De ring van de keizerin

20 dec, 2011 Onderdeel van proses

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

Vier novellen heb ik intussen geschreven (waarvan er twee voorkomen in de verhalenbundel Ontwaken), twee korte verhalen en één heuse roman (een tweede roman komt volgend jaar mei uit). Dit gaf aanleding tot veel aardige reacties van mensen die ik ken en ook van mij tot dusver onbekenden. Afgaande op al deze reacties, stel ik nu achteraf vast dat mijn tweede werkje, de novelle De ring van de keizerin, de mensen het meeste bekoorde – ik gebruik met opzet het werkwoord ‘bekoren’. Een woord dat vaak in verband met de roman Koningskinderen werd geplaatst – ook in sommige recensies – was ‘boeiend’, bij De ring van de keizerin was het telkens terugkerende adjectief ‘mooi’. Ja, vandaar dat ‘bekoring’.

Irene

In De ring van de keizerin komt een schitterende vrouw voor. Ze heet Irene. Van alle personnages die in mijn verhalen voorkomen is zij mij het meeste sympathiek. Als de hoofdpersoon, die in zijn vroege jeugd met haar omging, haar stem voor het eerst weer na jaren  te horen krijgt, opgeslagen in het antwoordapparaat van zijn mobiel, beleeft hij het volgende (hij bevindt zich in een bestuursvergadering) :

  Stemmen, stemmen en nog eens stemmen – wat doen de meeste anders dan domweg door je heen schieten? Alsof je een soort schim bent die uit lucht bestaat. Het ene oor in, het andere oor uit. Of op z’n hoogst: het oor in, en na een kort, mechanisch verwerkingsproces in het brein, de mond uit – erin blablabla, eruit blablabla. Als we maar blijven ‘communiceren’! Hoeveel stemmen beklijven, bezinken? Eén op de tienduizend?

  En als dan opeens een stem het andere oor niet uit wil en storing brengt in de goedgesmeerde machine van de grijze materie – gek, maar dan is het alsof al die andere stemmen om je heen langzaam maar zeker verstommen. Eén enkele stem, één op de genoemde tienduizend, en hoor! – het begint in je te echoën en te resoneren. Je was een schim, zonder consistentie, je wordt als een vioolkast. Wat heeft die stem gedaan? Een paar snaren geraakt? Snaren die lange tijd onberoerd zijn gebleven? Ja, een oude, halfvergeten melodie begint daar in je binnenste op te klinken, aan te zwellen… En bij de mensen om je heen zie je alleen nog maar de monden bewegen. Je oren zijn naar binnen geslagen, dààr klinkt het, zingt het, jammert het – zingt het vooral.

  Om maar te zeggen, die stem van Irene

Ik lees dit en ik kom er weer helemaal in. Ja, misschien is ‘De ring’ het verhaal dat mij het gelukkigst maakt.

De macht van verhalen

De novelle heeft mensen ook aan het denken gezet. Zo schreef Henk Abma in het theologenblad In de Waagschaal : ‘De novelle De ring van de keizerin is een onderzoek naar de waarheid. Gaat het om harde feiten of kunnen wij ook bij verhalen terecht?’ Om te vervolgen, na een korte weergave van het verhaal : ‘Zoals eeuwigheid zich niet na maar in de tijd verwerkelijkt, zo is de mythe geen onderdeel van een achterhaald en daarom achterlijk cultuurstadium maar de dragende onderstroom in elke eeuw: sterker en ook eerder dan het zelfbewustzijn. Het verhaal ontvouwt zich mettertijd, schrijft geschiedenis en kan zelfs op de feiten vooruit lopen. De auteur lijkt vertrouwd met het gedachtegoed van Ricoeur, die de ontmythologisering aanvaardde om de mythe te redden.’

Hoewel het verhaal niets met woordverkondiging te maken heeft (volgens dezelfde Henk Abma lopen bij mij ‘de dominee en de schrijver elkaar niet voor de voeten’), is er nog een tweede theologische context waarbinnen de novelle een plek heeft gevonden. Het is een wonderlijke gewaarwording te zien hoe in verband met een bijbelvers naar je boek wordt verwezen : Lucas 1, 2. Dit op de mooie website van Bijbel en Cultuur.

In tegenstelling tot mijn andere werken, is De ring van de keizerin, die einde 2007 uitkwam, bij veel boekhandels even niet meer te krijgen. Wel kunnen mensen het direct bij de uitgever bestellen : Uitgeverij IJzer.

Zo, mag ik het af en toe hebben over mijn eigen werkjes ? Af en toe…

Reageer