Yé souis oune Souberbielle

5 sep, 2015 Onderdeel van proses

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

Sinds ik in Frankrijk woon stel ik belang in mijn hugenoten-voorouders. Want hoeveel Nederlanders hebben niet ergens een Franse refugié in hun stamboom zitten? Je moet gewoon goed zoeken. Bij mij moet je vijf generaties teruggaan, via de moeder van mijn vader – en ja, dan tref je een naam aan die goed Frans klinkt. Althans, het tweede deel ervan. De naam is Van Dusseldorp de Superville. Van Dusseldorp is er later aangeplakt. Want dat heb je met dubbele namen, de tweede naam wordt bijna altijd voor de oorspronkelijke gezet. De oorspronkelijke is dus De Superville.

Daniel de Superville

En ik op zoek naar waar die mensen vandaan kwamen. In de achttiende eeuw zaten ze in Zeeland, maar daarvoor? Na enig speurwerk in het Haagse archief stuitte ik op een nogal prominent personage genaamd Daniel de Superville. Hij was prediker aan het hof van de koning-stadhouder Willem III. Een serie sermoenen geschreven in een hoogdravend Frans is van hem bewaard gebleven (1). Deze Daniel de Superville was zijn loopbaan begonnen als dominee in Saumur. Toen hij lucht kreeg van de snode plannen die de Franse koning smeedde met het oog op het herroepen van het edict van Nantes, stapte hij in zijn stoute schoenen en begaf hij zich naar het hof van Versailles om daar de zaak van de Franse protestanten te bepleiten. Vergeefse moeite. In 1685 werd het fameuze edict uit het jaar 1598, dat de hugenoten bepaalde vrijheden garandeerde, ingetrokken. Waarna de grimmige vervolging van de protestanten begon. Voor Daniel de Superville zat er niets anders op dan uit te wijken. Overigens een dramatisch verhaal: onderweg naar de Republiek verloor hij zijn vrouw en een kind. Ze verdronken in de Maas. Ze maakten deel uit van de ongeveer 45.000 hugenoten die in Nederland (de Republiek der Zeven Provinciën) een nieuw thuis vonden. Niet niks op een bevolking van een kleine twee miljoen!

Aspe

Dit over Daniel de Superville. Ik ga verder terug in de tijd. Wat blijkt? De De Supervilles zijn afkomstig uit de Pyreneeën, en om helemaal precies te zijn uit het dal van de Aspe. Dat is het dal dat het stadje Oloron-Sainte Marie met Jaca (in Spanje) verbindt. Oorspronkelijk, voordat ze zich in de Loire-streek vestigden, heetten mijn voorouders niet De Superville maar Supervielle – wat inderdaad erg zuidelijk klinkt. En ze behoorden tot de eerste protestanten in Frankrijk. Het dal van de Aspe maakt deel uit van de Béarn (van de sauce béarnaise), een provincie waar de hervorming al vroeg stevig voet aan de grond kreeg.

Verre nicht

Nu is het aardige dat toen ik nog in Zuid West Frankrijk werkte en woonde, ik één keer in een dorp in dat dal een dienst heb moeten leiden. Dit dorp heet Osse-en-Aspe. Zoals dat in bijna alle Franse kerken het geval is, is op een muur ervan, binnen, een groot bord aangebracht met de namen van alle mannen en jongens die in de twee Wereldoorlogen zijn gesneuveld. En kijk, daarop kwam ik meerdere malen de naam Supervielle tegen (en ook allerlei varianten, zoals Souberbielle, Souberbie etcetera). Dit intrigeerde mij natuurlijk. Tijdens de afkondigingen kon ik nalaten van mijn voorouders De Superville (oorspronkelijk Supervielle) gewag te maken. Gewoon, voor de aardigheid. Nauwelijks ben ik uitgesproken of een stokoud vrouwtje in het zwart en met een knot staat op, steekt een bibberend handje in de lucht en zegt: “Yé souis oune Soubervielle”.

Na de dienst ben ik op haar toegestapt en heb ik haar bij de beide handen gepakt: “Ma cousine!” Even een leuk evenementje scheppen. Ze vond het prachtig – en ik ook.

(1) Ziehier een voorbeeld van zijn stijl, uit een van zijn preken : “La vengeance est la fille de la colère et de la haine; c’est une passion inquiète et turbulente qui dévore le sein qui l’a conçue. Oh! que cette furie, avant de porter ses feux au dehors, en allume au-dedans! Combien elle a de torches enflammées! combien elle a de serpents pour troubler le jour et la nuit l’âme vindicative! Représentez-vous ces battements, ces palpitations, ces serrements de cœur, ces mauvaises nuits, ces inquiétudes, ces mouvements furieux que l’on éprouve pendant que l’on roule dans sa tête quelque funeste dessein de vengeance.

 

 

Reageer