Hout

29 dec, 2012 Onderdeel van paysages

Column door Willem van Toorn

In 1987 bracht regisseur Frans Strijards met zijn eigen gezelschap Art & Pro Tsjechovs toneelstuk De kersentuin op de planken, en elk jaar moet ik begin oktober in mijn Middenfranse gehucht regelmatig aan die uitvoering denken. Strijards bezorgde het publiek, gewend aan het zachte, weemoedige einde van het geliefde stuk, de schrik van zijn leven door een harde maar zeer doordachte ingreep. In de tekst eindigt het stuk met een regie-aanwijzing waarvan dit de laatste zin is: Er treedt een stilte in, alleen uit de verte is te horen, hoe in de kersentuin de bijl slaat in de bomen. De familie Ranjewskaja moet afscheid nemen van haar landgoed, en het omhakken van de kersenbomen, die in de eerste scène in bloei staan, is het teken van het definitieve einde. Maar niks bijl in de verte bij Strijard. Als iedereen vertrokken is en de oude knecht van de familie helemaal alleen en verdrietig achterblijft, krijsen achter het decor ineens woedende kettingzagen die de denkbeeldige kersenboomgaard omleggen. Een hardhandige manier om het publiek duidelijk te maken dat we hier niet negentiende-eeuws weemoedig zaten te doen, maar in een genadeloze eeuw leefden.

Ik denk aan die uitvoering omdat hier begin oktober elke dag de motorzagen snerpen, overal wordt hout voor de winter gezaagd, versleept, opgeslagen. De afstanden zijn in de landelijke gebieden hier te groot voor kostbare gasleidingen. Frankrijk is het land van het flessengas, dat je bij elke supermarkt kunt halen. En van de elektriciteit, want dit is ook het domein van meer dan vijftig kerncentrales waar we in Nederland terecht zo zuinig over doen – al weerhoudt dat ons er niet van in noodgevallen stroom uit Frankrijk te betrekken. Maar de belangrijkste bron van warmte voor de winter is toch hout. Met grote tevredenheid zag ik vorige week de boer komen die ons twee jaar gedroogd eiken- en essenhout levert, voorlopig drie stères – woord van de rekenles op de lagere school van vroeger: ‘een kubieke meter noemen we ook wel stère‘. Misschien heeft die tevredenheid nog wel iets te maken met het feit dat ik een oorlogskind ben, met nooit meer uit te bannen herinneringen aan de kou van de hongerwinter in Amsterdam, toen mensen de bomen langs onze weg ‘s nachts omzaagden en de geteerde houten blokjes van tussen de tramrails roofden.

Overal ligt hier in la France profonde brandhout bij huizen en schuren. Een boer verderop heeft er een ware muur van gelegpuzzeld, zeker dertig meter lang, de kopse kanten zorgvuldig in elkaar gepast, het geheel afgedekt met oude deuren. Een oud echtpaar heeft een erf vol houten molshopen, tegen de regen beschermd door landbouwplastic, met knalblauw nylonkoord gespannen naar in de grond gemepte stokken. Onze buurman heeft twee fikse openkapschuren, één voor het lange hout dat in zijn enorme haard gaat, één voor het korte dat in het keukenfornuis wordt gestookt. Soms moet ik denken aan de gigantische paddestoelen van brandhout die ik wel eens in Bosnië-Herzegowina heb gezien, opgestapeld op de platte daken van kleine huisjes in de dorpen.

Gevolgen voor het landschap heeft al dat gestook natuurlijk wel. De Indre, ‘ons’ deel van het oude graafschap van de Berry, is een bomenrijk gebied, waarvan de kleine akkers en weiden nog grotendeels door heggen zijn gescheiden. Maar door de ook hier onvermijdelijke schaalvergroting verdwijnen er heggen en worden nogal wat schijnbaar zinloos in akkers staande bomen gerooid. Omdat het proces langzaam gaat, denk ik dat het landschap onze tijd wel zal duren. Als er maar geen Nederlandse boeren komen schaalvergroten en megastallen bouwen. De verschrikkelijke gevolgen daarvan heb ik bijvoorbeeld in de voormalige DDR pas nog mogen aanschouwen – met miljoenen gesubsidieerd door ons demissionaire kabinet.

(Deze column verscheen eerder in het landschapsarchitectenblad Blauwe Kamer)

Willem van Toorn is dichter, romancier en vertaler. Voor de dichtbundels Het landleven (1981) en Eiland (1991) ontving hij respectievelijk de Jan Campertprijs en de Herman Gorterprijs. Hij woont in de Berry

Reageer