Feniksbloem

14 jul, 2012 Onderdeel van proses

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

In Feniksbloem worden verscheidene thema’s met elkaar verweven, als de strengen van een vlecht. Mensen vragen me wel eens : hoe werkt dat toch, schrijven ? Ik stel ze steevast teleur. Ik weet het eigenlijk niet zo goed. Wat ik wel kan zeggen, is dat mijn boeken vaak collages zijn van motieven, scènes, beelden, personen, die ik uit andere teksten die ik ooit schreef en nooit voltooide heb geplukt. Lange tijd kwam ik maar niet verder met het verhaal van het bloemetje waarvan men dacht dat het was uitgestorven en dat vele tientallen jaren weer opdook, op een heel andere plek dan waar het oorspronkelijk groeide. Met de vraag : hoe kwam het daar ? Ik had het met een ander motief verbonden – het motief van de herinnering en de verwachting die op een gegeven moment samenvallen – en hier wrong de schoen. Ik had mooi sleutelen aan het verhaal, ik bleef altijd op een bepaald punt steken.

Knippen en plakken

Totdat ik besloot het thema van het motief van de herinnering-verwachting los te maken en het met een andere materie te verbinden – een materie die ik op haar beurt van een eerdere roman-in-de-stijgers losmaakte. En toen kwam er schot in. Hier vond een gelukkige chemische fusie plaats. En wat de twee andere thematieken betreft – het motief van de herinnering-verwachting, en wat er van de roman-in-stijgers overbleef toen ik de genoemde materie eruit had weggehaald – die hou ik in reserve voor later. Om het maar meteen te zeggen, het motief van de herinnering-verachting heb ik met een zoveelste thema dat ik nog in de kast had liggen verbonden : dit is de roman die ik nu aan het vlechten ben en die ik hopelijk voltooi.

Topje van de ijsberg

Ja, zo werkt dat bij mij. Ik geloof dat een schrijver moet aanvaarden dat wat hij tenslotte ter publicatie aanbiedt maar een topje van een ijsberg is. De grote massa ijs die zich onder water bevindt, is de som van alle brokstukken tekst die hij heeft laten liggen en waarmee hij hele dozen heeft gevuld (of althans het equivalent van zoveel gigabytes op zijn USB-stick). Afval is het niet. Het is een berg bestaande uit repen en reepjes klei die hij bij het boetseren heeft weggeschraapt. Als je erin kneedt wordt het nieuwe materie – materie voor nieuwe potten of beeldjes.

Een tuin, een bloem…

O ja, en er is nog iets anders dat werkt, en dat ik eigenlijk pas laat heb geleerd. Dat is waarschijnlijk de reden waarom ik al in de veertig was toen ik voor het eerst een verhaal afmaakte: de novelle Sprekend portret die uitgeverij IJzer in 2005 bereid was in het licht te brengen. Je moet gewoon doorschrijven ook op de momenten dat je er geen plezier aan beleeft. Misschien zijn er auteurs voor wie schrijven een niet aflatend ‘surfen op de inspiratie’ is, voor mij niet. Ik gebruik graag het beeld van het aanleggen van een tuin. Zo’n tuin heb je eerst af te bakenen, dan te defricheren, van alle bramen en onkruid te ontdoen, daarna ga je op het ontgonnen land paaltjes zetten, om aan te duiden waar de borders komen te liggen, waar de paden, waar de vijvers – dit is allemaal nogal saai werk. Ja, en ook in die zin vermoeiend dat je al doende heel goed weet dat je veel werk voor niets doet. Je hoeft maar even te stoppen met werken, om dan vanuit het terras het geheel van de tuin-in-aanleg te overzien, of je merkt dat dit of dat niet deugt. Hè verdorie ! – nu moet ik van alles overdoen ! Maar terwijl je met deze ontginningswerkzaamheden bezig bent, kun je tegelijk, alvast, hier en daar een mooi bloemetje planten, of een paar mooie planten in potten op het terras neerzetten. Dat is het fijne werk. En het werk wordt steeds vaker fijn naarmate je vordert, want is eenmaal de tuin ontgonnen en staan de paaltjes op de goede plekken, dan kun je overal gaan zaaien, planten, stekken… Om maar te zeggen dat het zaak is gewoon door te schrijven, ook wanneer de geest afwezig schijnt. Ik zeg ‘schijnt’. Tenzij het echt niet meer verder kan, natuurlijk. Bij zelfkastijding is de geest werkelijk afwezig.

Tja, en in de tuin van mijn laatste roman heb ik een mooi bloemetje geplant – dat bloemetje dat eerst op de eilanden van de lagune van Venetië groeide en dat na het uitsterven aldaar, zo’n honderd jaar later in een oud verwaarloosd park in Rusland werd teruggevonden. Hoe kwam het daar ? Om die vraag draaien de verschillende motieven die ik in Feniksbloem aan elkaar heb gerijgd. Dat bloemetje is de Feniksbloem (Italiaans : fiore de fenice – al schijnt het destijds door de eilandbewoners van de lagune ook wel fiore d’amore te zijn genoemd)

Recensieweb gaf Feniksbloem vier sterren en een mooie recensie

  1. 1 Reactie op “Feniksbloem”

  2. Door Michael Berg op 15 jul, 2012

    Zo is het, Caspar. Een kwestie van zaaien en maaien. Hoop binnenkort te beginnen aan jouw Feniksbloem.

Reageer