fransen nooit eerder gehad, en zouden ze daarna ook nooit meer hebben. Ze was heel erg mooi, zeer beminnelijk, en ze was goed voor de armen. En vooral, ze was de dochter van de graaf van Provence. Vraag het aan de Fransen: wie was de vrouw van St Louis? Ze weten het allemaal: Marguerite de Provence! Vraag niet naar de namen van de andere koninginnen. Die zijn ze allang vergeten. St Louis en Marguerite de Provence… Ze had donkere amandelogen, vriendelijk en een beetje guitig, wanneer je erin keek (en dat mocht, ze was niet hoogmoedig), dan bleek het vrolijke gouden vonkje in haar pupillen een klein venster te zijn, een venster dat uitkeek over zonovergoten hellingen met wijngaarden, olijfbomen en paarse lavendelvelden. In een heiige verte – blauw boven, blauwe beneden – wat zien we? De Mont Ventoux. Nee, dat mag je niet veronachtzamen. Daar mag geen maîtresse voor in de plaats treden. Marguerite de Provence, een koningin uit het Zuiden. ‘Ah, le Midi!’

  1. 4 Reacties op “Noord-Zuid”

  2. Door E.H. op 28 jan, 2011

    B R A V O !!!

  3. Door Molière op 28 jan, 2011

    En Spanje?

  4. Door De schrijver in Frankrijk op 28 jan, 2011

    Dat is een ander verhaal. De moeder van St Louis was Blanche de Castille. Een trotse vrouw – de Spaanse grandezza. Voor een volgende keer.

  5. Door Maurits op 2 feb, 2011

    Prachtig. Noord-Zuid… ‘t Is in Nederland niet anders, toch?

Reageer