Franser dan de Fransen

28 feb, 2011 Onderdeel van plaisanteries

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

In het 1998 werd in Frankrijk de doop van de eerste Franse koning, Clovis, herdacht. Die doop, die de bekering van al zijn onderdanen het katholieke geloof tot gevolg had, had precies 1500 jaar eerder plaats gevonden (kerstmis 498). Ik was toen nog predikant in Nancy, en mijn nogal geëngageerde gemeente had voor de gelegenheid een conferentie georganiseerd met als thema: de ‘nationale identiteit’. We liepen op de tijd vooruit. De kwestie van de identité nationale, stokpaardje van Sarkozy, schijnt nu, begin 2011, weer aan de orde te komen. Sommigen mensen wensen een groot nationaal debat, anderen niet…

Wanneer ben je Frans?

De avond begon met een geleerd betoog van een historicus. Vooralsnog ging het erom een overzicht te geven van de verschillende wijzen waarop men door de eeuwen heen met de identiteitsvraag was omgegaan. Wie waren de ‘Fransen’ in de tijd van Clovis, bijvoorbeeld? Waren het alleen de ‘Franken’, dat wil zeggen de stamgenoten van de Merovingische vorsten, of waren het alle bewoners van dat deel van het oude Gallië dat tijdens de volksverhuizingen door de Franken was bezet. Zeker is dat in de loop van de Middeleeuwen ook de bewoners van die streken van het oude Gallië waar zich niet of nauwelijks Franken hadden gevestigd zich als behorende tot ‘Frank-rijk’ gingen beschouwen: Berrichons, Périgourdins, Auvergnats… Dit kwam omdat ze zich onderdanen wisten van de van oorsprong Frankische koningsdynastieën. Iets anders wat de Franse identiteit bepaalde, dat was natuurlijk het christelijke geloof. Wie Frans was, die was christen. In de Middeleeuwen sprak dit dusdanig vanzelf dat men er nauwelijks bij stilstond. Pas na de revolutie werd dit een steen des aanstoots. Het geseculariseerde deel van de natie verwierp het christelijke geloof als maatstaf die bepaalde of iemand al dan niet een echte Fransman was. In hun ogen werd de Franse identiteit gedragen door de republikeinse waarden die uit de verlichting waren voortgekomen (vrijheid, gelijkheid, broederschap, universele mensenrechten… )

Boze meneren

Maar al gauw verzuurde de sfeer. Achter in de zaal werd hardop gemopperd. Ik had ze al vanaf het begin van de avond in de gaten gehad, die paar grimmig kijkende mensen, daar vlak bij de uitgang: een paar oudere heren in kostuums, met op de revers kleine ordespeldjes. Stropdassen met daarop kleine witte lelietjes (geloof ik…). Twee, drie nogal ascetisch uitziende jongeren.
“Dit is Frankrijk verkwanselen!” barstte één van hen uit.
Ze waren het niet eens met de stelling dat waar het christelijke geloof bij de Fransen geen consensus meer oplevert, de republikeinse waarden dat wél doen, zowel bij christenen als bij ongelovigen als ook bij anders gelovigen. En dat het daarom die waarden zijn die vandaag den dag de Franse identiteit bepalen. Ze waren het vooral niet eens met dat ‘anders gelovigen’, en het was wel duidelijk aan wie ze dachten. Een van hen riep dat het niet genoeg was om in Frankrijk geboren te zijn om aanspraak te kunnen maken op het Frans-zijn. En dat er tegenwoordig een hemelsbreed verschil bestaat tussen Franse nationaliteit en Franse identiteit. Je moest voor dit laatste je wortels hebben in de (katholieke) terroir. Hierop begonnen anderen natuurlijk terug te schreeuwen (niets minder aggressief) dat in Frankrijk het recht van bodem (droit du sol) geldt en niet de droit du sang. En dat het goed is zo.
“Ja, goed…” wordt teruggebruld : “Maar dat wil nog niet zeggen dat we iedereen zomaar moeten toelaten op onze bodem…”

Friezen, Franken, Saksen

Ik moest plotseling denken aan wat in de oude Nederlandse geschiedenisboeken stond, dat de Nederlanders afstammen van ‘de Friezen, de Franken en de Saksen’. De Friezen, die zaten in het Noorden, de Saksen in het Oosten en de Franken in het Westen. Ik sta op. Ik neem het woord.
“Ik – ik ben buitenlander, te weten Nederlander,” begin ik : “en toch ben ik Franser dan de meeste Fransen.”
O?
Ik vertel over de Friezen-Franken-Saksen, en ik zeg dat mijn familie uit het West-Nederland afkomstig is. Dus dat ik afstam van de Franken. Dus dat ik Franser ben dan de meeste Fransen, want de meeste Fransen stammen niet van Franken af, maar van Kelten (met name in Bretagne), van Gothen (met name in het Zuiden), van Alemanen (in de Elzas)… En komt het woord ‘Frans’ niet van ‘Frank’?

De zaal lacht. Een van de boze meneren ook. En ik denken: goh, ben ik ook eens scherp en gevat!

  1. 1 Reactie op “Franser dan de Fransen”

  2. Door Maurits op 1 mrt, 2011

    Over de Franse identiteit, lees ook het prachtige “A Distant Mirror, the Calamitous 14th Century” van Barbara Tuchman, over het kleurrijke leven van Enguerrand VII de Coucy. Een geschiedkundig meesterwerk, en het leest as een boeiende roman.

Reageer