Waldenberg (1)

10 okt, 2014 Onderdeel van pensées

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

Nooit eerder is van zoveel dingen gezegd dat ze “moeten” zonder dat erbij wordt gezegd van wie ze moeten. Bijvoorbeeld: Je moet met de tijd meegaan! O ja? Van wie moet dat? Van God? Heeft iemand hem dat horen zeggen? Van de wet? Het staat er niet in. Van de tijd zelf? Zodat mensen van veel dingen waar ik om geef beweren dat ze “niet meer van deze tijd” zijn? Is de tijd een big brother met een zwarte bril? Als je ervan uitgaat dat de tijd een kracht is die macht over ons uitoefent, ga je als vanzelf de tijd dààr zoeken waar het meeste lawaai wordt gemaakt. Want kracht en macht worden nu eenmaal op dit ondermaanse door lawaai, geschreeuw en klatergoud uitgebeeld. Wie stilte zoekt, zich terugtrekt om eens rustig over de dingen des levens na te denken, zich aan bespiegelingen overgeeft, stapt dan zogenaamd “uit de tijd”. Het lijkt erop alsof alles in het werk wordt gesteld om deze beschouwende geesten – en wie zijn dat niet, bij wijlen? – angst aan te jagen: pas maar op, wanneer je na je periode van afzondering terug komt in de tijd – man, je zult het zien: wat heb je in de tussentijd veel gemist!

Schrijven

Wie schrijft zondert zich af – en ik kan erover meepraten, na één of twee bladzijden maakt zich altijd weer een kleine paniek van me meester, alsof de tijd vervliedt en ik achterop raak. Ja, of je het wilt of niet, je wordt door de flauwekul die de mensen elkaar napraten beïnvloed. Goed, het schrijven laten we die dag verder maar liggen (dat komt morgen weer), wat niet wegneemt dat het goed is jezelf telkens weer even streng tot de orde te roepen: dat geschreeuw van “hier gebeurt het – hier gebeurt het”, dat is de tijd niet. Dat is geschreeuw in een wagon die stilstaat. Dat is niets. Nee, het waren die één of twee bladzijden – het was toen je woorden met elkaar verbond, regels aan elkaar reeg, dat je pas werkelijk “bij de tijd was” – ja, omdat je tijd “maakte”. Hoe dat zo? Door in het niets een zin te leggen als een railspoor in een lege steppe. De warboel van emotioneel geladen beelden, fantasieën, flarden van herinneringen die in je hoofd omgaan heb je in zinnen omgezet. Ware tijd is zin-volle tijd. Alleen zinnen maken tijd. Voor de schrijver – voor de lezer…

Nee hoor, Waldenberg is geen filosofische, proustiaanse roman. Wel wordt het verhaal gekenmerkt door een pendelbeweging van heden naar verleden en terug. En dit terug-naar-het-verleden wordt tot op zekere hoogte door persoonlijke herinneringen bepaald. Hetgeen wil zeggen dat je tegelijk over vroeger kunt schrijven én – zoals we zagen – tijd kunt maken. En wat daarom ook wil zeggen dat het verleden niet door een zogenaamde macht genaamd “tijd” wordt weggedrongen, in een verdomhoekje wordt geduwd. Het verleden blijft erom vragen in zinnen te worden gevat: aan het verleden is nog altijd veel “tijd” te onttrekken.

Begin jaren tachtig

Tja, die begin jaren tachtig… Als jonge student onderga je ze, je schreeuwt mee – zeker wanneer je lid bent van een studentencorps. Nu, meer dan een kwart eeuw later, kijk ik erop terug. Ik probeer die jaren te beschrijven, het eigene van die jaren komt door het contrast met de tijdsperiode die erop volgt pas goed uit de verf. Voor mij was er natuurlijk de overgang naar het werkende bestaan. Alleen dat al maakt in mijn ogen de jaren die eraan vooraf gaan zo uniek. Maar er is meer, ook op cultureel-maatschappelijk vlak is er een duidelijke breuklijn te onderscheiden tussen het begin van de jaren tachtig en de tijd die erop volgde. Het begin van de jaren tachtig waren als het staartje van de welvaartmaatschappij van de naoorlogse wederopbouw – welvaartmaatschappij waarin samen met het streven naar eerlijk verdelen nog laatste restjes van het oude standenstelsel te bespeuren waren. Met Thatcher en Reagan kwam de grote omslag naar het neoliberale no-nonsense geldmaaktijdperk van de selfmade man. Toen begon het geschreeuw pas goed, ellebogen, concurrentie, Dallas en Dynasty, winners en losers, iedereen is iedereens vijand.

En nu…

Menno (mijn alter ego) heeft zijn drukke baan bij een groot advocatenkantoor opgegeven en is voor zichzelf een bescheiden praktijk begonnen. Hierdoor heeft hij eindelijk de tijd om zich oude beelden uit zijn herinnering weer voor de geest te roepen en om stil te staan bij de culturele en maatschappelijke veranderingen van de laatste tijd. Wat lijken die zorgeloze jaren van vroeger toch ver weg – ja, juist omdat sindsdien alles zo anders is geworden! Ver weg – ver verleden, wat doen we ermee? Maar ook voor Menno heeft het verleden nog nieuwe dingen te bieden, is er nog “tijd” aan te onttrekken. Waldenberg, die fascinerende figuur die een paar maal zijn weg had gekruist toen hij nog in Leiden zat, wie was hij toch? Wat is er met hem gebeurd? Met hem, en met Syl, zijn mooie vriendin, die Menno van nog langer geleden kende. Ze was zijn beste speelkameraadje tijdens de lange zomervakanties doorgebracht in Zwitserland. Dat was nog in de tijd van de lagere school. Oude herinneringen, uit een ver verleden, twee personen die plotseling uit het zicht verdwenen – ze terugvinden, de draad weer oppakken waar die werd afgebroken, een hernieuwde vriendschap, dit is een zin die Menno aan zijn leven besluit te geven wanneer hij naar hen op zoek gaat (en al zoekende allerlei merkwaardige dingen verneemt…). Dat is de zin die voor hem een nieuwe “tijd” inluidt, die voor hem “tijd maakt”. Maar hij moest er zich voor terugtrekken, uit het schreeuwerige bestaan van “hier gebeurt het – hier gebeurt het”: een rustiger baan, tijd voor nadenken, beschouwen, zich herinneren…

Precies wat ik – de schrijver – deed toen ik schreef. Met dat verschil dat bij mij de fantasie voor een groot deel de plaats innam van de herinnering. Menno is “bij de tijd”, “maakt tijd”, in zijn zoektocht naar mensen van vlees en bloed met wie hij een oude vriendschapsverhouding wil hernieuwen. Ik ben bij de tijd, maak tijd, door zinnen aaneen te rijgen. Zinnen die zinvol zijn omdat ik er een – ja, vriendschappelijke verhouding met lezers mee beoog. Want uiteindelijk ben je alleen dààr bij de tijd, wordt alleen daar tijd gemaakt waar mensen samenkomen in vriendschap, want alleen daar ontstaan nieuwe dingen. Rails in een lege steppe.

Tja…

 

 

 

  1. 3 Reacties op “Waldenberg (1)”

  2. Door EJvM op 12 okt, 2014

    Dat boek ga ik lezen!

  3. Door Mata Hari op 13 okt, 2014

    Moi aussi – comme je languis après ce livre qui tarde…

  4. Door Schrijver in Frankrijk op 13 okt, 2014

    Arrête de languir – het boek verschijnt… morgen! Dinsdag 14 oktober.

Reageer