Golvende elektriciteitsdraden

22 apr, 2014 Onderdeel van paysages

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

… De schuifdeur van het compartiment was open zodat ik door het raam van het gangpad naar buiten kon kijken, waar de elektriciteitsdraden – zes dunne draden – alsmaar hun best deden naar boven uit te zwenken, de hemel in, ondanks de harde klappen die hen de telegraafpalen uitdeelden, de een na de ander. Op het moment dat de zes draden, na een bruuske gezamenlijke attaque, bijna de bovenste rand van het raam hadden bereikt – triomf! – ontvingen ze een klap die zo hard aankwam dat ze in één ruk alle zes naar beneden stortten tot op halve hoogte van het raam, terug bij af, waardoor ze helemaal overnieuw konden beginnen… Ik citeer uit Speak memory, van Nabokov. Zijn beschrijving van de reizen die hij maakte in zijn jeugd, in de eerste jaren van de 19e eeuw, in de luxetreinen uit die tijd, van St Petersburg naar Biaritz of de Côte d’Azur, behoort tot mijn meest geliefde passages uit de literatuur. Die draden die naar boven zwieren totdat een paal voorbijschiet en dan – floep! – naar beneden storten om daarna weer omhoog te golven, en ga zo maar door… Ik zit niet in een treincompartiment maar achter in de auto. De Renault 4L. Mijn ouders zitten voor, hoog, groot, af en toe hoor ik ze mompelen, maar door het geluid van de motor versta ik ze niet. We zitten voor de afwisseling eens niet ruzie te maken, mijn zus, mijn broer en ik. Ik zit trouwens niet, ik lig. Daar is achter blijkbaar zelfs met z’n drieën genoeg plaats voor (en we hadden toen nog geen veiligheidsriemen). En ik kijk naar buiten: die golvende draden. Tok en tok en tok – zeggen de palen. In Frankrijk zitten de elektriciteitsdraden niet onder de grond. Er zijn mensen die daarover klagen, ik niet.

Route Albert

We woonden nog in Brussel, mijn vader werkte bij de EEG. We gingen elke zomer met vakantie naar Zwitserland en we volgden jaren lang dezelfde route door Frankrijk. Mijn ouders hadden goede vrienden die Albert en Jacqueline heetten, we hadden die route aan hen te danken. Hoe ze eraan gekomen waren? O gewoon, ze hadden een meetlat gepakt, die op de kaart gelegd, en een rechte streep getrokken van Brussel naar Château d’Oex. De wegen die deze streep het meeste naderden, hadden ze vervolgens met rood ingevuld: de route Albert. Ik herinner me een boerderijhotel langs de weg, midden in de donkere bossen van de Ardennen. Ergens tussen Couvin (nog in België) en Rocroi (in Frankrijk). Mij staat me een maaltijd bij in een grote keuken aan een lange houten tafel. Een grote schouw, hammen en worsten die aan de balken hangen, een vriendelijke boerin die in een glimmende schortjurk, blauw met witte balletjes, voor dichtgeknoopt, een grote terrine met dampende soep op tafel zet. Zo begon voor mij Frankrijk: het land van de oude tijd. En ik ben er in Frankrijk altijd naar op zoek gebleven, naar laatste sporen van “de oude tijd” (die elders allang zijn uitgewist).

Montagne Russe

Ik herinner me sommige namen van plaatsen waar we doorheen reden, Signy l’Abbaye, Suippes, Mazagran: wijde stoffige dorpsstraten met voor de lage, slecht onderhouden huizen oude mensen die op rieten stoeltjes zitten, en kijken. En dan weer die wijde, glooiende campagne… Na de bossen van de Ardennen en de Argonnen, krijg je de Champagne pouilleuse. Kale krijtkleurige glooiingen, ook eindeloze graanvelden, hier en daar, ver weg, dichterbij, een blinkende silo. De wegen zijn recht toe, recht aan. Niet remmen! – roepen we achterin wanneer de weg het hoogste punt van een heuvel bereikt. Heerlijk, dat gevoel even in de lucht te zweven wanneer de weg naar beneden duikt. Gevoel in je buik. Mijn ouders noemen dat montagne Russe spelen. Het gele, oogverblindende landschap gaat geleidelijk over in de Lorraine. En passant par la Lorraine avec mes sabots – mijn moeder kende, geloof ik, alleen de eerste regel van dit liedje. Het landschap wordt weer groener, de weg gaat weer draaien. In die tijd kon je nog overal langs de weg stoppen, ze hadden nog niet langs de wegen van die hinderlijke geulen uitgegraven. Zo, dit is een goede plek om te picnicken! Een veld met hoog gras, tintelend van ‘t insectenleven, vlinders, bijen, vliegen (er zijn vast koeien in de buurt), sprinkhanen, torren, spinnetjes… Zoemen, fladderen, ritselen: één donzen geluidsmassa. We gaan zitten onder de brede kruin van een eik, midden in het veld. Schaduw! Wie wil limonade? Zo jij mag deze tupperware openmaken. Driehoekige vache-qui-rit kaasjes in zilverpapier worden uitgedeeld. Je krijgt plakhanden bij het openmaken ervan. Niet zomaar eten, smeer het op je boterham! Hier heb je een mes, voorzichtig…

Overnachten

We deden het nooit in één keer. De oorden Ligny-en-Barrois en Bourbonne-les-Bains zijn altijd begrippen gebleven in onze familie, vanwege de slechte ervaringen die we er opdeden. In Ligny-en-Barrois sliepen we in een hotel dat aan een plein lag waar de hele nacht landerige provinciejongeren met brommers lawaai maakten, in Bourbonne-les-Bains hadden we te maken met onvriendelijke mensen in een restaurant. Ze keken zuur toen mijn ouders drie porties eten bestelden in plaats van vijf, want wij – de kinderen – lieten altijd eten staan. Als Fransen zuur zijn, dan zijn ze ook echt zuur! – verklaarden mijn ouders. Maar wat zijn ze meestal aardig en vrolijk, vooral wanneer ze merken dat je als buitenlander goed Frans spreekt (en dat deden mijn ouders). Nee, neem dan maar dat gezellige hotelletje in Recologne. Een dorp in de buurt van Vesoul. De Jura – en dus Zwitserland – is niet ver meer. Een kamer met bloemetjesbehang, ook op het plafond. Een breed bed met een kuil en een dikke donzen duvet. Het raam staat op een kier open. Licht van een straatlantaarn schemert door een spleet tussen de gordijnen naar binnen. Ik weet dat er nachtvlindertjes om de lantaarn cirkelen. In het restaurantgedeelte, aan de overkant van de straat, zitten nog mensen aan tafel. Getik van messen en vorken, gemompel, af en toe iemand die oplacht. Daarna is het weer even stil. Ver weg, in het duister: oehoe oehoe. Een uil.

Vakantie, op reis…

 

 

 

  1. 3 Reacties op “Golvende elektriciteitsdraden”

  2. Door Mata Hari op 22 apr, 2014

    Ruzie maken achterin de auto, wie kreeg de klappen?

  3. Door De Schrijver in Frankrijk op 23 apr, 2014

    Mijn broer, want die zat in het midden

  4. Door peter hooft op 23 apr, 2014

    Frankrijk, ‘het land van de oude tijd’. Mooi gezegd. Helaas worden en zijn we door de tijd ingehaald. Zelfs in Provençaalse gehuchten verdwijnen de kabels nu onder de grond. Gelukkig rijden er nog wel R4-tjes en 2 CV-tjes rond. In memoriam het Frankrijk van toen.

Reageer