Op de TV

22 feb, 2021 Onderdeel van proses

Column door Peter Hagtingius

Ofschoon we elkaar ondanks alles qua apéro vrijwel dagelijks spreken, bij hem of bij mij thuis (wat nou, de kroeg dicht?), raakte ik enigszins in de war toen mijn vriend Francis de aannemer me nota bene op de parkeerplaats annex jeu-de-boulesbaan van het dorp ineens staande hield. Een strikt toevallige ontmoeting. Hij was noodgedwongen naar de épicerie geweest voor een fles whisky en ik had de tegenovergelegen tabac met een doosje sigaren aan enige omzet geholpen. Zelfs zijn masker verborg zijn onrust niet. Ik vroeg wat er aan de hand was. Nou, hij moest vanmiddag op tv.

Dit leek me een onwaarschijnlijk verhaal. Zoiets alsof Brigitte Bardot ineens weer 18 was geworden. Hij leunde met zijn linkerarm op zijn robuuste camionette, zo’n Peugeot uit 19-zoveel waar de fabrikant vooral en helaas niets meer mee te maken wil hebben. Die firma denkt heden ten dage in stopcontacten, zodat je zeker weet dat je auto stopt als je accu leeg is. Doe mij gewoon een betrouwbaar en zuinig dieseltje, iedereen behalve Peugeot weet dat een eigentijdse diesel ook voor het milieu beter is. In zijn rechterhand koesterde Francis – op van de zenuwen- zijn fles. Hij had allerminst zo’n trilmatje in een of andere sportschool nodig. Zelfs ten plattelande verneem je soms iets over eigenaardige flauwekul in de grote stad. Het fenomeen van de sportschool wordt in onze omgeving weggezet als even idioot als pétanque met vierkante ballen, een maaltijd zonder wijn of een merguez van de vegetarische slager. In de stad schijnt het in die apparatenhallen om conditie en tevens afslankerij te draaien. Wij lopen gewoon door het dorp met steile straatjes en we hebben geen dure coach nodig, zo’n fraudeur die profijtelijk handelt in zelfverzonnen tips met betrekking tot het eigentijds mondiaal gelanceerde idee van verplichte beweging, een dictatoriaal decreet van de gezondheidsmaffia. Wij beklimmen de straatjes, nog aangelegd door Romeinen voor wie de leergang stratenmakerij binnen de ambachtsschool aanzienlijk te hoog gegrepen was. Daarna heffen we een paar keer achter elkaar het glas op het terras van het café. Dat is meer dan genoeg beweging. En iedereen wordt gewoon oud.

‘Op TV? Jij?’, informeerde ik beduusd.

Het bleek iets genuanceerder te liggen. Vanwege die corona had een potentiële klant hem gevraagd voor nader overleg per Zoom (of hoe heet dat?) te kiezen. Zijn dochter had ‘m uitgelegd dat hij dan op de televisie moest. Ze wist ervan, zo’n ‘conference-call’, en op haar laptop zat een camera. Ze zou het regelen. Die klant kon qua handel best eens interessant zijn; een gebrekkige villa in originele Provençaalse staat restaureren. Dat kon aantikken.

Ik kende die villa wel. Was er weleens langs gelopen, ik dacht toen eerder aan een ruïne dan aan een villa. Het deugt niet, maar misschien doordat ik het wel gehad heb met dat niet te arresteren virus en Magere Hein in de dorpse pot deed ik alsof ik deskundig was op het gebied van tv-optredens. Wist hij wel dat je voor de camera verkeerd overkomt als je niet geschminkt bent? Dat heb ik weleens gehoord. Dat je voor je optreden eerst onder handen genomen moet worden door een gespecialiseerde mevrouw in de sfeer van de make-up? Dat je er op het scherm anders als een opgegraven mummie uitziet?

Het was niet de bedoeling ’m een hartinfarct te bezorgen, natuurlijk niet. Je beste vriend in het dorp de stuipen op het lijf jagen, ik vond mezelf op die parking eerst wel grappig, daarna een stuk onbenul. ‘Gezoom’, en dan niet van de bijen, in ons dorpje van niks. Met mensen die niet anders gewend zijn dan met hun handen te werken. Die denken dat de duvel uit het doosje springt als ze zichzelf op het scherm van de laptop van een dochter terugzien als de bevroren dood van Pierlala. Terwijl je vroeger, avant corona, gewoon op het caféterras met een enkele handklap een dealtje sloot, de glazen liet klinken en dat was dat. Wat had ik aangericht, vroeg ik me af toen ik weer thuis was.

De volgende ochtend ten tijde van midi ging ik beschroomd naar Francis toe. Zijn dochter was er en vertelde me lachend dat ze haar vader goed ingekleurd had voor zijn tv-optreden, hij had erop gestaan, door mijn zogenaamde advies. En het was een succes geworden! Zijn tv-debuut had ‘m minstens een jaar werk opgeleverd. Jammer dat het nog lang gaat duren voor Francis in het café het hele dorp kan bijpraten over zijn furore als debutant op het tv-scherm. Al denk ik dat hij weinig loslaat over het beperkte bereik van zijn optreden, kijkcijfer 1. Maar wat zou dat? Die order heeft hij in elk geval tevreden met een lik aan het potloodje dat hij achter zijn oor bewaart, in zijn werkboekje genoteerd.

.

Peter Hagtingius is journalist en columnist in Zuid-Frankrijk. Van hem verscheen ook onder het pseudoniem Peter Hooft de verhalenbundel Provençaalse Praatjes (Uitg. Grenzenloos, 2016)

Reageer