De berg van Louise

10 sep, 2014 Onderdeel van proses

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

Vanuit mijn raam kijk ik uit op de heuvel boven Orange. Deze heuvel heet de Colline St Eutrope. Orange is er als het ware tegenaan gebouwd, leunt ertegen, het Romeinse theater is eruit gehakt. Op het hoogste punt van de heuvel verrijst, op een sokkel, een lange witte pierlala in de vorm van een Maria-beeld. De burgemeester van Orange, die een katholieke integrist is, laat vanaf die plek elk jaar de stad zegenen. Dit is natuurlijk volkomen in strijd met het grondbeginsel van de laïcité dat de Franse autoriteiten hebben te respecteren: staat en godsdienst zijn gescheiden. Hij lapt het aan zijn laars. Wat mij betreft, ik lig er niet wakker om. Wel denk ik: jammer dat er geen hogere plek is op de heuvel, want dan hadden ze ongetwijfeld die Maria dààr neergezet, dan spraken ze vandaar de zegen uit, want op de plek waar de witte maagd nu staat, en vanwaar nu wordt gezegend, stond vroeger het kasteel van prins Maurits. In dat kasteel woonden de gouverneurs van Orange die uit naam van onze Oranje-stadhouders (soevereine prinsen van Orange) de stad bestuurden. En dat waren geen katholieken, maar overtuigde protestanten. Ze tolereerden het katholicisme, in hun tijd heerste in Orange godsdienstvrede. Toch, als hen toen was gezegd dat op dezelfde plek waar ze, voor de haard, elkaar uittreksels uit Luther voorlazen eens een Maria zou komen te staan, ze zouden van louter afgrijzen zo van hun stoel zijn getuimeld. Tja… Dat witte beeld van Maria – nee, ten diepste vind ik dat het daar niet hoort. Niet daar. Niet waar mijn voormoeder Louise werd geboren, de dochter van Christoph van Dohna, die gouverneur was van Orange van 1630 tot zijn dood in 1637.

Louise van Dohna

Een wonderlijk en ook een geruststellend idee: ik die zover van Nederland woon, kijk uit op een plek waar een verre voormoeder van me het licht zag. Dat was in 1633. Hoelang ze in Orange, op dat grote kasteel – dat Lodewijk XIV aan het einde van de 17e eeuw liet opblazen – heeft gewoond, weet ik niet. Haar moeder Ursula van Dohna heeft na de dood van haar man nog tien jaar lang alleen het bestuur over Orange gevoerd. Dit is trouwens beslist opmerkelijk, ze was een vrouw – in die tijd! Het verbaast me dat geen enkele feministisch bevlogen historica nog over haar heeft geschreven. Hoe dan ook, het brengt ons tot het jaar 1648. Louise was toen vijftien. Wil dat zeggen dat ze het grootste deel van haar jeugd ook daadwerkelijk in Orange heeft doorgebracht? Ik heb zin om het te geloven. Wat in ieder geval als en paal boven water staat, is dat ze er is geboren. Dat zeggen de genealogieën. Dat uitzicht, dat te weten, het maakt dat ik me hier in Orange niet helemaal een vreemde voel. Eén van de wortels die van mij een boom van een vent maken – in Orange althans, in Nederland ben ik met mijn 1 meter 80 zo langzamerhand een kleintje – steekt hier, in Orange, in de grond. Louise trouwde toen ze de huwbare leeftijd had bereikt met Floris van Bylandt. Hun achterkleindochter Sophie Caroline trouwde met Godard van Randwijck, en van hen beiden stamt mijn moeder in rechte lijn af. Zo zit het – voor wie het per se wil weten, en dat zijn er – vermoed ik – maar weinig, of zelfs niemand. Maar ik zeg het toch, want dan hoef ik het niet voor me te houden.

Duitsland in de verte…

Er is een andere reden waarom ik telkens wanneer ik met mijn hond Asterix op de heuvel van St Eutropius rondwandel aan Louise moet denken. Ze was een Dohna, haar moeder was van zichzelf een Solms, haar achtergrond was Duits. Zouden die Dohna’s niet af en toe met weemoed aan hun verre land van herkomst hebben teruggedacht? Louise kende dat land niet, ze was in Orange geboren, maar ze had er haar moeder, verwanten die hen in Orange op kwamen zoeken, leden van het personeel die met haar ouders mee waren gekomen naar het Zuiden, over horen praten. Orange heeft een grimmig klimaat. Broeiend warm in de zomer, bitterkoud in de winter – en dan die Mistral! Hij gaat je door merg en been. Licht – dat wel, véél licht, teveel licht. Van Gogh werd er gek van. ‘t Is hier prachtig, maar niet zacht, niet liefelijk. En er is hier geen plaats voor geheim. Daarvoor maakt dat vele licht alles te transparant. En dan wil het voorkomen dat je aan noordelijker streken gaat denken, aan Duitse wouden, waar het schemerig genoeg is voor sprookjes en legenden, aan wijde landschappen met golvende groene heuvellijnen, waar je je mijmeringen in kunt uitspreiden. Zouden die Dohna’s soms naar hun vaderland in de verte hebben terugverlangd?

Waldenberg heet de roman die volgende maand verschijnt. Mijn derde alweer. Het gaat over de ellende van de transparantie en hoe heilzaam geheimen zijn. Het verhaal speelt zich gedeeltelijk af in Duitsland. Toch heb ik hem van a tot z in Orange geschreven. Tja…

 

 

  1. 1 Reactie op “De berg van Louise”

  2. Door peter hagtingius op 20 sep, 2014

    Dag Caspar,
    Goeie column over je voorouders. Toeval dat je in Orange beroepen werd?
    Benieuwd naar je volgende boek. Transparantie en geheimen, intrigerend thema. Ondanks ´het licht van Van Gogh´is Frankrijk en zijn de Fransen natuurlijk helemaal niet transparant. Probeer maar eens een familierecept te bemachtigen. Of stel justitie een gerichte vraag over het ´dossier Sarko´. Ga niet naar Duitsland of zo. Het klimaat in Orange is misschien niet je dat, maar na een tijdje Zuid-Frankrijk ben je stellig verslaafd aan de sfeer. En de mentaliteit die vér af staat van die van de natte regenjassen in het noorden en het oosten.

Reageer