Zeven jaar!

30 dec, 2014 Onderdeel van proses

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

Deze week is ‘Schrijver in Frankrijk’ zeven jaar oud geworden. Ik heb het over de website, niet over mijn hoogst eigen persoon. Uw dienaar viert deze week ook zijn verjaardag, maar dan mag je die zeven gerust met een even zo grote zeven vermenigvuldigen, dan kom je in de buurt. Het idee werd me destijds ingegeven door een Leidse clubgenoot: een beetje schrijver heeft tegenwoordig een eigen site – of blog (ik weet nog steeds niet het verschil). En toen heb ik me op zijn aanraden tot een marketingbedrijf gewend waar een deskundige persoon deze site voor me heeft ‘aangemaakt’. In december 2007 plaatste ik mijn eerste stukje. Tijd voor een kleine terugblik? Altijd grappig om te zien hoe iets zich ontwikkelt. Vanaf het begin had de site zijn eigen lijn, en deze lijn hebben we niet (of nauwelijks) losgelaten. De stukjes moeten iets te maken hebben met Frankrijk. Niet dat ik niet van alles zou willen schrijven over Zwitserland, Schotland, Engeland, Duitsland, over de literatuur van die landen, over dingen die ik in die landen heb meegemaakt – nee, het blijft beperkt tot Frankrijk, land waar ik al meer dan twintig jaar verblijf, après tout. Wat andere contrijen betreft, andere sferen: ik leef me uit in mijn romans en novellen (waarvan er eigenlijk maar twee zich – gedeeltelijk – in Frankrijk afspelen). Goed, dit gegeven staat vast, toch is er een verschil waar te nemen tussen de eerste serie columns die ik plaatste en die van de laatste tijd. Ik geloof dat ik in de begintijd wat argelozer was, omdat ik niet ten volle besefte dat onbekende mensen mijn stukjes werkelijk konden lezen.

Mijn meest succesvolle column

Mijn eerste columns waren nogal studentikoos, ik lardeerde ze met de soort gekkigheden die in tafelspeeches passen. Wanneer ik schreef zag ik gezichten voor me, vrienden, familie – ik wist wel dat ook anderen mij konden lezen, maar het drong niet echt tot me door. Het stukje waar ik het meeste succes mee oogstte (blijkens het aantal reacties) ging over winden. Een manier om de hypocriete goedbedoeldheid te hekelen van mensen die alsmaar op zoek zijn naar nieuwe zielige minderheden omdat het zo heerlijk is om potjes mee te huilen: ditmaal ging het om de gediscrimeerde groep van mensen die winden laten. Zie ‘Over winden‘. Vanaf het moment dat ik het lezersaantal kon verifiëren op Google analytics (dat ik pas zo’n twee jaar na het online-gaan van ‘Schrijver in Frankrijk’ heb laten installeren), ben ik wat serieuzer geworden. Toen pas begon ik werkelijk te beseffen dat ook wildvreemden me konden vinden. Want die cijfers, wie zijn dat? Afijn… O ja, en wanneer ik mijn eerste stukjes weer op het scherm terughaal en dan de reacties lees van mijn moeder, dan moet ik innerlijk glimlachen. Nog minder dan ik besefte zij dat haar commentaren door wie-maar-wilde konden worden bekeken. Ze schreef er vrolijk op los – grappige schetsjes, zoals ze dat zo goed kon. Toen ik haar uitlegde dat de hele wereld haar kon lezen, werd ook zij wat voorzichtiger. Al zei ze wel meteen: Als ze het kunnen, wil dat nog niet zeggen dat ze het ook doen. Mijn moeder kon je op zo’n lieve, vriendelijke manier voor zelfoverschatting behoeden.

Gastschrijvers

Wat natuurlijk ook met de tijd veranderde, dat was het groeiende aantal teksten van ‘gastschrijvers’. Het werden er steeds meer. Allemaal schrijvers die of in Frankrijk wonen (zo niet duurzaam dan tijdelijk) of op een andere manier een sterke band hebben met het land. Gewoon een kwestie van ze benaderen. Ik kreeg vaak tips van mensen: die en die schrijver, wist je dat hij of zij ook iets met Frankrijk heeft? Een beetje zoeken naar een mailadres, een mailtje is snel verzonden, en de reacties waren meestal positief. Dankzij de bijdragen van de gastschrijvers is ‘Schrijver in Frankrijk’ een mooie, veelzijdige site geworden (vind niet alleen ik, maar vinden ook anderen). Omdat men sinds anderhalf jaar de colums ook via Facebook en Twitter kan verspreiden, blijken ze, volgens zeggen van Google analytics, steeds meer mensen te bereiken.

