De synagoge van Carpentras

22 mei, 2011 Onderdeel van paysages

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

De synagoge van Carpentras heet de mooiste synagoge van Frankrijk te zijn. Het is een juweel. Voor wie bekend is met de Jiddische wereld van de schtetl zoals die door Isaac Bashevis Singer, Elie Wiesel, Martin Buber en andere grootheden wordt opgeroepen (ja absoluut – ik ben ervan overtuigd dat je heel goed ergens mee bekend kunt worden enkel en alleen door er prachtige boeken over te lezen!), doet de synagoge van Carpentras een beetje vreemd aan. Bij synagogen denk ik aan donker hout, rood fluweel, zware koperen luchters, flakkerend kaarslicht, vluchtende schaduwen. In Carpentras: een licht, elegant rococozaaltje. Ja, je waant je bijna in de salon van een parmantig châteautje uit de tijd van Louis Quinze. Lichtgroene wanden, veel wit stukwerk, overal tierlantijnmotieven, en toch een echt bidhuis voor het Joodse volk: de ‘aron hakodesj’ met daarboven hebreeuwse letters, een zevenarmige kandelaar (de ‘neer tamied’), een ‘amoed’. Kortom zeer de moeite van een bezoekje waard. Vooral wanneer iemand van de plaatselijke Joodse gemeenschap je ontvangt. Zoals de mevrouw die ons laatst te woord stond. Bijster vriendelijk was ze om te beginnen niet. Ik denk: ze had er groot gelijk in, dat niet te zijn, althans om te beginnen niet.

Bewaar je geheim

Wanneer ik een kerk bezoek, dan denk ik: O alsjeblieft, laat ik niet ontvangen worden door een lid van de gemeenschap die in die kerk samenkomt. Die kunnen op zo’n irritant kruiperige manier aardig zijn. Ja, want ze beschouwen hun manier van mensen ontvangen als een vorm van evangelisatie. Goed – mensen vriendelijk ontvangen tijdens een kerkdienst is één ding. Dat moet, want dat hoort bij de dienst. Maar je in het stof wentelen voor allemaal neuspeuterend volk in shortjes en shirtjes en basketballpetjes dat ‘even een kerk komt doen’ – nee. Laatst: een zo’n individu in bermuda en op slippers maakte een ironische opmerking (o! wat zijn we flink!) toen de lieve mevrouw die de groep ontving over de geschiedenis van het kerkje uitweidde. Wat deed ze nederig, wat begon ze zich te verontschuldigen over de misdaden en de nalatigheden van de Kerk in het verleden! Hou op! Wat wil je daarmee bereiken? Nee, geef mij maar die mevrouw van de synagoge van Carpentras. Iemand wilde met een blindengeleidehond naar binnen. Mocht niet. Ja, maar de meneer is blind! Niks mee te maken, in een synagoge mogen geen honden. Iemand ging op een elegant met zijde overtrokken stoeltje zitten. Alstublieft, er af! Iemand vroeg waarom er in de ruimte nergens een doopvont stond. Antwoord – bits: wij dopen geen kinderen. De persoon hield aan: ja, maar Johannes de Doper doopte, en hij was een Jood. Antwoord: wij dopen niet. Ja maar – de mevrouw had zich al weer omgedraaid. Op het laatst werd de mevrouw vriendelijker, ze gaf blijk van een fijn gevoel voor humor. Maar wij hadden intussen het volgende begrepen: in deze synagoge wordt een groot geheim bewaard, alles wat er te zien valt verwijst naar dit ene grote geheim – en zo’n groot geheim gooi je niet te grabbel, door maar alles goed te vinden, door maar overal veel te gretig op in te gaan, door maar ‘aardig’ te zijn. De mevrouw deed niet aan evangelisatie, maar ze had door haar houding iets zeer essentieels overgebracht: God is God in het verborgene, zo makkelijk als soms wordt beweerd laat Hij zich niet vinden, Hij is geen hapklare brok spiritualiteit voor de massa (‘effe een beetje spiritualiteit’). Kerk, bewaar je geheim!

Reageer