Beter bij Frankrijk gebleven?

21 mei, 2012 Onderdeel van paysages

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

Vanaf Hendrik IV waren de Franse koningen niet alleen koning van Frankrijk maar ook van Navarra. De uitdrukking ‘de France et de Navarre’ vindt daar zijn oorsprong – een manier om ‘overal vandaan’ te zeggen. Navarra was tot 1512 een koninkrijk zo groot als de provincies Noord- en Zuid-Holland, het omvatte een paar dalen in de Pyreneeën en strekte zich van daaruit uit over de vlakte rondom Pamplona. Over het land heersten sinds vele generaties de voorouders aan moeders zijde van de toekomstige Hendrik IV. In 1512 legde Ferdinand van Aragon beslag op het grootste gedeelte van het gebied (dat heet het recht van de sterkste), alleen één enkel dal in de bergen bleef in handen van de oorspronkelijke familie, de d’Albrets. Het gebied dat Ferdinand inlijfde maakt sindsdien deel uit van Spanje. Alleen dat ene dal, met als hoofdstad het plaatsje St Jean-Pied-de-Port, bleef ‘koninkrijk Navarra’ heten. Toen Hendrik IV het dal van zijn moeder erfde werd hij daarom koning van Navarra. Toen hij een paar jaar later ook de kroon van Frankrijk kreeg aangeboden, mocht hij zich ‘koning van Frankrijk én Navarra’ noemen. Tot het einde van de Franse monarchie voerden de Franse koningen deze titel. Een koninkrijk dat uit een enkel dal bestaat : zoiets vind ik grappig ! De bewoners van dit ene dal prijzen zich vandaag gelukkig. Ze horen niet bij Spanje, de crisis die in Spanje zo heftig heeft toegeslagen is hun (tot dusver) bespaard gebleven. Dit geldt niet voor dat andere dal in de Pyreneeën, waarover men ook lange tijd in het onreine was of het bij Spanje hoorde of bij Frankrijk. Ik heb het over het Val d’Aran, oftewel het meest luxueuze ski-gebied van Spanje. Ik was er twee weken geleden. Voor het eerst dat ik dacht : ja, nu zie ik de fameuze crisis. Je hoort erover, maar nu zie ik het…

Val d’Aran

In het Val d’Aran ontspringt de Garonne. Dit zou je als reden kunnen aanvoeren bij de stelling dat het dal eigenlijk bij Frankrijk zou moeten horen. Ook de omstandigheid dat er Occitaans wordt gesproken (het is er ‘officiële taal’), net als in Zuid-Frankrijk. En in de geschiedenis is er inderdaad vaak ruzie geweest tussen Frankrijk en Spanje over de vraag wie de meest legitieme aanspraken op het kleine gebiedje, midden in de Pyreneeën, kon maken. Spanje bleek in deze toch altijd weer over de sterkste papieren te beschikken en deze papieren zo nodig gewapenderhand te doen gelden. Het is een prachtig, groen dal. Beneden stroomt de Garonne, in het voorjaar, wanneer de sneeuw op de toppen smelt is het een woeste bergbeek. Ben je de Frans-Spaanse grens over, dan rijd je achtereenvolgens door de dorpen Les en Bossost om een eindweegs verderop de hoofdstad van het dal binnen te rijden, het plaatsje Viella. Rijd je dan rechtdoor, dan kom je (na een paar lussen en haarspeldbochten) bij de tunnel van Viella terecht – een lange, donkere schacht die toegang geeft tot de canyons van het droge Aragon. Sla je in Viella links af, in de richting van de Bonaigua-pas, dan stijg je met het dal mee en dan bereik je na een klein half uur de mondaine wintersportdorpen Arties, Salardù en Baquera-Beret. Daar schijnt de Spaanse koning te skiën. Van daaruit heb je, wanneer je achterom kijkt, een schitterend uitzicht op de hoogste berg van de Pyreneeën : de Pic d’Aneto. Een koningin in een wijd uitstaande hermelijnen mantel.