Een soort archeologie

Deze terugblik op precies zeven jaar geleden toen het allemaal begon, valt bij mij samen met het opruimen en sorteren van oude post. Typisch een vakantiekarwei – karwei dat ik altijd heb laten liggen. Uitgesteld voor later. Gevolg: twee hobbyboxen tot op de rand gevuld met zowat alle brieven, kaarten, kattebellen die ik sinds mijn vroegste jeugd ontving. Van familie en vrienden wel te verstaan (met mijn werk heeft het niets te maken). Elk begin van de maand januari kwam bij mij opnieuw de gedachte boven: dit zou een geschikte opruimperiode zijn, alle kerstkaarten weg met de vuilnis, en dan de rest erbij. Maar nee, de kaarten van dat jaar kwamen weer in een box terecht, bovenop de stapel. Waarom? Een soort schroom? Hoe dan ook, nu heb ik besloten schoon schip te maken. En ‘t is gek, al doende kom ik mezelf voor als een archeoloog die steeds dieper in zijn opgraving afdaalt en die daarbij op telkens oudere lagen ervan stuit en ze blootlegt. Als Heinrich Schliemann in het oude Troje. De bovenste lagen zijn dun, ze bestaan nagenoeg uitsluitend uit kerst-en nieuwjaarskaarten. Logisch, mensen schrijven geen brieven meer, afgelopen de ansichten vanuit vakantiebestemmingen, mensen mailen, essemmessen, watsappen. Ja, hoe dieper de laag, hoe dikker. Ach ja, de fax! Dat is wat Troje2 kenmerkt: tussen de kaarten en brieven vind ik hele lappen glanzend faxpapier, slordig opgevouwen. Ik zie ze nog uit mijn faxapparaat rollen. Dat was tussen 1995 en 2000. Ik leg ze opzij, want ik moet er copieën van maken, voordat de letters vervagen – wat ze al aan het doen zijn. Dan komt Troje3. Die laag bestaat uit alléén maar ansichtkaarten en vooral véél brieven, in enveloppen, met mooie postzegels (die ik uitknip). Hé, een postzegel met het hoofd van Juliana! Wat in Troje3, en in nog diepere lagen, zo opvalt, dat is de verscheidenheid aan handschriften, ik herken ze meteen, die van mijn moeder, mijn vader, mijn ene grootvader, mijn andere opa, mijn zus, een oom, sommige vrienden. Die handschriften, ik begroet ze als een terug van weggeweest. En dan – hebbes, een telegram! Enzovoort.

Stilstaan, terug…

Lieve mensen, ik kan het jullie aanbevelen, even voor archeoloogje te spelen van je eigen leven. Terug naar de begintijd van een website, terug naar de jaren van de fax, van de handgeschreven brieven, van de telegrammen. We laten ons maar meeslepen door de tijd, we jagen maar voort, we gaan kopje onder in een stroomversnelling, we vergeten zo snel. Iets is er nog niet, of we hebben het al achter ons gelaten. Boekverkopers en sommige journalisten weten halverwege het jaar al wat het beste boek van dat jaar is, het jaar daarop taalt niemand er meer naar. En wie boeken schrijft waarvan mensen vinden dat je ze eigenlijk zou moeten overlezen voordat je alles wat erin zit hebt kunnen savoureren, is helemaal de klos. Wie heeft er nog tijd voor overlezen? Mensen, stilstaan! Terug! Dan pas kunnen we verder. De Fransen hebben daar een uidrukking voor: reculer pour mieux sauter.

Dit naar aanleiding van de zevende verjaardag van ‘Schrijver in Frankrijk’.

 

 

 

 

 

  1. 1 Reactie op “Zeven jaar!”

  2. Door V.J.M. Koningsberger (mr) op 8 feb, 2015

    Zeer geachte heer Visser ‘t Hooft,

    Het interview van Benno Barnard met u, afgedrukt in het nummer van het bijblad ‘Letter en geest’ van Trouw d.d. 24 januari 2015 attendeerde mij op u (en op uw boeken en website).
    De reden dat ik u mail, is de volgende: uw levensfilosofie die m.i. uit het interview is af te leiden, spreekt me aan. Dat een (protestants) intellectueel – mede gezien zijn worteling in de sociale bovenlaag, en zijn daaruit voortspruitende medeverantwoordelijkheid voor de instandhouding van het Avondland – zich voor de samenleving heeft in te zetten (en in dat kader de naaktheid van het neoliberalisme aan de kaak heeft te stellen)onderschrijf ik.

    Mijn vraag is: Hebt u uw opvattingen hieromtrent eerder aan het papier toevertrouwd? Zo ja, waarin?

    U een goede verdere zondag toewensend, met vriendelijke groet,
    V.J.M. Koningsberger

Reageer