Hemelse toetjes

2 dec, 2011 Onderdeel van pensées

Column door Renée Vonk

Puttend uit de rijke culinaire traditie rond de Middellandse Zee, en geïnspireerd door de twaalf apostelen, heb ik 50 nagerechten bedacht. Die apostelen zouden we nu pr-managers noemen. Namens ieder van hen creëerde ik een hartig èn een zoet dessert. Daarnaast verwijs ik naar de Zuid-Franse traditie van ‘les treize desserts’: de dertien nagerechten die aan het eind van de kerstmaaltijd allemaal tegelijk worden geserveerd en die symbool staan voor Jezus en zijn twaalf apostelen. Ook hiervoor ontwikkelde ik een hartige en een zoete variant. Deze nagerechten zijn samengebracht in het boek ‘Hemelse toetjes’ dat dezer dagen, bij uitgeverij Kok, is verschenen. Hieronder een uitleg en alvast een ‘voorproefje’.

De twaalf apostelen

Dit zijn de namen van de twaalf apostelen: als eerste Simon, die Petrus genoemd wordt, en zijn broer Andreas, Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en zijn broer Johannes, Filippus en Bartolomeüs, Tomas en de tollenaar Matteüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Taddeüs, ten slotte Simon Kananeüs en Judas Iskariot, die hem zou uitleveren.

Deze twaalf zond Jezus uit, en hij gaf hun de volgende instructies mee: “Ga op weg en verkondig: “Het koninkrijk van de hemel is nabij.” “Om niet hebben jullie ontvangen, om niet moeten jullie geven! Neem in je beurs geen gouden, zilveren of koperen munten mee, schaf je voor onderweg geen reistas aan, geen extra kleren, geen sandalen en geen stok, want een arbeider is het waard dat er in zijn onderhoud wordt voorzien. In elke stad en in elk dorp waar je komt, moet je uitzoeken wie het waard is je te ontvangen; blijf daar dan tot je weer verdergaat.” “Wie jullie ontvangt, ontvangt mij en wie mij ontvangt, ontvangt hem die mij gezonden heeft. Wie een profeet ontvangt omdat het een profeet is, zal als een profeet beloond worden, en wie een rechtvaardige ontvangt omdat het een rechtvaardige is, zal als een rechtvaardige beloond worden. En wie een van deze geringe mensen een beker koel water te drinken geeft alleen omdat het een leerling van mij is, ik verzeker jullie: die zal zeker beloond worden.” (Matth. 9, 35 – 11,1)

De twaalf discipelen van het eerste uur hebben een grote rol gespeeld bij de verspreiding van het evangelie. Tijdens zijn leven trok Jezus rond door stad en land, gaf les in synagogen, genas zieken, dreef onreine geesten uit en verkondigde het goede nieuws over het koninkrijk van God dat zou komen. En overal stroomden de mensen toe. Al snel zag Jezus in dat hij dat in z’n eentje nooit zou kunnen volhouden. Bovendien zou hij er binnenkort niet meer zijn; tijd dus om zijn twaalf leerlingen – zijn discipelen – in te schakelen. Hij stuurt ze op pad om zijn boodschap verder te verspreiden. Van de oorspronkelijke twaalf boodschappers/apostelen valt er na de dood van Jezus eentje af: Judas Iskariot, die hem aan de Romeinen had verraden en daarna zelfmoord pleegde. Hij wordt vervangen door Mattias, om het symbolische getal van twaalf weer vol te maken; het aantal dat samen met Jezus het laatste avondmaal gebruikte.
De twaalf apostelen verspreidden het evangelie niet alleen in Judea, maar ook Syrië, Klein-Azië en Zuid-Europa. En overal logeerden ze bij de mensen thuis, zoals Jezus ze bevolen had. En omdat ze alleen mochten logeren bij mensen die het waard waren hen te ontvangen, kunnen we er wel zo’n beetje vanuit gaan dat ze goed verzorgd werden, ook wat de maaltijden betreft. Ik stel me zo voor, dat er dus meer werd aangeboden dan een korst droog brood en een beker water. Er zullen ook heus wel rijkelijk gevulde schotels met heerlijke gerechten op tafel gekomen zijn. (In mijn vorige kookboek ‘Lekker Bijbels’ is een aantal van die door de Bijbel geïnspireerde gerechten te vinden.) En ik kan me ook goed voorstellen dat zo’n mooie maaltijd werd besloten met een smakelijk nagerecht. Daar heb ik me dit keer door laten inspireren. Want een nagerecht – hartig of zoet – is de laatste gang van een maaltijd, waarna een apostel versterkt en verkwikt aan de volgende etappe van zijn evangelisatiereis kan beginnen. In het besef dat het misschien wel lang kan duren voor hij weer te eten krijgt. Die laatste gang zal hem dus lang bijblijven.

