Een bevriende toerist

17 aug, 2019 Onderdeel van proses | Geen reacties »

Column door Peter Hagtingius

Voor zover mijn bronnen in het café weten, werd er in 1352 voor het laatst iemand vermoord in het Provençaalse gehucht waar ik verblijf. Een eigentijdse onderzoeksjournalist zou achterhalen of het slachtoffer inderdaad een monnik was die zijn pij niet kon aanhouden, ‘fact-checking’. De stofjas van een archivaris staat me niet en we zijn al een tijdje verder. Ik doe het maar met wat iedereen voor waar aanneemt, de affaire lijkt me trouwens verjaard. Gelet op het algeheel gevoel in het dorpje dat we niet nóg en alweer een moord kunnen gebruiken, zag ik op tegen de komst mijn goede vriend Hendrik Jan Korterink. Lees verder »

Kreeft heeft me vermoord

18 jul, 2019 Onderdeel van proses | Geen reacties »

Column door Caspar Visser ’t Hooft

Het is me allang opgevallen, veel Fransen maken dezelfde schrijffout. Wanneer ze een werkwoord in de voltooid tegenwoordige tijd (perfectum) vervoegen, gebruiken ze de schrijfwijze van de infinitief. Neem bijvoorbeeld het werkwoord ‘passer’. In het perfectum is dit ‘passé’ (voorbijgegaan), de infinitief is ‘passer’ (voorbijgaan). Deze fout is begrijpelijk, beide vormen spreek je namelijk hetzelfde uit. Nederlanders maken deze fout niet omdat bij het spreken ‘voorbijgaan’ (infinitief) en ‘voorbij-ge-gaan’ (perfectum) anders klinken. Ik had het over ‘veel’ Fransen, dat wil zeggen niet ‘alle’ Fransen. Hoog gecultiveerde Fransen maken de fout niet omdat ze – ja, gecultiveerd zijn. Bij een geruchtmakende moordzaak draaide alles om de vraag hoe gecultiveerd het slachtoffer was. In de kelder waar het stoffelijk overschot werd aangetroffen waren op de muur drie woorden geklad waaronder een werkwoord. Dit werkwoord stond in de voltooid tegenwoordige tijd maar was vervoegd op de wijze van de infinitief. Had de vermoorde vrouw dit geschreven? Volgens de advocaat van de verdachte was ze te gecultiveerd om die fout te hebben gemaakt. Lees verder »

Een hof tot ons gerief

5 jul, 2019 Onderdeel van proses | Geen reacties »

Column door Caspar Visser ’t Hooft

Mijn tiende boek is geboren! Deze week ontving ik de eerste exemplaren. Dit keer geen fictie, ook geen bundel Frankrijk-verhalen, maar – hoe zal ik het noemen? Verhalende geschiedenis. In Een hof tot ons gerief beschrijf ik het leven op en om zeven buitenplaatsen waar voorouders van mij in de negentiende en het begin van de twintigste eeuw woonden. Ik besteed daarbij veel aandacht aan enkele markante personages: een kapitein die rond 1835 naar Japan voer, een burgemeester van Middelburg die vanwege een verhouding met een dienstbode schandaal maakte, een bekende Haagse schilder, een bazige hofdame van Anne Paulowna, een Gouverneur-generaal van Nederlands-Indië en zijn Spaanse vrouw die hij had geschaakt. Hij had ook een passie voor orchideeën. Enzovoort. Ik baseer me op verhalen en anekdotes die binnen mijn familie werden doorverteld, op archiefmateriaal dat ik bezit, en ik toets de gegevens aan serieuze geschiedkundige bronnen. Komt Frankrijk in het boek voor? Nauwelijks. Mijn voorouders leerden Frans, dat was omdat ze Frans als de taal van de beschaving beschouwden (ik doe dat nog steeds). Maar van Frankrijk zelf moesten ze niet zoveel hebben. Fransen waren paaps en wuft. Men prefereerde boven Frankrijk de Zwitserse Franstalige kantons Genève, Vaud en Neuchâtel. Waarom? Omdat ze protestants waren. De liefde voor het land Frankrijk zelf kwam pas later, met mijn grootouders die in de jaren ’50 de Dordogne ‘ontdekten’. Over de verschillen tussen de Nederlandse en de Franse mentaliteit schrijf ik het volgende, in het hoofdstuk dat ik aan de Dordtse buitenplaats Bellevue wijd (en dat is dan meteen een voorproefje bij het lezen van Een hof tot ons gerief). Lees verder »

Oude muur

20 jun, 2019 Onderdeel van pensées | Geen reacties »

Column door Caspar Visser ‘t Hooft

In Nederland worden oude gebouwen, wanneer ze in onbruik zijn geraakt hetzij uit plaatsgebrek gesloopt, hetzij – wanneer ze historisch interessant zijn – keurig schoongemaakt, gladgeschuurd, afgelikt: opgekalefaterde kadavers met in de oude crypt, of de oranjerie of het koetshuis een bar waar je cappuccino in designkoppen kunt bestellen. In Frankrijk laten ze de bouwvallen staan. Er wordt wel eens gezegd dat we zo eenzaam en ook zo steriel zijn geworden omdat we de doden wegmoffelen. Via hygiënische rouwkamers met in een vaas witte orchideeën naar begraafplaatsen die op golflinks lijken. Als dit klopt, dan toch niet helemaal. Zolang we oude lege gebouwen rustig laten staan en laten verbrokkelen, zijn de doden niet helemaal weg. En de doden, dat is geschiedenis, eens geleefd-leven, vervlogen hartstocht, nagalm van oud leed, van voorbije vreugd, van vergeten heroïek. Die oude gebouwen – ingestorte daken, muren met gaten, door klimop overwoekerd – het zijn stille getuigen. En ze zijn dat des te meer, zo wil het me althans voorkomen, wanneer je ze tegenkomt in de nabijheid van ultramoderne woon- of bedrijfscomplexen. Je vraagt je dan af, wat zouden ze ervan vinden, van al die nieuwigheid die hen vandaag de dag omringt? Nee, gebouwen kunnen natuurlijk niets vinden, ik heb het over de voormalige bewoners ervan, wanneer ze uit een lange slaap, na eeuwen, zouden ontwaken. Ik denk bijvoorbeeld aan de bewoners van dat kasteel waarvan alleen één muur is overgebleven, volgespoten met graffiti, opzij van de snelweg A7. Deze muur – ja een echte middeleeuwse muur met nog een boograam – staat op een paar honderd meter afstand van het gigantische complex van de nucleaire centrale van Tricastin. Lees verder »

Ons eerste rolkoffertje

6 jun, 2019 Onderdeel van proses | Geen reacties »

Column door Peter Hagtingius

Ofschoon ik het overbevolkte en luchtvervuilde Oranje Madurodam al jaren mijd, ben ik – vermoed ik – nog enigszins op de hoogte van de verwikkelingen in het vervallen vaderland. Dat heb ik niet te danken aan het NOS Journaal. Onder druk van een Nederlandse logé keek ik er weer eens naar. De berichtgeving opende met het kennelijk sensationele nieuws dat men te Korea of daaromtrent het homohuwelijk heeft geïntroduceerd. Daarna was er zo’n ‘duider’ die over borstimplantaten begon. Scheen iets mis mee te wezen. Haastig pakte ik mijn fles rosé en mijn sigaren, richting tuinterras. Een ‘duider’ is een als journalist vermomde betweter die de onderwijzer uithangt. Ik ben liever van boven wijzer. Ik werd teruggeroepen. Er was nieuws uit Nederland! Lees verder »