Napoleon in het rivierenland

2 jan, 2012 Onderdeel van paysages

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

Sommige tijden zijn te vergelijken met rivieren die al stromend zich keurig tot hun bedding bepalen. Tijden van vaste zekerheden, tijden waarin de mensen hun plek kennen en met hun plek genoegen nemen, tijden waarin mensen hun gebrek aan kosmopolitisch ervaren door diepte-denken en door in-de-hoogte geloven compenseren. De rivier is smal, maar het water is diep. En dan heb je tijden waarin de rivier buiten zijn oevers treedt, het omringende land onder water zet – eerst de uiterwaarden, en dan, wanneer de dijken het begeven, het bewoonde land. Dat zijn tijden waarin de mensen onrustig zijn geworden, ze nemen geen genoegen meer met de overgeleverde patronen. Plek, geloof, stand, ambacht – het benauwt hen, ze willen weg, eruit. Diepte maakt plaats voor wijde oppervlakten. Tijden van woelingen, revoluties, kruis- en krijgstochten, kolonisaties. Zo’n tijd was ook de Napoleontische tijd. De legers van de Adelaar overspoelden Europa – ook onze Zeven Provincieën (kort tevoren verklaard tot Bataafse Republiek), het Gelderse gewest, het dorp Rossum, waar de Waal en de Maas elkaar bijna raken….

Wanneer het water zich weer terugtrekt

En dan trekt het water weer weg. Volgens mijn grootvader, die in Rossum is opgegroeid, had zijn grootvader in zijn vroege jeugd nog de kanonnen van Waterloo horen rommelen – ja, in Rossum ! Na 1815 had Europa genoeg van het Napoleontisch avontuur. De tijd van het heroïsche gebaar was voorbij, ook die van de grote volksverplaatsingen, iedereen keerde terug naar zijn plek. Volgde de tijd van de burgerlijke gezapigheid (volgens de kwade tongen), van de dromerige verstilling (volgens de niet-kwade tongen). Ik zei : iedereen keerde terug naar zijn plek. Ik had het verkeerd : nee, niet iedereen. Zoals bij het terugtrekken van het water na een dijkdoorbraak achter de dijk poelen met water blijven bestaan, ‘wielen’ of ‘kolken’ genaamd, zo blijven ook op de meest afgelegen plaatsen soms sporen achter van de legers uit den vreemde die er eens doorheen trokken. In Rossum had je een familie die Koeras heette. In mijn moeders familie werd verteld dat die familie van een Franse kurassier (cuirassier) uit de tijd van Napoleon afstamde.

Zakdoeken met een keizerlijk luchtje

Mijn moeder behoort tot een aanzienlijk Gelders geslacht. De overgrootvader van mijn grootvader – anders gezegd hààr vader (volgen jullie me nog ?) – was in de Franse tijd burgemeester (maire) van Nijmegen. Op doortocht heeft Napoleon eens bij hem de nacht doorgebracht. Dat was natuurlijk een grote eer. Ze zullen hem vast op een rijke maaltijd hebben onthaald. Het laken waarin Bonaparte sliep heeft de familie altijd bewaard, en een vorige generatie heeft uit dat laken veertig zakdoeken geknipt. Wanneer een oom van mij er zijn neus in snoot, dan rook hij, volgens zijn zeggen, een ‘keizerlijk’ luchtje.

De rivier stroomt weer netjes in zijn bedding, maar binnensdijks zijn grappige overleveringen bewaard gebleven.

Reageer