Aan tafel met de twaalf/dertien

Ik kan de apostelen zelf niet meer aan tafel uitnodigen. Maar de nagerechten die ik ze zou hebben voorgezet, heb ik opgeschreven. U vindt ze in dit boek, samen met een hartige en een zoete versie van ‘les treize desserts’ (dertien nagerechten) die een grote rol spelen bij de Méditerrane kerstviering, en die Jezus en zijn twaalf discipelen symboliseren.
Overigens wil ik graag benadrukken dat dit kookboek (net als Lekker Bijbels) geen Bijbelstudie, geen fundamentalistisch statement en geen geschiedschrijving is, maar gewoon een lekker kookboek met prettige recepten, geïnspireerd door die Bijbelse apostelen van het eerste uur.

De apostel Mattias

“In die dagen stond Petrus op te midden van de leerlingen – er was een groep van ongeveer honderdtwintig mensen bijeen – en zei: ‘Broeders en zusters, het schriftwoord waarin de heilige Geest bij monde van David heeft gesproken over Judas, de gids van hen die Jezus gevangen hebben genomen, moest in vervulling gaan. Judas was een van ons en had deel aan onze dienende taak. In het boek van de Psalmen staat namelijk geschreven: “Laat zijn woonplaats een woestenij worden en laat niemand daar meer verblijven.” En ook: “Laat een ander zijn taak overnemen.” (Hand. 1, 15 – 26) Ze stelden twee kandidaten voor: Josef Barsabbas, die de bijnaam Justus had, en Mattias. Ze lieten hen loten en het lot viel op Mattias. Hij werd aan de elf apostelen toegevoegd.

Ingeloot dus. Mattias was een schriftgeleerde, een studeerkamertype, die door het lot ineens op pad moest om het evangelie te verspreiden. Natuurlijk was hij vereerd met zijn taak, maar het zal de nodige aanpassing gevergd hebben. Hij zou naar Judea, Ethiopië en Macedonië gereisd zijn om er zijn zendingswerk te verrichten. Mattias zou begraven zijn in Palestina. Maar in opdracht van Helena, de moeder van keizer Constantijn1, zou zijn gebeente naar Trier (Duitsland) zijn overgebracht. Sinds 1127 wordt hij daar in elk geval vereerd. Naast nog veel meer, is Mattias de beschermheilige van de azijnbereiders èn de banketbakkers.

Beschermheilige van azijnbereiders èn banketbakkers: Mattias verenigt het zuur en het zoet in zich. Hij zou Jan Peter Balkenende (premier van 2002-2010) diens beroemde uitspraak “eerst het zuur, dan het zoet” ingefluisterd kunnen hebben. Wat zou het mooi geweest zijn als die twee ‘schriftgeleerden’ elkaar tijdens een mooie maaltijd hadden ontmoet. Ik had ze beiden graag aan tafel uitgenodigd.

