Lé shatow dé Sully

4 jul, 2013 Onderdeel van paysages

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

Van het bezoeken van een mooi Frans kasteel word je deftig. Krakerig parket onder je voeten en je richt je, al lopende, als vanzelf recht overeind, de schouders naar achteren, je voelt je strak, compact, voornaam. De aanblik van zoveel met zijde overtrokken Louis XVI krulstoeltjes drukt een stempel op je geest, wanneer je even later neerzinkt op een houten terrasstoel buiten, naast het koetshuis en de stallen waar thee wordt geschonken, blijf je keurig rechtop zitten. Ze schenken de thee in mokken, maar je pakt ze op en brengt ze naar je mond alsof het in werkelijkheid om tere kopjes van Sèvre-porselein gaat. Het uitzicht op een lange, brede laan in het park, met verderop een ronde plaats met een vijver in het midden – waarna het perspectief weer even rechtlijnig tot een schemerig-groene horizon van heuvels doorloopt, stemt tot edele, wijd uitwaaierende gedachten. Nu eens geen prietpraat, laten we het over geschiedenis hebben, over architectuur, over literatuur. Plaats voor een mooi citaat van een grote schrijver, Pascal, La Rochefoucauld, Madame de Sévigné, Chateaubriand…

Thee

Ja, thee – midden in Bourgondië thee. Het statige château van Sully wordt sinds twee eeuwen bewoond door een familie van Ierse afkomst, de familie de Mac Mahon, waarvan de oudste telg zich hertog van Magenta mag noemen. Deze illustere familie kan zich laten voorstaan op een telg die in de 19e eeuw een paar jaar lang President was van de Franse Republiek. Een conservatieve aristocraat President van de Republiek ! Waarom niet ? Wij vermoedden dat die thee die wordt geschonken een manier is om bezoekers aan de historische link met het Verenigde Koninkrijk overzee te herinneren. In de museumwinkel van het kasteel staan allemaal typisch Britse-Schotse-Ierse snuisterijen uitgestald : zakjes thee, potten marmelade met deksels waarop bloemetjesmotieven, Arts-and-Crafts sjaals, agenda’s met Beatrice Potter-prenten… Achter de balie staat een een mevrouw ons vriendelijk te woord, ze spreekt Frans met een duidelijk Brits accent. Ze doet een beetje ironisch over het handeltje waarover zij waakt, op subtiele wijze laat ze voelen dat ze van huis uit geen verkoopster is, dat ze dit maar doet – ja waarom ? Misschien behoort ze tot de familie, een verre nicht, telg van de in Ierland achtergebleven tak, en draagt ze door haar rol van gastvrouw in de museumshop-annex-theeschenkerij bij aan het runnen van het kasteelbedrijf ? We keuvelen hier een beetje over terwijl we onze thee van wolkjes melk voorzien.

Voorname vrijgevigheid

Ja, ze is vriendelijk. Ze heeft ons elk een papieren zakje gegeven (met daarop een Winnie the Pooh-achtig plaatje). We mogen ze vullen met vruchten uit de boomgaard die we zelf plukken, en die vruchten zijn dan voor ons. Ook dat past bij een kasteel, ook dat toont aan dat de mevrouw geen ordinaire handelaarster is : bij statige voornaamheid hoort onbaatzuchtige vrijgevigheid. De boomgaard strekt zich uit opzij van het kasteel en wordt door een hoge muur van verweerde natuursteen omgeven. In het midden een ronde plaats met daarin, op een stenen sokkel, een oude zonnewijzer. Het is nog tamelijk vroeg in de zomer. De appels en peren zijn nog niet rijp. Wel de bessen. Teruggekomen op het grote voorplein bij de stallen laten we onze zakken vol rode en zwarte en kruis-bessen aan de mevrouw zien. Avec ça vous allez pouvoir faire des gatows de fruits du shatow dé Sully – zegt ze.

Ik hoop dat weinig mensen deze column lezen. Het zou ze op het idee kunnen brengen ook het château de Sully te bezoeken. Alsjeblieft niet ! Want dat was nu juist zo fijn vorig jaar. We waren de enigen. Goed, we waren dan ook vroeg in de morgen gekomen. Om tien uur. En toen we weg gingen kwam er een bus aanrijden. Maar toch…

 

 

Reageer