Spaanse herberg

9 jan, 2017 Onderdeel van proses

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

Een mooi motief: voordat je over je daadwerkelijke ontmoeting met een land begint, beschrijven hoe dat land er in je verbeelding uitzag. Sommige serieuze auteurs slepen als een loodzwaar blok aan hun been het dogma met zich mee dat zegt dat een goed verhaal geen ‘happy end’ mag hebben. Zij werken het motief dan zo uit dat naast de heerlijke voorstelling de werkelijkheid maar een lelijke, belabberde boel blijkt. Want alleen wat naar is, is waar. Ja, hoe naarder, hoe waarder. Ziedaar hun ernst, hun intelligentie. 

Het Franse testament

Het motief wordt op een meesterlijke manier uitgewerkt in de roman van de Frans-Russische auteur Andrei Makine: Le testament Français. Hierin zien we de hoofdpersoon zich een beeld van Frankrijk maken aan de hand van wat hem zijn Franse grootmoeder vertelt wanneer hij, ‘s zomers, bij haar in Siberië komt logeren en ze samen op het balkon naar de ondergaande zon boven de steppen turen. We bevinden ons midden in de hel van staal en beton van de Stalin-tijd. Voor de hoofdpersoon wordt Frankrijk een schat vol heerlijke, zacht vloeiende beelden die hij in het geheim met zich meedraagt en die hem, althans innerlijk, van zijn dagelijkse omgeving afzondert. Als een onttroonde koning. Waarna, jaren later, voor de hoofdpersoon de eerste ontmoeting met het ‘echte’ Frankrijk volgt! Maar wat is ‘echt’? Je moet het lezen… In wat een van de meest aandoenlijke passages is, zien we de hoofdpersoon door Parijs rondlopen en daarbij een route volgen die allerlei plekken die, naar hij vermoedt, zijn grootmoeder in haar jeugd heeft gekend met elkaar verbindt. En niet alleen plekken die zij van vroeger kent, maar die bovendien sindsdien niet of nauwelijks zijn veranderd. Hij verbeeldt zich dat zijn grootmoeder naast hem loopt en hij wil haar, die al sinds zo lange tijd niet meer in Frankrijk is geweest, een al te bruuske confrontatie met het nieuwe Frankrijk besparen. Eerst het Frankrijk van haar herinnering, dan pas – geleidelijk aan – het Frankrijk zoals het geworden is. En dat terwijl de hoofdpersoon niet eens weet of zijn grootmoeder, daar in het verre Siberië, nog in leven is. In werkelijkheid loopt hij door ‘zijn’ Frankrijk rond. Want ‘zijn’ Frankrijk, dat is het Frankrijk van de verhalen van zijn grootmoeder. Een ‘echter’ Frankrijk dan het echte Frankrijk. Vorige maand (16 december 2016) is Andrei Makine officieel toegetreden tot de Académie Française, hoogste eer voor een Franstalige schrijver.

Don Quichot

Anderen werken, als gezegd, het motief zo uit dat naast de verbeelding de werkelijkheid tegenvalt. Banaal procedé. Cervantes doet het anders. Eerst zien we hoe door het lezen van ridderverhalen de voorstellingswereld van Don Quichot zich dusdanig met allerlei geëxalteerde beelden opvult dat hij op den duur niet meer in staat is zijn omgeving anders dan door het prisma van deze beelden te beschouwen. Wanneer hij vervolgens op zijn ros Rossinant de wijde wereld van de Mancha in trekt, om daar te vinden wat in De ridders van de tafelronde, Karel de Grote en zijn paladijnen, Amadis van Gallië en Reinoud van Montalbaan wordt beschreven – tja, dan vindt hij wat hij zoekt. O, niet dat het er is – hij legt het erin. Wat hij zoekt legt hij in de werkelijkheid. Molens zijn reuzen, louche herbergiers zijn kasteelheren, de minste al te gewillige boerenmeid is een ongenaakbare prinses. Don Quichot is gek. Hij is zelfs knettergek. Maar wat is gek? Don Quichot vertegenwoordigt als geen ander de mens die wanneer hij met de werkelijkheid van staal en beton wordt geconfronteerd er niet bij de pakken bij gaat zitten, maar die deze werkelijkheid met de figuren van zijn verbeelding aankleedt en meubelt. De mens voor wie de werkelijkheid een Spaanse herberg is – een ‘auberge espagnole’ zeggen Fransen: je krijgt er te eten en te drinken wat je zelf meebrengt. En wat die louche herbergier betreft, en die slempende sloerie, ze zullen het nooit vergeten: ééns heeft iemand hen voor fiere grande d’Espana, voor edele, maagdelijke vorstin aangezien. Is er dan toch iets anders? – denken ze. Ja, en is dit de reden waarom iemand als Dostojewski in Don Quichot iets van de glans van een Christus zag? Want wat doet Christus anders dan in de wereld ‘zijn’ koninkrijk brengen? Stel dat hij had gezegd: “Gèt, wat valt de wereld tegen!” En dat zijn Evangelie niets anders was geweest dan het verslag van zijn teleurstellingen. Een soort serieuze roman die de-werkelijkheid-aan-de-kaak stelt (naar, lelijk, vervreemdend) naast honderdduizend andere…

Wellevendheid…

Er zit iets nobels en wellevends in de weigering om bij de lelijke kant van de werkelijkheid stil te staan. En haar te vullen met mooie verbeeldingen…

 

 

 

 

  1. 3 Reacties op “Spaanse herberg”

  2. Door Ambtenaar in Nederland op 10 jan, 2017

    Andrei Makine hield een lange speech waarin hij Rusland verheerlijkte

  3. Door Corine van Zomeren op 10 jan, 2017

    Ik vond Het Franse Testament een van de mooiste boeken die ik ooit heb gelezen.

  4. Door Pepernoot op 10 jan, 2017

    Hoi Casper, dank voor je mail. Altijd goed weer om iets van je te lezen, met die ouderwetse stijl van jouw. Maar dat is juist leuk

Reageer