Het frisse ‘zoet’

Ingrediënten:

Voor de vulling:
800 gram rabarber
500 gram aardbeien
50 gram basterd- of rietsuiker
Optioneel: 4 bolletjes vanille-ijs, slagroom

Voor de crumble:
110 gram bloem
80 gram boter (op kamertemperatuur)
80 gram kristalsuiker
80 gram amandelpoeder
½ theelepel kaneel

Bereiding:
Schil de rabarberstelen en snij ze in stukken van circa 1½ cm. Doe ze in een kom en strooi er zo’n 20 gram van de basterd- of rietsuiker over. Laat staan.
Maak intussen het crumbledeeg door in een ruime kom de bloem, de boter (in blokjes), de kristalsuiker, het amandelpoeder en de kaneel, goed door elkaar te kneden tot een kruimelige bal. Zet weg in de koekast.
Verwarm de oven voor op 210 graden.
Vet een ruime bakvorm in verdeel de rabarber en de schoongemaakte en in stukken gesneden aardbeien over de bodem. Strooi de rest van de basterd- of rietsuiker erover. Verdeel daarna het crumbledeeg -in kleine stukjes- over het hele oppervlak. Laat zo’n 30 minuten garen, tot de crumble goudbruin is. Lauwwarm opdienen, met eventueel een bolletje vanille-ijs erbij, en/of een toef slagroom.

Het milde ‘zuur’

Ingrediënten:
malse slablaadjes (binnenwerk)
100 gram zwarte olijven
6 cl balsamico-azijn
8 eetlepels room (geen slagroom)
8 eetlepels melk
2 eetlepels fijngehakte bieslook
1 fijngesnipperd uitje
180 gram geitenkaas (rolletje, zonder korst)
peper uit de molen

Bereiding:
Ontpit de olijven en hak ze fijn. Prak in een kom de geitenkaas fijn met een vork, doe er de fijngehakte bieslook, het gesnipperde uitje, de room, de melk en de fijngehakte olijven bij, en meng alles goed door elkaar. Laat in de koelkast opstijven.
Doe de balsamico in een pannetje en laat op een heel laag pitje zachtjes inkoken tot 1/3. Pel de slablaadjes uit de krop, was ze en droog ze in de slacentrifuge. Verdeel ze over vier borden. Verdeel het kaasmengsel over de blaadjes, draai er wat peper uit de molen overheen en giet er een plasje van de ingekookte balsamico omheen.

Renée Vonk groeide op met de Bijbel en wordt nog steeds geboeid door de Bijbelse spiritualiteit. Zij is journalist en hoofdredacteur van het magazine Côte & Provence. Ze is vertrouwd met de keukens van de landen rond de Middellandse Zee, zowel die in Europa als op het Afrikaanse continent, en die van het Midden-Oosten. Dat blijkt nu opnieuw uit haar verrassende recepten, samengebracht in ‘Hemelse toetjes’ (uitg. Kok, 2011): http://www.kok.nl/renee-vonk-hemelse-toetjes.html Van Renée Vonk verscheen eerder bij uitgeverij Kok het kookboek ‘Lekker Bijbels’ met 45 heerlijke recepten (voor-, hoofd-, bij- en nagerechten) eveneens met de Bijbel als inspiratiebron

  1. 2 Reacties op “Hemelse toetjes”

  2. Door EJvM op 7 dec, 2011

    Iemand vertelde me dat er in de Bijbel drie keer meer wordt gegeten dan gebeden. Klopt dat?

  3. Door Renée Vonk op 12 dec, 2011

    Dag EJvM,
    Voor mijn kookboeken heb ik flink zitten spitten in de Bijbel, en daarbij heb ik vooral naar eten gekeken en niet echt geturfd hoe vaak er gebeden wordt. Maar: als je ervan uit zou gaan dat er logischerwijs zowel voor als na het eten gebeden wordt, dan zou er dus minstens tweemaal meer gebeden worden dan gegeten. Tel daarbij op dat er ook vaak ‘s ochtends en ‘s avonds wordt gebeden, plus bij tal van speciale gelegenheden; dan lijkt me uw stelling niet houdbaar.

Reageer