De spa

Boven Viella, op een hoge helling, aan de weg die naar de tunnel voert, troont een ‘parador’. Dat is een luxe-hotel nog uit de tijd van Franco. In Spanje heb je minstens vijftig van zulke paradores. Sinds Franco zijn ze gemoderniseerd en van alle laatste luxe-musts voorzien. Dat was vorige week onze bestemming, of liever gezegd dat was de ingebouwde spa : een complex van jacuzzi’s, watervallen, binnen-en buitenbaden, hammams, verwarmde ligbedden, met een groot raam dat op een terras uitkijkt en op de omringende bergen. Door de stomende lucht zweven zachte psychedelische anti-stress tonen. Ik was er de afgelopen jaren twee maal eerder geweest. Af en toe (niet te vaak) te wellnessen, ik ben er niets te beroerd voor ! De vorige keren waren we nooit alleen, altijd waren er anderen, in de spa zelf, en in de grote ronde zaal met de leren banken en lage borreltafels, waar je drankjes kunt bestellen. Mensen uit Barcelona, dat maakten we op uit de dure auto’s die we op de parking voor de ingang van het parador zagen staan. Ditmaal – zou het gesloten zijn? Nauwelijks auto’s. Nee, de glazen deuren schoven open. De spa, beneden in het gebouw, zou die dan soms dicht zijn? Ook niet. Een vriendelijke jongedame achter de balie overhangdigt ons de sleuteltjes voor onze kleedkastjes. In de spa, in het waterbassins, de sauna, de jacuzzi’s : geen sterveling. We hebben het rijk alleen. Fijn ! En een beetje onwerkelijk. Na het baden en stomen en rondslenteren in verwarmde badjassen en op tongs, wanneer we tintelend van wellness, ons naar de ronde zaal begeven : ook daar geen levende ziel. We raken aan de praat met het personeel achter de bar. Een jongen, een meisje. Ja, de situatie is catastrofaal.

Crisis

Of het ons niet was opgevallen dat er in het dal geen enkele hijskraan meer te bekennen is. Ja, dat was ons inderdaad opgevallen. Ik heb het Val d’Aran van twintig jaar geleden nog gekend. Toen begon de vastgoedboom. Sindsdien, wat is er allemaal bijgekomen ! Een dal dat twintig jaar geleden nog alle sporen vertoonde van een arm, primitief verleden, had de allures van een Gstaad, of Courchevel gekregen. En ja – vorig jaar nog hadden we hijskranen gezien. Nu, geen enkele meer. Met het oog op de bouw hadden de afgelopen jaren 750 families zich in Viella en omgeving komen vestigen, mensen afkomstig uit Galicië en Portugal. Ze waren allemaal vertrokken, terug naar waar ze vandaan kwamen. Geen werk meer. De bouw van een paar luxe-hotels was halverwege gestaakt, over bleven muren met in plaats van ramen gaten. Steeds meer mensen proberen hun huizen en appartementen van de hand te doen, ze vinden geen kopers. Aan de andere kant van de tunnel is een nieuw aangelegd ski-complex definitief gesloten. De jongeren trekken weg, vinden wanneer ze geluk hebben werk in Londen en Milaan. Goed, ze hadden deze winter nog een redelijk goed ski-seizoen gehad. Maar dat wij nu, in de parador, de enige gasten waren, dat was toch een teken aan de wand. Fijn voor ons ? Nee, toch eigenlijk niet.

Arm Val d’Aran! Had het maar bij Frankrijk gehoord ! Of nee, laten we met ons allen eens goed nadenken over de wereld waarin we willen leven. Een wereld waarin de schommelingen van een economie die zich heeft overgeleverd aan louche geldspeculatie ons heil of onheil bepaalt, of een wereld waarin de economie dusdanig politiek wordt ingekaderd dat we er ons niet meer op hoeven fixeren, en we onze geesten met andere werkelijkheden dan alleen geld kunnen vullen. In dat geval, of zo’n dal nu in Spanje ligt of in Frankrijk…

Reageer