De blauwe lijn

5 apr, 2012 Onderdeel van paysages

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

De Lorraine is een mooie, miskende streek. Het landschap bestaat er uit wijde, haast ovaalvormige plateaus. Heel anders dan de rest van Frankrijk waar de vorm van de heuvels door de loop van rivieren en stroompjes wordt bepaald, die er sinds de oertijd inkepingen in hebben geslepen. Wanneer je door de Lorraine zo maar wat rond rijdt, over lege wegen, dan golft het land, voor je, opzij van je, nu eens hoog op, om dan even later weer diep onder de snoet van je auto weg te spoelen. Wat je dan in de verte ziet – en dat waar je je ook in de Lorraine bevindt ? Een blauwe streep. Maurice Barrès had het over la ligne bleue des Vosges, wanneer hij vanuit de butte de Vaudémont (van ‘Wodan’ en ‘mons’ – typisch Lotharingse vermenging van germaanse en romaanse klanken) in oostelijke richting tuurde. De blauwe lijn van de Vogezen. Een blauwe lijn in het verre verschiet – meer is niet nodig om bij mij een soort intense vreugde te doen oplaaien. Wat ligt er achter ?

Vanuit de verte

Ik begrijp mensen niet zo nodig toppen van bergen moeten ‘doen’. Een uitdaging (akelig woord !), een challenge (nog erger), het uiterste van jezelf vergen, teamgeest – goed, en dan sta je op de top, en dan ? Een overwinning ! Nee, een verkrachting. Met de verveling die erop volgt. Want nu ligt overal om je heen het landschap open  en bloot, je blik duikt erop neer en dringt door tot in de verste uithoeken en gaten, je ziet alles. De werkelijkheid heeft zich van haar laatste slipje ontdaan, alle mysterie is eruit verdwenen. Nee, ik zie bergen het liefst van beneden, en dan tegelijk vanuit de verte. Van beneden hebben ze iets dreigends, alsof ze op je kunnen vallen en je verpletteren. Vanuit de verte gezien liggen ze er mooi en vreedzaam bij – en vooral : ze verbergen andere, nieuwe werkelijkheden. Wat ligt er achter, dat je niet kunt zien ? Welke betoverde landstreek vol nieuwe kansen en mogelijkheden ?

Weten is soms genoeg

Trouwens, ik hoef die blauwe lijn in de verte soms niet eens te zien om me al in de nabijheid van dat betoverde koninkrijk te wanen en van de wonderlijke warme stemming doortrokken te worden die daarmee gepaard gaat. Zo is er in de Lorraine een hotel waar ik onderweg wel eens overnacht, van waaruit niet veel anders is te zien dan de blokkendozen en de parkings van een prozaïsche zone d’activités (supermarkten, benzine-stations, distributieketens…). Het is mij genoeg te weten dat verderop de heuvels en de bossen beginnen en iets van de lucht van sparrenhout op te snuiven wanneer ik het raam open doe. Ik verbeeld me dat vanuit die verte de tonen komen aanwaaien van een toverfluitje, ik herken oude liedjes die zingen van vroeger : En passant par la Lorraine avec mes sabots en Malbro s’en va-t-en guerre… Want achter die blauwe lijnen vermengen zich én ruimte én tijd.

Middeleeuwse primitieven

Ja, en dat is ook wat mij bij Middeleeuwse primitieven zo kan bekoren : hun stiekeme perspectiefjes. Het gaat daar natuurlijk hoofdzakelijk om het heilige drama dat de voorgrond van de panelen bepaalt : een annonciatie, een nativitas, een kruisiging, een mater dolorosa. Maar kijk je dan door bijvoorbeeld een klein boograampje opzij van het drama naar buiten, dan wordt je blik verrukt door een prachtig landschap dat zich héél in de verte in een heuvel- of bergenkam, ijl blauw, verliest. Ik beweer dat de Middeleeuwse schilders even zo goed hun hart ophaalden bij het weergeven van de voorgeschreven heilige taferelen als bij het schijnbaar terloops toevoegen van die prachtige landschapjes. Wat mij betreft verbeelden deze verre, blauwe heuvels waar dat boograampje op uitkijkt méér het grote mysterie van de werkelijkheid dan de sacrale tafereren op de voorgrond. En toch ben ik geen heiden.

Die blauwe lijn…

  1. 2 Reacties op “De blauwe lijn”

  2. Door Jessy op 6 apr, 2012

    Een prachtig verwoorde waarheid!

  3. Door De schrijver in Frankrijk op 11 apr, 2012

    Dank

Reageer