1
1
2-300x75
3-300x75
4-300x75
5-300x75
6-300x75

Vluchteling in de Provence

5 mrt, 2016 Onderdeel van paysages

Column door Peter Hagtingius

En toen besloot ik dus te verkassen. Een vrij dramatische beslissing die ik zo lang mogelijk had uitgesteld. Want na doodgaan is verhuizen het allerergste, ik citeer een vriend die zowel verhuisd als overleden is. Maar er werd ineens een mega-villa vrijwel in mijn achtertuin opgetrokken, ofschoon mij jarenlang verzekerd was dat het terrein waarop ik uitkeek inconstructible was. Zou het bestemmingplan gewijzigd zijn? Ik had er niets over gelezen en in het dorpscafé niets over gehoord. Dus hoe kon het dan dat er ineens bouwvakkers opdoken die met vervaarlijke apparatuur dezelfde extreme pokkenherrie produceerden als dj’s op zo’n heavy metal dancefestival. “Weet je toch?” zeiden ze in de kroeg, “met de burgemeester valt altijd te dealen”. Er werd een vette knipoog bijgeleverd, maar dat hoefde niet. Ik kende de reputatie van Monsieur le maire als gezellige gesprekspartner voor uitpuilende portemonnees.

Na de voorbereidende werkzaamheden werd er minder luidruchtig doorgebouwd gedurende een jaartje of twee. Een periode waarin slechts vijf keer mijn stroomvoorziening werd doorboord, en twee keer de waterleiding. Ongetwijfeld per ongeluk, maar daarom niet minder ergerniswekkend. Niettemin bleef mijn relatie met de bouwvakploeg alleszins redelijk. Van de zomer, toen het zo warm was, heb ik zelfs een paar keer de omzet van de firma Heineken nader gestimuleerd door een sixpack uit te reiken. Het scheelde ook dat de voorman een Portugees was. Ik heb jaren in Portugal gewoond en dat schiep toch een band, die nostalgie van twee landverlaters of zo, die en Provence een beetje mijmerden over het leven in de Algarve. We waren het eens: we hadden er niet weg moeten gaan.

Toen kwamen de nieuwe buren. Het bleek om belastingvrije Zwitsers te gaan die in Monaco wonen en die voor hun weekendhuisje hun begerig oog op mijn uitzicht hadden laten vallen. Dat werd nu verziekt door zo’n megalomaan rijkeluispaleis, ontworpen door een in suikertaarten gespecialiseerde architect. Een aantal verdiepingen, een zwembad van Olympisch formaat, het geheel afgebakend met elektronische surveillance. Ik weet het niet, mijn Nederlands is ook niet meer wat ’t geweest is, maar als het begrip ‘landschapvervuiling’ bestaat, ik woonde naast een overtuigend voorbeeld. Een stil weggetje met een paar Provençaalse huisjes in een ultra-groene ambiance en dan ineens zo’n vloekende kapitaalkathedraal.

Ik heb ’t een paar maanden aangezien. Het leek me redelijk de Zwitsers hun extreem luidruchtige housewarmingparty te gunnen. Maar ik had al snel in de smiezen dat ze elk weekeinde voor herrie zorgden, zelfs als ze geen gasten hadden. Een gezin met jonge kinderen die per definitie tot de categorie schreeuwlelijkerds gerekend moeten worden (tenzij opgevoed) en voetballen met de garagedeur als doel. En er was die moeder. Ik weet gelukkig niets van het brabbeldialect Zwitsers, vermoedelijk een even smakeloze als kansloze cocktail van Duits, Frans en Italiaans. Die vrouw had de stem van een blaffende zeehond en nooit een microfoon nodig als ze op haar terras in haar idiote mengsmeringtaaltje het woord voerde. Dit gebeurde nogal vaak, mijn honden blaften telkens terug.

Er zat weinig anders op dan te verkassen. Ik deed eerst nog wel een poging de Zwitsers het fenomeen ‘fluisteren’ uit te leggen, maar ik was succesvoller geweest als ik hen had voorgesteld de maan permanent te verduisteren.

Thans verblijf ik 100 kilometer verderop, een onvindbaar optrekje aan een onbegaanbaar paadje, op 1 kilometer van zo’n overleden Provençaals gehucht. Naar de brievenbus aan de doorgaande weg is het zeven minuten lopen. Men heeft me verzekerd dat de naaste omgeving inconstructible is. Zou het?

 

Peter Hagtingius woont in de Var. Hij was hoofdredacteur van Côte&Provence

 

 

 

Reageer